GJOVIK - Op de top van Hovdetoppen staat een mooie witte villa, Belvedere. Zo'n klassiek droomhuis, gebouwd in 1911, met een wat een Grieks aandoende entree. Het echtpaar Aud en Odd M. Pedersen geniet er van de oude dag. Het uitzicht op het Mjosameer is prachtig. En de weldadige rust is weergekeerd, nadat twee jaar lang hijskranen en af en aan rijdende containers het straatbeeld aan de voet van de berg bepaalden.
Sinds 1 april 1993 wonen Aud en Odd M. Pedersen 'bovenop' de Olympiske Fjellhall, de mooiste postmoderne ijshockey-accommodatie die de aardbol kent. Mocht er een atoombom vallen op Noorwegen, dan zijn ze bovendien in de buurt van de grootste schuilkelder van het land. En ze kunnen familie, vrienden en kennissen uitnodigen voor een kijkje in de grootste, voor publiek toegankelijke grot ter wereld. Na een 110 meter lange entree, noden ze hun gasten in een hal van 91 meter lang, 61 meter breed en 24 meter hoog. Ze kunnen er bij vertellen dat er 240 000 kubieke meter rots is weggeblazen om het architectonische kunststukje te verwezenlijken. Er was 170 ton springstof nodig om de benodigde ruimte in het massief te creeren. Het gaf wat rumoer, maar er viel mee te leven. Het heeft wel wat, na de 27ste februari te kunnen vertellen dat de mondiale ijshockeytop bij jou in de kelder heeft gespeeld. Door de uitholling zakte de bodem van het huis vier tot zes millimeter in. Iedere maand komt er 0,01 millimeter bij, maar een onverschrokken Pedersen zegt geen instortingsgevaar te vrezen.
Belvedere is geen toeristische trekpleister in Gjovik, dat als ijshockeystad zijn aandeel in de Winterspelen levert. Olympiske Fjellhall is het des te meer. Sinds de opleverdatum namen al meer dan een kwart miljoen nieuwsgierige Noren een kijkje in het technologische en architectonische wonder, een gemiddelde van duizend per dag. Het is er verder een paradijsje voor archeologen. In vitrines staan de negen steensoorten - met name gneis - uitgestald, waaruit het uitgebraakte puin was samengesteld. De bouwmaatschappij GOA (Gjovik Olympiske Anlegg) is fier op het 35 miljoen gulden kostende pronkstuk. “Meer dan 1500 miljoen jaar bouwervaring is in de creatie van de rotshal geinvesteerd”, klinkt het nogal pretentieus in een wervende folder. Moeder Natuur deed het voorwerk, GOA maakte het karwei in ruim twee jaar af.
Marketing manager Eli Sveen vertelt welke overwegingen ten grondslag hebben gelegen aan de constructie van een rotshal. “In de eerste plaats de centrale ligging. Maar minstens zo belangrijk is dat het 'verstoppen' van een hal in een grot de natuur en het landschap ten goede komt. Verder zijn de onderhouds- en exploitatiekosten relatief laag en hadden we voorzien dat de hal een grote toeristische trekpleister zou worden.” Het idee om een deel van het Olympisch ijshockeytoernooi in een berg af te werken, lag naast de deur. In Hovdetoppen was al wat steen weggeblazen om er een zwembad en een postkantoor te kunnen vestigen. “Met de ijshockeyhal erbij hebben we ineens de grootste openbare grot ter wereld in Gjovik”, legt Sveen uit. “In Finland staat ook een dergelijke accommodatie, maar die is slechts 41 meter breed. Eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen dat u nu niet in de grootste grot ter wereld staat. In Rusland en de Verenigde Staten zijn grotten van nog grotere afmeting, maar die worden uitsluitend voor militaire doeleinden gebruikt.”
Beheersbaar
Met de constructie was, zoals gezegd, 137 miljoen kronen gemoeid, maar GOA speelde handig in op enkele Noorse subsidieregelingen om het 'kostenplaatje' nu en in de toekomst beheersbaar te houden. Door er ook een schuilkelder van te maken, voldeed de staat zonder morren 25 procent van de nota. De geinde investeringspremie is een uitvloeisel van een ambitieus programma het land van zoveel schuilkelders te voorzien, dat alle 4,3 miljoen Noren bij nucleaire rampen er hun toevlucht kunnen zoeken. De montage van twee grote, rode stalen deuren (met een gewicht 30 ton) was de extra investering wel waard. “Als er op 180 meter van de hal een atoombom ontploft vergelijkbaar met die die in 1945 op Hiroshima viel (veertien kiloton - red.), overkomt de mensen in de hal niets”, garandeert Sveen. Drie dagen lang althans, want voor die termijn ligt er voedsel in de schuilkelder opgeslagen. Hoe het daarna verder moet, weet ze ook niet.
Door de hal voor Olympisch gebruik te bestemmen, berekende de Noorse regering ook geen rentelasten, toch al gauw 23 miljoen gulden. De exploitatiekosten worden verder gedrukt door de lagere energielasten. In vergelijking met een gewone ijshockeyhal kan bijna de helft aan brandstof worden bespaard.
Het lijkt een mooi reclamepraatje, maar Sveen ziet echt reele mogelijkheden om Olympiske Fjellhall te integreren in de Opplandse en Hedmarkse samenleving. Goed, de 5800 zitplaatsen zijn lang niet nodig om de fans van de plaatselijke derde-divisieclub te stallen, maar als congrescentrum, dinerzaal voor grote groepen en muziekhal met hoge akoestische kwaliteit kan de grot na de Spelen uitstekende diensten bewijzen. Het probleem, iets dat voor praktisch alle Olympische accommodaties geldt, is het dunbevolkte achterland. Gjovik telt zo'n 13 000 inwoners. In de wijde omgeving wonen er nog geen 200 000. De Noorse ijshockeybond is al teruggekomen op het idee het nationale trainingscentrum in de nieuwe hal te vestigen. De afstand tot Oslo (120 kilometer), af te leggen over een tweebaansweg, wordt als te groot ervaren.
Het angstvisioen van morgen is de doem van de meest geavanceerde opbergruimte van de wereld die in de ogen van zwartkijkers boven Hovdetoppen komt te hangen.
Eli Sveen zou niet weten waarom ze de toekomst zo pessimistisch tegemoet moet zien. “Doordat de hal net als alle andere Olympische accommodaties nu al is afgeschreven, moet het mogelijk zijn de exploitatie sluitend te krijgen. Een voorraadschuur of bergplaats, in theorie zou het kunnen. Maar ik denk niet dat ze die 240 000 kubieke meter rots er weer in stoppen.” Het tot gruis vermalen gneis heeft trouwens al zijn - milieuvriendelijke - bestemming gevonden. Van het materiaal zijn parkeerplaatsen bij de Olympische complexen en fietspaden langs het Mjosameer, het grootste van Noorwegen, aangelegd. Bovendien denkt een pas opgerichte tak van de 'Norwegian Trade Council' in economisch opzicht goede sier met het technologische paradepaardje van Scandinavie te kunnen maken. De Zuidkoreaanse autofabrikant Hyundai heeft zich als eerste gemeld om de in Gjovik opgebouwde know how te gebruiken.
1500 miljoen jaar ervaring is tenslotte niet niks.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.