PARIJS (ANP) - De 1300 Franse radiostations zijn sinds vorige week verplicht om tussen half zeven 's ochtends en half elf 's avonds tenminste 40 procent Franse chansons uit te zenden tijdens hun muziekprogramma's. Dat is het gevolg van een twee jaar geleden aangenomen wet, bedoeld om Frankrijk en het Frans voort te stuwen in de vaart der volkeren en Engelstalige produkties buiten de deur te houden.
'Frankrijk is een groot land en Chirac is een grote president. Op de plaats, rust!', luidde het cynische commentaar van het dagblad Libération. De hele Franse pers fronst overigens de wenkbrauwen bij dit nieuwe, als goedkoop en onnodig beschouwd, nationalistisch wapengekletter.
Vooral de popzenders in Frankrijk zijn allerminst ingenomen met de nieuwe regeling. De vraag en de belangstelling naar Engelstalige muziek is groot, net als die naar de Noordafrikaanse raï of rap. En er is keus genoeg.
Met het aanbod van Franse muziek is dat niet het geval. Om de dagelijkse programma's volgens de letter van de nieuwe wet te vullen, zouden de radiozenders vrijwel voortdurend het hele beschikbare repertoire af moeten werken.
Zo dreigt een soort eenheidsworst te ontstaan: alle muziekzenders zijn dan immers verplicht vier uur op de tien hetzelfde de ether in te sturen. Om dat te voorkomen stipuleert de nieuwe wet dat de helft van de verplichte Franse nummers gewijd moet zijn aan nieuwe talenten. Ook dat jaagt de programmamakers op de kast. Die zijn bang voor kwaliteitsverlies.
Rotzooi
“Acht op de tien nieuwe talenten brengen gewoonweg rotzooi. We peinzen er nu niet over dat na een auditie de lucht in te gooien. En als één van de twee overblijvers het een paar maanden volhoudt vóór hij of zij in de vergetelheid raakt, is dat een record. Moeten we nu de normen verleggen en een goed deel van de zendtijd overlaten aan snotterende tienerliefdes of zingende huismoeders achter hun wasmachine?” vroeg een van hen zich voor de televisie af. En hoe moet het met verzoekplatenprogramma's?
Niet naleven van de nieuwe regels kan radiostations duur komen te staan: van hoge geldboetes tot intrekking van de zendvergunning. Een Hoge Raad voor de Audiovisuele Wereld (CSA) houdt daar toezicht op. In de praktijk kan die raad maar 30 zenders van de 1300 volgen. Daarover is uiteraard ook het nodige gekrakeel ontstaan: de straffen dreigen immers niet voor iedereen gelijk te zijn. Parijse en landelijke zenders liggen veel meer in het schootsveld van die CSA dan provinciale of lokale radiostations. Een efficiënte en gelijkmatige controle lijkt onmogelijk.
Wat voorts te denken van themazenders met jazz of rap als hoofdschotel? Een echt Franse produktie is er nauwelijks. De achterliggende gedachte is dat die er wel komt, omdat er een gigantische Franse-talentenjacht op gang wordt gebracht. Bij de televisie en in de filmwereld bestaat een dergelijke regeling al een paar jaar. Resultaat: televisiestations worden gedwongen Franse films te (co)produceren. Daar geldt dat 60 procent van de uit te zenden films van Europees origine moeten zijn, waarvan 40 procent oorspronkelijke Franse films. Om aan die voorwaarden te kunnen voldoen, heeft het Franse betaalnet Canal+ de afgelopen jaren zo vrijwel de hele Franse produktie op moeten kopen. Het heeft voor bijna een kwart bijgedragen aan de financiering van Franse films.
Het Franse chanson heeft, net als de Franse film nog steeds een reputatie in de wereld. Maar de tijd dat Brigitte Bardot met haar films en chansons Frankrijk méér deviezen opleverde dan de Renault-autofabrieken, is voorbij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.