Lucas Elting weet uit ervaring dat je bezighouden met asielzoekers je niet in de kouwe kleren gaat zitten. De hoofddirecteur van de IND resideert pal achter de torens van de departementen van justitie en binnenlandse zaken, in de Terminal. Maar het zou evenzogoed Waterloo kunnen heten, omdat veel asielzoekers bij het IND hun Waterloo vinden: teruggestuurd, vaak na een lange, maar vergeefse asielprocedure.
Dat is hard, maar Elting is zich er terdege van bewust dat het ook rechtvaardig is. Want wie barmhartigheid wil betrachten, zal de asielzoeker niet alleen onderdak moeten bieden, maar uiteindelijk ook een baan en perspectief voor de toekomst. Zo niet, dan is in zijn optiek de asielzoeker slecht af, maar ook de Nederlandse samenleving die zo met een groeiende tweedeling te maken krijgt.
Anderzijds, wie zich genoodzaakt ziet de barmhartigheid het zwijgen op te leggen, is al gauw geneigd zich te verschansen achter cynisme en daar kan Elting evenmin waardering voor opbrengen: “We zullen nuchter en reëel met het probleem moeten omgaan, met een open oog voor de ethische kanten van het dilemma. De enige manier om je zinnig met het probleem bezig te houden, is je te houden aan de feiten en deze te toetsen aan de regels. Natuurlijk spelen gevoelens daarbij een rol.”
En daarmee ligt de vraag op tafel: wat zijn de feiten die we dienen te respecteren?
Elting: “Welk beleid je ook voert, het zal zich als regel moeten afspelen tussen twee vangrails. Gebeurt dat niet, dan ontspoort het, hetzij naar de ene kant, hetzij naar de andere kant. De eerste vangrail is gegeven met de verdragen van Genève en de mensenrechten. Dat zijn verdragen die Nederland heeft ondertekend en daaraan zijn we moreel en juridisch gebonden. Er zijn geluiden geweest om desnoods de verdragen maar op te zeggen. Gelukkig heeft men ingezien dat dit geen begaanbare weg is. Het werd politiek niet geaccepteerd en het zou uit een moreel en jurdisch oogpunt ook niet verantwoord zijn. Het betekent dat Nederland open moet staan voor een wisselende stroom asielzoekers.”
“De andere vangrail is die van de opnamecapaciteit van een land als Nederland. Wat kan onze samenleving aan? Het Centraal Planbureau schat dat we in 2015 drie miljoen allochtonen hebben. Zijn we er zeker van dat die tegen die tijd goed ingeburgerd zijn? Slagen we erin alle nieuwkomers met een status Nederlands te leren en een beroepsopleiding te geven? Is er voldoende werk voor hen? Of zijn we bezig de tweedeling in de samenleving te verscherpen met relatief welvarende Nederlanders aan de ene kant en een arme, overwegend gekleurde bevolking aan de andere kant? Wat doe je de mensen aan die je hier opvangt? Je kunt ze niet eeuwig in een opvangcentrum laten zitten, met alle kans op hospitalisatie. Of ergens laten verkommeren op een flatje of een doorzonwoninkje in de polder.”
Maar hoe stel je de grens vast van onze opnamecapaciteit? Wanneer is er sprake van een verzadigingspunt? Je kunt wel roepen: 'vol is vol'. Maar feit is ook dat MKB Nederland mensen uit Duitsland wil halen omdat het midden- en kleinbedrijf geen kans ziet zijn vacatures op een comfortabele manier vervuld te krijgen.
Elting: “Ik ben de eerste om toe te geven dat een begrip als opnamecapaciteit voor discussie vatbaar is. Ik krijg ook regelmatig te horen dat we in verband met de vergrijzing de asielzoekers straks misschien hard nodig hebben. Voor de toekomst is dat misschien waar. Nu geldt echter dat in onze justitiële inrichtingen (gevangenissen en dergelijke) allochtonen al oververtegenwoordigd zijn. Nu ook geldt dat we moeilijk werk voor hen kunnen vinden. Het lijkt zo simpel: geef ze een baan in de gezondheidzorg. Daar zitten ze te springen om werkkrachten. Maar je zult je toch ook vooral moeten afvragen wat het betekent voor de vele werklozen en arbeidsongeschikten die we hier hebben. En bovendien moeten mensen die in die sector gaan werken, wel goed verstaanbaar zijn, goed Nederlands spreken. Je kunt het probleem daarnaast ook niet los zien van de ons omringende landen. Zouden wij asielzoekers soepeler, ruimhartiger tegemoet treden dan de buurlanden, dan is de rekensom gauw gemaakt. Dan komt de stroom migranten al snel onze kant op.”
Zeg je daarmee niet hetzelfde als Bolkestein, namelijk dat Nederland ervoor moet waken het afvoerputje van Europa te worden?
