In opdracht van het 50-jarige Radio Filharmonisch Orkest volgde fotograaf Marco Borggreve twee jaar lang de repetities en uitvoeringen van het orkest. Aanstaande zaterdag wordt zijn werk gepresenteerd in het nieuwe Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. In het fotoboek - dat uitsluitend als relatiegeschenk rouleert - geeft hij aan de hand van 237 foto's het dagelijks leven weer van musici en dirigenten. In bijgaande tekst verwoordt Borggreve de band die hij met musici en muziek in deze tijd opbouwde.
Een orkest bestaat alleen als het op het podium zit. Nergens ben ik tot nu toe een grotere groep individuen tegengekomen dan in een orkest. Ze verschillen per instrument, per dirigent, per uitgevoerd werk, per persoon en per dag. Niets menselijks is een musicus vreemd.
Toch is het verbijsterend om mee te maken hoe deze groep eenzamen, deze volstrekt verschillende mensen, het eens kunnen worden, samenkomen als de eerste maten klinken. Wat hen bindt is natuurlijk de liefde voor de muziek, maar hoe worden ze het dan tijdens het spelen eens? Waar ligt het moment waarop alle oren dezelfde kant op gaan, en hoe bereiken ze dat? Teveel dirigenten heb ik inmiddels de revue zien passeren om te durven beweren dat zij het zijn die al die klanken samenbrengen. Dirigenten dragen daar maar een klein steentje aan bij. Zij zijn in mijn ogen dan ook de eenzaamsten.
Musiceren in een orkest is kijken, meer nog dan luisteren: zittend in en orkest verlies je totaal het overzicht; soms hoor je alleen de instrumenten achter je, laat staan dat je je eigen instrument nog hoort.
Musiceren is elkaars blikken zoeken, genieten van een collega die je vol overgave zijn enkele noten inbrengt, samen lachen om een fout en met z'n allen wachten op dat ene moment waarop alles samenvalt, waarop je weet waarom je daar wilt zitten.
Dit kijken heb ik geprobeerd vast te houden, voor iedereen die ooit een orkest verlaat, dit kijken dat mensen tot musici maakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.