AMSTERDAM - Zorgverzekeraar ZAO heeft enige tijd geleden een telefoonlijn voor informatie over wachttijden opengesteld voor huisartsen en bedrijfsartsen. De wachttijdtelefooon wordt gemiddeld twee keer per week gebeld.
Doorgaans lukt het om een ander ziekenhuis te vinden, waar de patiënt eerder terecht kan. “We bellen vaak eerst naar het ziekenhuis waarnaar de patiënt is verwezen, om te kunnen beoordelen of de opgegeven wachttijd aanvaardbaar is of niet. Zo'n telefoontje werkt vaak al als een signaal naar het ziekenhuis.”
Iedere maand houdt zorgverzekeraar ZAO de stand van de wachtlijsten bij van de poliklinieken van de ziekenhuizen in Amsterdam en omstreken. Vooral oogheelkunde en orthopedie, traditioneel de specialismen met de langste wachtlijsten, hebben de aandacht van ZAO. Een overzicht van wachttijden bij dagbehandeling of opnameafdelingen van ziekenhuizen heeft ZAO niet. Ziekenhuizen willen deze informatie niet geven, zolang er geen eenduidigheid is in het gebruik van de term 'wachtlijst.'
Adviserend arts Alette Brunet laat zien hoe het er voor staat met oogheelkunde. De poli van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, vestiging Prinsengracht, heeft een wachttijd van vijf dagen. Bij de polikliniek van het AMC kan nu pas na drie à vier maanden een afspraak worden gemaakt met de oogarts. Een opmerkelijk verschil.
De polikliniek oogheelkunde aan de Prinsengracht is vrij nieuw. Nog niet veel verwijzende huisartsen hebben de weg naar deze kliniek gevonden, vandaar de korte wachttijd. Academische poliklinieken hebben, mede doordat zij relatief meer patiënten met gecompliceerde aandoeningen hebben, een langere wachttijd dan andere ziekenhuizen.
Dankzij die verschillen in de lengte van de wachtlijsten kan een zorgverzekeraar nog iets doen voor individuele verzekerden, die zo snel mogelijk naar de specialist willen. Wanneer alle wachttijden even lang waren, viel er niets te bemiddelen.
Onlangs wist Alette Brunet te regelen dat een moeder met een sterk vermagerd kind met een eetprobleem, die in het ene ziekenhuis twee maanden zou moeten wachten voordat de kinderarts tijd had, de dag erna in een ander ziekenhuis terecht kon.
“De wachttijden zijn heel verschillend, maar ze blijven over het geheel genomen wel steeds ongeveer even lang. Dat betekent dat de capaciteit in principe voldoende is”, stelt Alette Brunet vast. Dus wanneer een wachtlijst eenmaal is weggewerkt, zal er nooit meer een ontstaan?
Zo blijkt het niet te liggen. Wachtlijsten zijn ook ergens goed voor. Bijvoorbeeld om de specialist een extra argument in handen te geven bij het onderhandelen met de ziekenhuisdirectie over het gebruik van de operatiekamer. “OK-tijd is een schaars goed in ziekenhuizen”, weet Leo Schneemann, beleidsmedewerker bij ZAO.
Dus dan zou het inrichten van meer operatiekamers de oplossing zijn voor het wegwerken van de wachtlijsten?
Nee, ook dat is te simpel gezegd. Om te investeren in een nieuwe operatiekamer, moet een ziekenhuis een deel van zijn budget reserveren en dat gebeurt niet altijd. Bovendien heeft het ziekenhuis niet altijd de ruimte om het bestaande OK-complex uit te breiden.
De wachttijd-informatielijn van ZAO helpt wel voor het sneller plaatsen van die ene patiënt, maar draagt niet bij aan het bekorten van de wachttijden in het algemeen. Daarvoor is iets groters nodig, een project, blijkt uit eerdere ervaringen van de zorgverzekeraar.
De wachttijden telefoon is niet het eerste of enige initiatief van zorgverzekeraar ZAO om de wachtijden voor patiënten te bekorten. Eerdere initatieven waren gericht op open-hartoperaties en op de behandeling van cataract of grijze staar. In beide gevallen duurde het een aantal jaren voordat de wachtlijsten waren teruggebracht tot een aanvaardbare lengte. De initiatieven rond de open-hartoperaties bestonden onder meer uit het vaststellen in overleg met de artsen, van de maximaal aanvaardbare wachttijd. Bovendien bood de verzekeraar het benodigde budget hiervoor. Tenslotte werd informatie verspreid over de wachttijden bij betrokken artsen en verwijzers.
De wachttijd voor cataract-patiënten die op een operatie wachtten was in 1993 opgelopen tot een tot anderhalf jaar. “In de tijd dat zij op een operatie wachtten werden de mensen blind. Dat kwam na die operatie wel weer goed, maar dit was natuurlijk niet meer aanvaardbaar,” zegt Leo Schneemann.
Een van de problemen was dat lang niet alle oogartsen de mogelijkheden hebben een cataract-operatie te doen. ZAO vond na enig zoeken oogarts Kok van de privékliniek Jan van Goijen bereid een aantal patiënten over te nemen. De verzekeraar sloot een contract met hem en nu doet Kok 1500 cataract-operaties per jaar, waarvan 600 voor ZAO-verzekerden.
De wachtlijsten elders werden snel kleiner. Alette: “Ziekenhuizen hebben er geen belang bij dat hun patiënten naar een andere kliniek verdwijnen.” Ook minister Borst stelde al eens glimlachend vast dat niets zo helpt om een wachtlijst te laten slinken als het inschakelen van de concurrentie.
De wachtlijst van oogartsen blijkt ook te worden bevolkt door mensen die gewoon een bril nodig hebben. Leo Schneemann: “Die kunnen ook naar de opticiën. Er is in 1995 een project begonnen met oogartsen van de VU, met 60 huisartsen en 10 tot 15 optometristen (opticiëns) om te bepalen welke patiënten echt naar een oogarts moeten en welke naar de opticiën kunnen. Maar dan zijn er nog altijd patiënten die zelf perse naar een oogarts willen. Dat houd je niet tegen. De wachtlijsten worden deels ook veroorzaakt door de patiënten.”
Door deze aanpak werden de wachtlijsten van de oogartsen korter. Dit voorjaar wordt het resultaat van dit oogheelkunde-project bekend.
Samen met de verzekeraars houdt de SIGRA, de samenwerkende ziekenhuizen in Amsterdam en omgeving, sinds 1991 jaarlijks een peiling van de wachtlijsten voor ziekenhuisopnamen.
Voor onderling gebruik werkt zo'n overzicht van de wachttijden goed. Openbare publicatie werkt volgens Leo Scheemann niet. “Daarvoor zijn de wachtlijsten op te verschillende manieren samengesteld.”
Volgens de ene specialist staat een patiënt ook op de wachtlijst wanneer deze in afwachting van de operatie nog wat vooronderzoeken ondergaat.
Volgens de andere specialist begint de wachtlijst pas nadat alle vooronderzoeken zijn afgerond. Dat kan al gauw enkele weken schelen. Er wordt nog hard gewerkt om alle wachtlijsten volgens eenzelfde systeem vast te stellen.
Leo Schneemann: “Het is natuurlijk schrijnend om een half jaar te moeten wachten op een open-hartoperatie, maar dankzij onze gezamenlijke inspanningen is de wachttijd in Amsterdam nu bekort tot zes weken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.