Elting: “Nee, dat zeg ik niet. We moeten goed beseffen dat van Europa als geheel een aanzuigende werking uitgaat. Het gaat ons economisch gezien voor de wind. De luxe is ons probleem. Daar zullen we op een verstandige manier mee om moeten gaan en dat betekent dat Nederland zijn asielbeleid zal moeten afstemmen op dat van de buurlanden. We zijn aangewezen op samenwerking.”
Samenwerking met welk doel? Om van Europa een fort te maken?
Elting: “Zelf als je dat zou willen, het is een illusie. Griekenland met zijn honderden eilanden, Italië met zijn lange kustlijn. Je praat over grenzen die niet af te sluiten zijn. Je kunt zelfs de Nederlandse grens niet in de gaten houden. Er is wel geroepen om meer marechaussees aan de grens, zoals onlangs nog toen een golf Irakezen deze kant uit dreigde te komen. Maar daarmee schep je niet meer dan een verbaal soort van veiligheid. Dat is niet reëel. We zullen het evenwicht op een andere manier moeten bewaren. Hoe? We zullen kritisch moeten kijken naar de mensen die zich hier melden. We zullen scherper moeten selecteren en vooral ook sneller knopen door moeten hakken. Zoals de nieuwe regering van Tony Blair zegt: 'het asielbeleid moet fair, firm and fast zijn'. Zeventig procent van de instroom meldt zich met valse documenten of zonder documenten. Ze hangen een vluchtverhaal op, dat aan alle kanten rammelt. Daar zullen we het hoofd aan moeten bieden. Anders vergaat het ons net als destijds met het WAO-debâcle. Dat bezweek onder zijn al te royale doelstelling. Het afgelopen weekeinde heeft het kabinet een paar stevige stappen gezet, waarover de Raad van State nog moet adviseren en het parlement nog moet beslissen. Het gaat erom dat we aan de hand van papieren de identiteit kunnen vaststellen. Ongedocumenteerden zullen scherper worden aangepakt. Wie niet aannemelijk kan maken waarom hij niet over papieren beschikt, wordt afgewezen. De KLM en ook andere luchtvaartmaatschappijen zullen erop worden aangesproken de documenten daadwerkelijk te controleren.”
“Ik weet het, deze strenge aanpak heeft ongetwijfeld als neveneffect dat het aantal vervalste documenten sterk zal toenemen. Het blijft een dynamisch proces, zodat we na verloop van tijd wel weer iets anders zullen moeten verzinnen. Dat is het vak van de uitvoering.”
Nederland zal ook strenger optreden tegen uitgeprocedeerden die niet terug willen; hetzij omdat ze niet kunnen, hetzij omdat ze niet willen. Dat leidde tot een tentactie van hen die niet accepteren dat deze mensen zomaar op straat gedumpt worden. Vorige week vrijdag verdedigde Kok het standpunt dat de overheid op dit punt toch consequent moet durven zijn. Is dat niet spijkerhard?
Elting: “Het is hard. Maar we moeten ons goed realiseren dat we praten over uitgeprocedeerde mensen die desondanks weigeren mee te werken aan hun terugkeer. Dat riep de vraag op: wat is meewerken? Kun je dat in ernst van mensen in nood vergen? Dankzij de commissie-Van Dijk bestaat daar nu meer helderheid over. Wie actief meewerkt, bijvoorbeeld door familieleden te bellen, kan rekenen op steun van de overheid. Wie passief blijft en uiteindelijk ook weigert zijn handtekening te zetten onder bijvoorbeeld laissez passers (reisdocumenten), kunnen we niet langer in een verblijfscentrum onderdak bieden. Dan houdt het op. Dat is hard. Maar het is niet anders.”
Wat verbaast, is dat de politiek er thans weinig moeite mee lijkt te hebben. Hoe je het ook wendt of keert, het blijft een hard verhaal. Je sluit mensen uit. Op grond van welk politiek beginsel is dat mogelijk?
“Nee, die consensus in de politiek verbaast me helemaal niet. Zodra je je op het standpunt stelt dat je mensen niet mag uitsluiten, ontstaan er ook grote problemen. Toepassing van een dergelijk beginsel betekent dat je veel last krijgt. We zitten nu eenmaal met het gegeven dat een derde van de wereld betrekkelijk luxe kent en twee derde niet. Het luxe deel wil wel helpen, maar het wil hier tegelijk ook de boel beheersbaar houden. Dat lijkt me reëel, want met een chaos hier zijn de armen ook niet geholpen. Dit harde, maar rechtvaardige beleid kun je dus verdedigen op grond van het principe: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”
Dat klinkt mooi, maar wie hier aan de poort aanklopt, zal van zijn kant zeggen dat je hem ook niet mag aandoen wat je jezelf in vergelijkbare omstandigheden niet zou toewensen.
