*

 
dossier

Archief

Strenge schifter van feit en fictie

Jaap de Berg − 10/12/99, 00:00

Dat Trouw nooit de geschiedenis vertekent, lijkt me sterk. Sterker nog: het is onwaar. Dit stemt tot mildheid jegens wie op zijn beurt de geschiedenis van Trouw vertekent. Maar niet tot berusting.

Het publiek van Metro vernam deze zomer dat gedurende de jaren zestig Trouw en de Kwartet-bladen - die met Trouw zouden fuseren - zondagssport weerden. De bron was Richard Matthijsse, een hoge Haagse voorlichtingsambtenaar en oud-medewerker van Trouw's sportredactie. Hij trof het slecht. Zijn column viel in handen van een eindredacteur van deze krant die feiten en 'feiten' pleegt te benaderen met precies die genadeloze mengeling van wantrouwen en verificatiedrang die koningin Beatrix zo gaarne ziet.

Columnist Matthijsse schreef over een 'gewetensconflict' in de boezem van Trouw, wanneer kunstschaatster Sjoukje Dijkstra op zondag triomfen vierde. De redactie moest dan een list verzinnen. Zo kwam ze in een maandagkrant op deze ,,spitsvondige oplossing: 'Sjoukje Dijkstra is Europees kampioen geworden, nadat ze daar zaterdag een hechte basis voor had gelegd''.

Nonsens, constateerde Trouw's eindredacteur na archiefonderzoek. In de jaren zestig behaalde Sjoukje zondags minstens eenmaal een Europese titel (1960) en eenmaal een mondiale (1963). Van beide prestaties maakte Trouw gewag, zij het de eerste keer in een bericht waarvan toon en omvang niet de indruk wekten dat de redactie door begeestering werd geteisterd.

In 1963 waren de remmen losser. In een forse, met lof gelardeerde tweekolommer vernamen de lezers op maandag 4 maart dat de 21-jarige Amstelveense haar wereldtitel de dag tevoren had behouden en nog diezelfde avond een telegrafische gelukwens had ontvangen van 'Z.K.H. prins Bernhard'.

Matthijsse deed het ook voorkomen alsof Trouw en het Kwartet in hetzelfde decennium, waarin her en der tradities met de reinigingsdienst werden meegegeven, geen weet wilden hebben van de Tour - behalve wanneer er doden of gewonden vielen.

Het is waar dat Trouw een van die ongelukken (in 1964) lokaliseerde op het parkoers van ,,de Ronde van Frankrijk, een wielerwedstrijd die elk jaar omstreeks deze tijd wordt gehouden''. Ik haal, in tegenstelling tot Metro's columnist, de letterlijke tekst aan. Maar het is onzin dat citaat symbolisch te noemen voor ,,de worsteling van de christelijke media in die tijd om zich niet helemaal van de werkelijkheid te vervreemden''. De opsteller van het bericht was een jonge, ietwat rebelse bureauredacteur, nu schrijver van deze brief. Zo hij al worstelde, dan alleen met zijn hoofdredactie, met wier weigering om de Tour entree te geven tot de sportrubriek hij bedektelijk de spot dreef.

In het jaar daarop, 1965, ging Trouw door de bocht. In een pastoraal commentaar - ,,wij hopen dat (de lezers) hun kritische zin zullen bewaren'' - werden de eerste verslagen aangekondigd van de Franse 'sport-kermis'. De sportredactie gaf aan dat begrip al spoedig een inhoud waarmee de lezers al via andere media vertrouwd waren. 'Onze speciale verslaggever FRANS NYPELS' bejubelde op een maandag in 1968 'de andere Jan Janssen', die hij op 'de heilige wielergrond' van Roubaix had zien sprinten.

De column bevatte meer kletsica. De strekking kwam erop neer dat Trouw en de Kwartet-bladen destijds wereldvreemde sufferdjes waren, die alleen huppelden van zielevreugd wanneer een prinsje het levenslicht zag. Zo zou Kwartet-hoofdredacteur Diemer in 1968 de geboorte van prins Maurits hebben begroet met: 'Onze vreugde tart elke beschrijving'. Het hoofdartikel in kwestie bleek niet onvindbaar. Het citaat wel.

Geheugenzwakte kan niet alleen een (oud-)journalist parten spelen, maar ook een hooggeleerde pershistoricus. Bij een recente promotie verkondigde prof. dr. J. M. H. J. Hemels dat de NRC haar lezers nooit had aangeraden op de VVD te stemmen. Ook hij had het ongeluk dat onze alleen in strikt journalistieke zin ongelovige Thomas zich onder zijn gehoor bevond. Die repte zich naar de leggers. En jawel, de NRC deed in elk geval in 1962 en 1967 wat de hoogleraar zich niet kon herinneren, de eerste keer zelfs onder vermelding van de lijstnummers per provincie.

Er zijn ergere gevallen van onwillekeurige geschiedvervalsing denkbaar dan deze. Maar wie schijnbaar kleine dwalingen negeert, mist al spoedig de scherpte om grote te onderkennen. Hulde daarom aan Leen de Ruiter, want zo heet de onverbiddelijke schifter van feit en fictie aan wie de stof voor deze brief is te danken. Helaas wacht hem weldra de vut. We hopen de schade te beperken.

mailIcon print |