Ze zijn alle tien basisscholen in Heemstede langsgeweest met hun gehandicapte dochter, maar niemand wilde Thiandi (5) hebben. De ouders moesten uitwijken naar Vogelenzang, zes kilometer verderop. Thiandi's moeder hoorde de meest rare argumenten tegen de opname van het gehandicapte meisje. Zijzelf kan alleen maar concluderen dat scholen solidair zijn met de hele wereld, behalve met het kind om de hoek.
De gemeente Heemstede ondertussen is nog niet af van Thiandi's moeder, Trix Grooff. Zeven maanden geleden hebben haar partner en zij een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente, als zijnde het bevoegd gezag van het openbare onderwijs. Grooff heeft altijd begrepen dat openbare scholen, in tegenstelling tot bijzondere, geen kinderen mogen weigeren. Terwijl ze dus gewoon ronduit nee hebben gezegd tegen hun dochter. Op een rooms-katholieke school was ze wèl welkom, zij het voor maar een jaar.
Thiandi kreeg vlak na haar geboorte vijf jaar geleden een hersenbloeding. Daardoor is ze verstandelijk gehandicapt en is de motorische ontwikkeling niet goed op gang gekomen. Ook ziet ze slecht, kan ze niet praten en niet goed voelen.
Niettemin hebben haar ouders voor Thiandi hetzelfde ideaal voor ogen als voor hun andere twee kinderen, Jochem van twee en baby Emma. Ook Thiandi moet zo gewoon mogelijk leven, vriendschappen sluiten en uiteindelijk op eigen benen kunnen staan. Waar het kan met hulp van vrienden, waar het moet met professionele ondersteuning. “Wij streven naar integratie”, zegt Grooff. “De Amerikanen hebben daar een mooi woord voor: inclusion. Dat betekent dat de samenleving er is voor ieder kind, met of zonder handicaps.”
Zo mooi is het daar vast ook niet, maar de Nederlandse maatschappij bevindt zich naar het oordeel van Grooff vele mijlen verwijderd van dit streven. Maar het zou kunnen dat de overheid binnenkort een stapje vooruit zet. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs, PvdA) kreeg in oktober van de commissie-Rispens het advies ouders een grotere stem te geven in de schoolkeuze van hun gehandicapte kind. Dat zou gemakkelijker kunnen worden gemaakt als, analoog aan de gezondheidszorg, aan elk kind een extra bedrag zou hangen (het 'rugzakje') dat het meeneemt naar het speciaal onderwijs dan wel naar een reguliere basisschool. Van dat bedrag kan de school van voorkeur de extra hulp betalen.
Net zoals haar collega Nuis met het hoger onderwijs deed, heeft Netelenbos over de kwestie een rondje discussiebijeenkomsten georganiseerd met 'het veld'. Onlangs was in Haarlem de eerste. In het Golden Tulip hotel zaten 25 mensen, verdeeld over vier groepjes. De ouders, de gewone basisscholen, het speciaal onderwijs en de hulpverlening. Van haat en nijd is nog net geen sprake, maar echt lekker zit het vooral tussen de eerste drie niet. Ouders verwijten het reguliere basisonderwijs dat het uit pure onwil gehandicapten weert, het gewone basisonderwijs vindt dat die ouders er ten onrechte van uitgaan dat hun kind alles kan, en het speciaal onderwijs ziet zichzelf als de bekwame, liefdevolle maar miskende opvang van het gehandicapte kind.
De ouders van Thiandi wilden haar dicht in de buurt naar school doen. Ze hadden de keuze uit twee, eentje van algemeen bijzondere snit en een katholieke. De eerste kwam na lang nadenken tot de slotsom dat het kind verstandelijk te slecht functioneerde om een plaats in een gewone groep te rechtvaardigen. “Je kan tegen haar niet zeggen doe dit, doe dat. Dat vonden zij heel moeilijk”, vat Grooff de argumentatie samen. De andere school wilde wel. Althans, de juf van groep één had er zin in, had het naar het oordeel van de moeder ook in zich, en daarom mocht Thiandi komen. Voor een jaar, want daarna vertrok de juf naar een andere school en moest ook Thiandi weg. Zo gaat het altijd, zegt Grooff; een school die haar dochter gewoon voor acht jaar inschrijft, is vooralsnog een utopie.
Maar dat eerste jaar hadden ze dus mooi binnen, en ze zijn net zo blij dat ze ook dit jaar een goede, gewone school hebben kunnen vinden. Grooff constateert dat het schoolgaan haar dochter goed doet. Vooral in haar sociale ontwikkeling is ze enorm vooruitgegaan. Thiandi kreeg ook onmiddellijk vriendjes en vriendinnetjes: “Ze is voor kinderen heel interessant, want ze is anders. Ze rijdt bijvoorbeeld paard, dat doet geen ander kind van die leeftijd. Ze heeft ook een hele mooie fiets. Ze pest niet. Ja, andere kinderen probeerden haar wel te pesten, maar ze vindt aandacht prachtig, dus dan houdt het pesten snel op.”
