*

 
dossier

Archief

'Er is hier geen plaats meer voor een redelijke middenweg'

JAN BEZEMER − 18/04/97, 00:00

SOFIA - De cheffin van de modezaak Benetton in de Bulgaarse hoofdstad Sofia bijt op haar lip en kan haar tranen nauwelijks bedwingen. Ze vertelt dat ze in januari niets verkocht heeft, nog geen T-shirt en in de maanden daarna is het niet veel beter gegaan. De vraag over de toekomst van haar zaak wordt haar teveel, ze draait zich om een trekt zich terug in haar kantoortje.

Bulgaren steken al hun geld en energie in de aanschaf van eten. Voor luxe goederen als kleding is geen geld. Als we een fraaie elektronicahandel in de binnenstad bezoeken, staat het personeel duimen te draaien, temidden van stellages vol tv's en koelkasten. Vragen naar verkoopcijfers worden chagrijnig afgedaan. “Nee, we verkopen niks, maar wat hebt u daar mee te maken?”

De verkiezingen, morgen in Bulgarije, bezegelen een belangrijke omwenteling. Het land bevrijdt zich met een vertraging van jaren alsnog van het communisme. Ondanks de scherpe tegenstellingen tussen de socialisten (voormalig communisten) en hervormers, wordt er echter nauwelijks campagne gevoerd, deels omdat het volk de balans al heeft opgemaakt, deels uit geldgebrek. Het land wankelt immers aan de rand van een bankroet.

De enige bijeenkomst in Sofia van enige betekenis de afgelopen weken betrof de lancering van de film '101 Dalmatiërs', waarvoor vorige week in het stadspark enige tientallen witte honden met zwarte spikkels temidden van honderden Bulgaren paradeerden. Het witte mausoleum van de eerste communistische premier van Bulgarije, Georgi Dimitrov, was voor de gelegenheid met zwarte stippen beplakt. Het is echter de vraag wie in dit land voldoende geld heeft om een bioskoopkaartje van een paar dubbeltjes te kopen.

Voor de meeste Bulgaren staat vast dat de Socialistische partij (BSP), die nog altijd een vleugel geharde communisten kent, de schuld is van alle ellende. Na de val van de muur zijn de oud-communisten, dankzij een verdeelde oppositie, vrijwel onafgebroken aan de macht gebleven. Door wel hervormingen te beloven maar alles bij het oude te laten, is het land verarmd, verpauperd en afgegleden naar de laatste positie in Europa, terwijl andere Oost-Europese landen zich met zichtbaar succes aanpassen aan het kapitalisme.

In februari leidde het wanbeleid tot een acute geldcrisis met een vrije val van de lev, de nationale munt. Met een massale staking na weken van demonstreren heeft de bevolking de socialisten begin februari gedwongen de macht uit handen te geven en nieuwe verkiezingen toe te staan. Sindsdien stelt een interim-regering van voornamelijk hervormers met grote slagvaardigheid orde op zaken. Door een strak begrotingsbeleid, waarin de geldstromen krap worden gehouden, wist de nieuwe ploeg onder leiding van de christen-democratische burgemeester van Sofia, premier Stefan Sofijanski, de inflatie, in februari nog 240 procent, terug te dringen naar tien procent in maart.

De populariteit van de hervormers, een anti-communistische alliantie, verenigd in de Unie van democratische krachten (SDS), stijgt nog steeds. Vlak na de val van de socialisten kon de SDS op 48 procent van de kiezers rekenen. Afgelopen week was dat percentage volgens de peilingen al opgelopen naar 64 procent. Een ruime meerderheid in het toekomstige parlement is echter nodig om de noodzakelijke hervormingen door te voeren en met wetten 'onomkeerbaar' te maken.

Tomás G. Muñoz y Oribe, een Amerikaan van Cubaanse afkomst en de directeur van de ING-bank in Sofia, is duidelijk ingenomen met de nieuwe koers van de Bulgaarse regering. Hij begeleidt voor de Nederlandse bank de privatiseringen in Bulgarije en poogt voormalige staatsbedrijven aan de man te brengen. “De zaak komt in beweging. De regering onderneemt actie en wat er nu gebeurt is wat we graag willen zien.” Hij gelooft in een goede toekomst voor het land, als maar consequent wordt vastgehouden aan een hervormingskoers. Hij constateert de laatste weken een toenemende belangstelling van buitenlandse investeerders. “Alleen al door de hoop, die ontstaan is, gaan de zaken beter.”

Op straat merken de mensen daar nog niet veel van. De lev is in waarde gestegen, maar voor de bevolking is dat juist een ramp. Bulgaren hebben in februari hun levs massaal ingewisseld voor dure dollars (3000 lev per dollar) en krijgen er nu maar weer de helft voor terug. Op de markt zijn de zeer hoge prijzen voor levensmiddelen nog nauwelijks gedaald. Voor de kraampjes met brood en eieren staan lange rijen, terwijl de slager niets te doen heeft. Een volk dat vroeger overmatig veel vlees at, is nu veroordeeld tot brood en eieren, aankopen die vrijwel het hele inkomen opslokken. Een worst is te duur. Dat geldt voor vrijwel iedereen. Een middenklasse is er niet. De rijke bovenlaag is flinterdun.

