Deze week praat de Tweede Kamer door over de vraag of er een stadsprovincie Rotterdam moet komen. Maar een ieder weet dat die discussie van verderstrekkende betekenis is. Want het is gewoon ondenkbaar dat er in andere regio's zoiets als een stadsprovincie komt, als het wetsvoorstel over de Rotterdamse regio schipbreuk lijdt.
Er staat de komende dagen dus veel op het spel. De Kamer heeft een oordeel uit te spreken over het bestaansrecht in dit land van een rechtstreeks gekozen regionaal bestuur. Plannen voor zo'n bestuurslaag zijn er de afgelopen decennia genoeg geweest, experimenten ook. Het openbaar lichaam Rijnmond is wel het meest spectaculaire voorbeeld. Maar ook rond Eindhoven en in Twente likken sommigen nog de wonden. Tot nu toe wil het maar niet lukken met de vorming van levenskrachtige regionale besturen.
Dat daar ook nadelen aan vastzitten, mag blijken uit de actuele discussie over de provinciale politie. Want bestonden er sterke regionale besturen, al of niet in de vorm van stadsprovincies, dan was een paar jaar geleden bij de hervorming van de politieorganisatie de bestuurlijke verantwoordelijkheid daarvoor ongetwijfeld op dat niveau gelegd. Het is daarom pikant dat deze week het rapport van de enquêtecommissie over de IRT-affaire uit komt. Want het valt niet uit te sluiten dat er een pittige beoordeling in staat over de bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling voor de politie. En dat zal de minister van binnenlandse zaken, die een voorstander is van de provinciale politie, niet slecht uitkomen. Een stevige koppeling tussen de discussie over de provinciale politie en over de stadsprovincie is door hem dan snel gemaakt. En wat mij betreft is dat volkomen terecht. Want naast de algemeen erkende argumenten op het terrein van economie, ecologie, vervoer en huisvesting om tot een rechtstreeks gekozen regionaal bestuur te komen is dat van het toezicht op de politie zeker ook een sterk punt.
Wie vervolgens de uitslag van de referenda, die in Amsterdam en Rotterdam zijn gehouden, serieus neemt en dus die steden niet opdeelt, ziet mogelijk het begin van de oplossing. Want dan overheerst vooral de vraag over de omvang van de stadsprovincie. Voor Rotterdam is die de vorige week in de Kamer terecht aan de orde gesteld. En voor Amsterdam ligt die vraag er ook. Een uitbreiding met het Noordzeekanaalgebied is eigenlijk onontkoombaar. Dat je dan uitkomt bij het opsplitsen van provincies is vervolgens evenzeer onontkoombaar. Maar dat moet je dan in samenhang doen voor de gehele randstad, inclusief Flevoland. Het vorige kabinet heeft er bewust voor gekozen om het niet in samenhang te doen. Dat leek toen wijs. Vandaar dat er nu een wetsvoorstel ligt dat alleen over de wenselijkheid van een gekozen regionaal bestuur gedaan moet worden.
Hoe de uitspraak er ook uitziet, ik hoop van ganser harte, dat die er snel komt. Want laten we ophouden nog meer energie te steken in bestuurlijke hervormingen, als die toch niet doorgaan of teruggedraaid worden. Hoeveel tijd zijn we met z'n allen de afgelopen jaren niet kwijt geweest met al dat gedoe? Hoeveel tijd hadden we niet extra kunnen besteden aan de oplossing van de inhoudelijke vraagstukken?
In Bos en Lommer stellen we ons die vragen bij herhaling. Ik neem aan dat het elders niet anders is. Als dat deze week in de Tweede Kamer ook gebeurt, kan een heldere beslissing niet lang uitblijven, de provinciale en lokale gemeenschappen, zowel burgers als bestuurders, wachten daar met spanning op. Die gemeenschappen hebben er overigens wel recht op bij een negatieve uitslag te horen hoe de Kamerleden denken dat de grootstedelijke problematiek dan moet worden opgelost.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.