En ach, die 'vreemde' dingen van Thiandi, daar hadden de kinderen zelf wel een verklaring voor. Als ze al eens een geluid maakte, dan zeiden ze 'Thiandi praat in een andere taal'. “Maar dat kan helemaal niet”, zegt haar moeder, “want ze praat niet.”
Onbetwist hoogtepunt was het schoolreisje. Thiandi zat te glunderen in de bus, haar ouders hadden haar nog nooit zo gelukkig gezien. Hoe drukker, hoe beter, immers. Daarom ook was het voor het meisje zelf helemaal geen probleem dat ze in een klas van 38 leerlingen terecht kwam. De leerkracht kreeg eens in de maand begeleiding van de orthopedagoog. Had ze Thiandi nog een jaar in de klas gehad, dan had de docente graag een klasse-assistent gehad, zodat Thiandi meer opdrachtjes kon doen. Maar zover kwam het niet; ze vertrok en het meisje ook.
Geen van de andere basisscholen wilde haar in de klas hebben. “Doodzonde”, vindt haar moeder - en ze boort alle argumenten die werden ingezet, de grond in. “Een school vroeg zich af wat zij haar te bieden hadden. Dat team onderschatte zichzelf. Als je een klas draaiend kunt houden, is er ook plaats voor haar. Denken ze dat ze dat niet kunnen, dan doen ze maar een cursus.”
Ook hoorde ze dat haar kind niet in de doelstellingen van de school zou passen. Nou, dat is de bedoeling ook niet: “Zij hebben doelstellingen die wij niet hebben. We verwachten niet dat ze leert lezen en schrijven. Bij aardrijkskunde kan ze toch gewoon een kaart van de school bestuderen, of de route van school naar huis. De doelstellingen moeten aan haar worden aangepast. Dat geldt trouwens niet alleen voor haar. Ook andere leerlingen verschillen. De een gaat naar het gymnasium, de andere naar het VBO. Bovendien is de basisschool toch vooral ook een sociale leerschool.”
Het argument dat het hele team achter zo'n keuze moet staan, doet ze ook af als onzinnig. “We kunnen het de leerkrachten die niet willen niet aandoen, zeggen ze dan. Maar op een school heb je altijd mensen die wel en die niet willen. Ze maken zich er te gemakkelijk van af. Ze kunnen het op zijn minst proberen.”
Vooral ook, zegt Grooff, omdat er ook nu al zonder het rugzakje zo ontzettend veel hulp te krijgen is. Maar een ouder moet dat wel weten. Via via hoorden Grooff en haar vriendin van de Keerkring in Rotterdam, een kinderdagverblijf voor dusdanig gehandicapte kinderen dat ze niet naar school hoeven. Dat verblijf plaatst veel kinderen op gewone scholen. Het vrijkomende geld wordt besteed aan de extra hulp die die kinderen in het reguliere onderwijs nodig hebben.
Dat was voor Thiandi ook dé oplossing. Op de rooms-katholieke school in Vogelenzang troffen de ouders een enthousiaste directeur en een leuke juf die Thiandi er graag bij hadden. Ze gaat er elke ochtend heen. De school krijgt daarvoor een klasse-assistent. Die helpt het gehandicapte kind met kerstbomen plakken en paastekeningen maken, voor Grooff de tastbare bewijzen dat haar dochter het op die school enorm naar haar zin heeft.
Trix Grooff hoopt dat Netelenbos het rapport van de commissie-Rispens overneemt. “Maar het is niet het enige”, zegt ze. Zij zou graag zien dat scholen per gemeente rond de tafel gaan zitten - of dat de gemeente ze daartoe dwingt - en dat ze dan zelf uitmaken wie het gehandicapte kind neemt. “Vorige week in Haarlem zeiden ze: ja maar, dan heb ik zometeen vijf van die kinderen op mijn school. Maar hoeveel ouders zijn er nou met zo'n kind die zoiets willen?”
Er is nog een punt. Op scholen ziet ze een toenemende nadruk op kennis, op toetsen en prestaties. Hoeveel kinderen kan ik naar het VWO krijgen - die sfeer. “Daar kan Thiandi geen eer aan behalen, maar wij streven daar ook helemaal niet naar. Wij willen het sociale. Een gehandicapte medeleerling verbreedt de wereld van de andere leerlingen en maakt hen socialer. Het is ook aan de samenleving zich daar eens over te beraden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.