Op de markt wikt en weegt een vrouw van middelbare leeftijd zorgvuldig voordat ze tot een aankoop overgaat. Ze draagt een bontmantel, maar haar permanent is duidelijk aan vernieuwing toe. Ze heeft vandaag alleen een kilo meel en tien eieren kunnen kopen voor achthonderd lev, een gulden, meer dan een dagloon. Veel tijd om naar koopjes te zoeken heeft ze niet. Ze heeft, zegt ze, net als haar man en zovele andere Bulgaren, twee banen om te kunnen overleven. Vooral ambtenaren zijn soms dagen afwezig, omdat ze elders proberen bij te verdienen. De diensten draaien ternauwernood, terwijl er een overmaat aan personeel op de loonlijst staat.

De hoop op verbetering is in Bulgarije zo sterk, dat zelfs harde boodschappen voor lief worden genomen. President Stojanov heeft zijn volk gewaarschuwd dat er nog zware tijden aanbreken als de hervormingen werkelijk van de grond komen, onrendabele staatsbedrijven worden gesloten en andere geprivatiseerd. De nieuwe regering neemt veel moeite om alle prijsverhogingen en belastingmaatregelen goed uit te leggen. Toch houden de oud-communisten vol dat de hervormingen zo'n hoge sociale tol zullen eisen dat de Bulgaren over een jaar weer de straat op zullen gaan en zullen roepen om een terugkeer van de socialistische partij.

Ook de sociaal-democratische parlementariër dr. Petar Dertliev waarschuwt voor harde sociale gevolgen van het nieuwe beleid. “We krijgen hier nu kapitalisme van de ergste soort, harder dan in de dagen vóór Marx.” Dr. Dertliev heeft jarenlang de communisten gesteund en wordt er daarom mee vereenzelvigd. Hij heeft echter op tijd de bakens verzet en heeft uiteindelijke zonder veel enthousiasme gekozen voor het oppositionele hervormingskamp, in zijn ogen niet veel meer dan een mengeling van stadselite en mafia.

Hij propageert nu de middenweg, langzame veranderingen, op basis van groei, een stijgende productie en consumptie. “De emoties zijn te hoog opgelopen. Mensen luisteren niet meer naar rede, hebben geen oog meer voor de middenweg.” Hij heeft veel begrip voor de oudere Bulgaren die volgens hem nog steeds op de voormalige communisten gaan stemmen. “Die mensen hadden werk, eten en een huis. Hun kinderen konden studeren en de dokter was gratis. Allemaal zekerheden die nu ernstig onder druk staan. Geen wonder dat die mensen naar oude tijden verlangen.”

Jaliazko Hristov, chirurg en vakbondsbaas, leidde in februari de staking die uiteindelijk de socialisten uit de macht verdreef. Hij gelooft niet dat het volk volgend jaar uit onvrede weer terug zal verlangen naar de socialisten. Zijn koepel van onafhankelijke vakbonden heeft een soort pact gesloten met de nieuwe regering. De vakbonden praten mee, denken mee en zullen de regering niet hinderlijk voor de voeten lopen, omdat ze overtuigd zijn dat hervormingen noodzakelijk zijn, hoe hard die ingrepen ook zullen zijn.

“De sociale gevolgen van het wanbeleid van de socialisten waren veel erger. Vorig jaar een inflatie van 350 procent. De Bulgaren zijn in korte tijd een paar keer armer geworden. In 1992 kregen mensen een inkomen dat ongeveer 200 gulden waard was. Nu staat een gemiddeld inkomen gelijk aan 20 gulden per maand. Over de noodzaak van hervormingen bestaat nu een consensus van vrijwel alle politieke machten, buiten de socialisten dan.”

Na de 'omwenteling' worden oude praktijken hard aangepakt. De oud-communisten hebben op starre wijze vastgehouden aan de macht. Puur uit eigenbelang. Politici, bankdirecteuren en bazen van staatsbedrijven speelden elkaar de bal toe en wisten zichzelf schaamteloos te verrijken. Zo zijn er vele 'kredietmiljonairs' onstaan. Directeuren van staatsbedrijven, die van bevriende bankdirecteuren een bedrijfskrediet wisten los te praten en daarvan rijk zijn gaan leven, een huis hebben gekocht en dure reisjes gemaakt. Er bleef genoeg over om een bankrekening in het buitenland te openen.

Deze oud-communisten krijgen het moeilijk. De socialistische partij heeft al geklaagd over een heksenjacht tegen 'rooie' directeuren van banken en staatsbedrijven. De regering is vast van plan banken die op grote schaal dergelijke 'oninbare kredieten' hebben uitstaan failliet te laten verklaren en onrendabele staatsbedrijven te sluiten.

De overgangsregering heeft zelfs al maatregelen in gang gezet om eindelijk eens wat belasting te kunnen innen, zodat de berooide staat weer inkomsten krijgt. De meeste Bulgaren hebben nooit een cent belasting betaald. Twee weken geleden heeft de verkeerspolitie een grote actie gehouden in de binnenstad van Sofia. De bezitters van alle dure automerken werden aangehouden en tegen het licht gehouden. Waar ze de auto vandaan hadden, of ze netjes hun belasting betaalden, alles werd nageplozen.

De Bulgaren smullen ervan en zullen dat morgen in het stemhokje laten merken.

mailIcon print |