*

 
dossier

Archief

Volgend kabinet moet een miljard uittrekken voor levenslang leren

Door: redactie − 28/01/98, 00:00

Van onze onderwijsredactie DEN HAAG - Een volgend kabinet moet jaarlijks tot ruim een miljard gulden uittrekken voor levenslang leren door iedere Nederlander. “De tijd dat je de schooltas buitenhing en klaar was met school, is voorgoed voorbij.”

De leerplicht gaat gelden vanaf vier in plaats van vijf jaar. Bedrijven die jaarlijks investeren in scholing van het eigen personeel, krijgen een keurmerk. Leraren krijgen prestatieloon. Ze worden bijgeschoold en hoeven daarvoor minder uren voor de klas te staan.

Dat staat in het programma 'Een leven lang leren' dat de ministers Melkert, Ritzen en Wijers gisteren presenteerden. Het kabinet is inmiddels akkoord met de voorstellen, waarin vooral de opvolgers van de huidige ministers aan het werk worden gezet. Ruim zevenhonderd miljoen tot bijna 1,2 miljard moeten ze jaarlijks vrijmaken voor levenslang leren.

Uit de jaarlijkse onderwijsbijlage die deze krant vandaag presenteert, School en Beroep, blijkt dat levenslang leren op grote problemen kan stuiten. Zo is er een rechtenstudent die pas aan zijn opleiding begon nadat hij jarenlang had gewerkt: “De studie is dan interessanter, maar het is wel zuur dat iedereen praat over levenslang leren, terwijl ik geen studiebeurs krijg omdat ik ouder dan 27 jaar ben.” Ook blijkt dat de toename van 'flex-werk', zonder vast arbeidscontract, bedrijven ontslaat van de verplichting werknemers bij te scholen. Uitzendkrachten die langer dan anderhalf jaar ergens werken, krijgen recht op scholing, maar anderen niet. “Ik kan wel zelf van alles gaan aanschaffen en cursussen volgen, maar over een half jaar is dat alweer verouderd”, zegt een modestyliste die niet meer aan de bak komt sinds ze de ontwikkelingen op computergebied miste.

- Vervolg op pagina 3

Levenslang leren VERVOLG VAN PAGINA 1

De extra honderden miljoenen tot ruim een miljard - hoe groter de economische groei, des te hoger de uitgaven aan levenslang leren - worden ongeveer gelijk verdeeld over drie gebieden: mensen die werk zoeken of hebben, jongeren met achterstand en leraren. Mensen die werken en werkzoekenden moeten meer dan nu worden bijgeschoold. “De veranderingen in bedrijven gaan zo snel, daaraan moet je iets doen”, zegt Wijers. De minister van economische zaken verwacht van ondernemingen ook een forse bijdrage - 'een paar miljard gulden' - aan de plannen. Dit komt bovenop het geld dat bedrijven al besteden aan scholing. Om ze te stimuleren wil hij bedrijven die structureel investeren in 'employability', de inzetbaarheid van werknemers, een keurmerk geven. En werknemers moeten meer mogelijkheden krijgen om cursussen te verrekenen met de belasting. Dit maakt al onderdeel uit van de belastingplannen van het kabinet. “De tijd dat je je examen haalde en je schooltas buitenhing, is echt voorbij”, aldus Wijers. Hij wil ook 'assessment centers' oprichten waarin mensen hun vaardigheden kunnen laten onderzoeken, wat ze daarna kunnen gebruiken bij het zoeken naar een baan. Als je iets kunt maar geen diploma hebt, maak je op deze manier toch kans.

Minister Melkert van sociale zaken wil met het geld onder meer zorgen, dat alle werklozen die zich bij het arbeidsbureau melden en die extra scholing nodig hebben, deze ook daadwerkelijk krijgen. Volgens Melkert betreft dit nu een groep van honderdduizend mensen per jaar, waarvan een kwart niet wordt geholpen. Ook bijstandsmoeders met kinderen onder de vijf jaar die zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht, krijgen alvast bijscholing, mits dat de opvoeding van hun kinderen niet doorkruist. Ook voor ouderen, gehandicapten en mensen met zorgtaken moet levenslang leren gewoon worden. “We moeten ook nog eens extra kijken naar werklozen die we eigenlijk al hebben opgegeven wat bijscholing betreft”, aldus Melkert.

Opvoeding

Het tweede gebied waar het kabinet zich op richt is onderwijs aan mensen met een achterstand. Het plan trekt meer geld uit voor opvoedingsondersteuning aan Nederlandse en allochtone kinderen die op achterstand dreigen te raken.

De meeste jonge kinderen gaan naar school als ze vier zijn, een kleine groep pas op vijfjarige leeftijd. “Bijna altijd zijn dit de kinderen die later achterstand oplopen”, aldus Ritzen. Het kabinet wil daarom de leerplicht verlagen van vijf naar vier jaar. Ritzen wil ook de vernieuwingen van de bovenbouw van havo en VWO - het zogeheten studiehuis, waarin tieners zelfstandig leren werken - uitbreiden tot het begin van deze opleidingen. Schoolverlaters moeten nauwlettend in de gaten worden gehouden en bijscholing krijgen. Iedere leerling, ook universitaire studenten, moeten al tijdens hun opleiding in contact komen met de praktijk.

Een fors gedeelte van het geld is bestemd voor het derde terrein, de employability van leraren. Ze moeten meer worden bijgeschoold, onder meer achter de computer. Er komt een docentenregister, waarin een leraar alleen blijft ingeschreven als hij bijles neemt. Ritzen denkt ook aan prestatieloon voor leraren: wie een zwaardere taak heeft met meer verantwoordelijkheden, krijgt meer geld. In ruil daarvoor hoeven docenten wekelijks minder lesuren te geven, vooral op de middelbare school waar de werkdruk internationaal gezien zeer hoog is. Ritzen weigerde gisteren te noemen hoeveel uur minder - morgen staken leraren die in het voortgezet onderwijs van 28 naar 26 wekelijkse lesuren willen.

- Meer nieuws in de bijlage

mailIcon print |