Elting: “Toch blijf ik erbij. Je zou nog kunnen rederen: zet de grenzen maar open voor mensen die hier een eigen boterham verdienen. Dat roept echter onmiddelijk de vraag op: waarom de zwakke broeders dan niet? Daarmee zou je het recht van de sterkste honoreren. Bovendien loop je hier het risico van een gigantische verdringing op de arbeidsmarkt. Mensen hier hebben een sociaal arrangement opgebouwd, waarmee veel geld gemoeid is. Daar blijft geen spaan van heel als je iedereen in de gelegenheid stelt daarvan te profiteren. Nee, hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat het asielbeleid zich alleen maar kan en mag afspelen tussen twee vangrails. We hebben gelukkig goede toetsingscriteria op grond waarvan de echte vluchteling geselecteerd kan worden. De echte vluchteling, die vervolgd wordt, mag blijven komen.”
Maar zelfs onder dat beslag kun je je nog afvragen of het zo fraai toegaat. Twee, soms drie jaar te moeten duimendraaien alvorens helderheid wordt verschaft over je lot, is hemeltergtend. Bovendien: waarom het zwaartepunt gelegd op de politieke vluchteling, terwijl het in werkelijkheid vaak gaat om mensen in nood? Daar zou je toch een politiek debat over kunnen hebben?
“Dat debat is ook maar betrekkelijk. Die lange procedure is vaak een gevolg van de verwerkingscapaciteit van het systeem. Het systeem functioneert als een buffer. We vangen mensen op. Soms zijn dat er veel, soms minder en dat veroorzaakt fricties. Zoals gebrek aan opvang en voorraden van onverwerkte aanvragen. Het heeft ook te maken met dingen die we niet in de hand hebben. Soms blijkt het onverantwoord om mensen terug te sturen. Dan ligt een voorlopige vergunning tot verblijf voor de hand, voor zolang het duurt. Daardoor groeit de instroom als regel wel. Soms ook is er onzekerheid over de veiligheidssituatie van het land van herkomst. Je kunt wel zeggen: geef die mensen in die tussentijd een baan. Maar dat moet je ook nog maar zien te organiseren. Bovendien schep je al gauw verwachtingen die de latere terugkeer belemmeren. Meestal zit er weinig anders op dan het verblijf hier voor hen zo draaglijk mogelijk te houden. Vlekkeloos is anders.”
Misschien helpt het als de zogenaamde ambtsberichten wat minder verwarrend zouden zijn?
Elting: “Daar worden iedere keer geweldige discussies over gevoerd. Maar ik kan je verzekeren dat onze mensen en die van buitenlandse zaken naar beste vermogen rapporteren over de veiligheid van landen. Onze rapporten lopen ook nauwelijks uit de pas met die van andere landen. Soms ook is het onbegonnen werk. Iemand zegt gevangen te hebben gezeten. Maar op zichzelf zegt dat nog niets over zijn veiligheid bij terugkeer. Het zou pas link voor hem zijn als hij op de politieke afdeling van die gevangenis had gezeten. Een terugkeer is nooit helemaal zonder risico's, zoals Trouw onlangs nog berichtte. Dat is onvermijdelijk. Er is geen honderd procent garantie van veiligheid te geven. De beste garanatie zit in onze zorgvuldige asielprocedure. Wie echt vervolgd wordt, wordt niet teruggestuurd. Soms stuur je mensen terug en moet je maar afwachten hoe het afloopt. In een groot land als Iran kan veel gebeuren. In Zambia is het nog droeviger gesteld. Je kunt nog waarnemen hoe iemand veilig het vliegveld verlaat. Voor het overige moet je maar afwachten.”
Je zou natuurlijk teruggestuurde mensen actiever kunnen helpen in eigen land iets op te bouwen. Bijvoorbeeld door hen wat geld te geven.
Elting: “In een aantal gevallen is dat zeker een oplossing. Zijn we ook mee bezig. Het aantrekkelijke is ook dat je mensen zo voor een afgang kunt behoeden. Hun familie heeft vaak veel geld geïnvesteerd in de reis hierheen. De verwachtingen zijn hoog en dan komen ze berooid terug. Met landen als Ethiopië en Angola hebben we overeenkomsten over terugkeerprojecten. Over kansen voor asielzoekers om in het thuisland iets op te bouwen. Dat moeten we zeker blijven proberen.”
“Maar er zit ook een grens aan. Om het plat te zeggen: de migrantenstromen zijn voor sommige criminele organisaties vaak big business. Sri Lanka raakt jaarlijks miljarden guldens kwijt, omdat zijn inwoners voor fabuleuze bedragen, soms tussen de twintig- en vijftigduizend dollar, in Europa hun geluk willen beproeven. Ook in Irak worden er flinke bedragen neergeteld. Ik neem dat de individuele asielzoeker niet kwalijk. De asielzoeker is vaak ook een calculerende burger. Omgekeerd dwingt het ons ook een grens te trekken. Fair, firm and fast. In het belang van mensen die echt hulp behoeven.”
Elting is een Drent van geboorte. Hij herinnert zich hoe de migratie van Drentenaren in de jaren vijftig problemen opriep in het westen. Hij besluit daarom met de laconieke constatering: “Migratieproblemen zijn van alle tijden. We zullen verstandig en zakelijk mee moeten leren om te gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.