*

 
dossier

Archief

Europees marktleider is blij met Tweety, die jongeren aan de das helpt

HENNY DE LANGE − 20/03/97, 00:00

CAPELLE AAN DEN IJSSEL - In de dassenfabriek Micro glijden stropdassen met een afbeelding van het eigenwijze filmvogeltje Tweety in gestaag tempo uit de strijkmachine. In glanzend cellofaan gaan ze vervolgens naar het magazijn, waar zo'n 700 000 dassen liggen opgeslagen in afwachting van het vertrek naar grootwinkelbedrijven en speciaalzaken.

Deze week is het Tweety, de dagen ervoor domineerden Porky Pig en Sylvester het beeld op de productie-afdeling van Micro. De handelingen die nodig zijn om van een vormeloze lap zijde of polyester een strak gesneden das te maken, zijn steeds hetzelfde. Maar met twaalf- tot dertienduizend dessins in vier tot zes kleuren per jaar gaat het werk toch nooit vervelen, vinden de vijftig confectiemedewerkers.

Van twee van de drie merken die Micro voert, Michaelis en Derby, gaat elke zes weken een nieuwe collectie naar de winkels. Het derde 'dure' label, Profuomo, heeft een voor- en najaarscollectie.

De stropdassenfabriek Micro timmert bepaald niet aan de weg, maar dat is bewuste politiek, legt directeur Jan Brandsma uit. “De consument hoeft ons niet te kennen, als hij onze dassen maar draagt.” En dat doen de Nederlandse mannen. Brandsma durft de stelling aan dat vrijwel iedere dasdragende man tenminste één Micro in de kast heeft hangen. Zijn schoonvader, Heinz Michaelis, richtte in 1934 in Rotterdam de eerste Nederlandse dassenfabriek op. Brandsma: “Dassen waren in die tijd nog niet ingeburgerd, de kleermaker maakte ze per stuk. Mijn schoonvader heeft goed aangevoeld dat er met de groei van het aantal 'witte' boorden ten koste van het aantal 'blauwe', steeds meer vraag zou komen naar de stropdas.”

Onder leiding van Michaelis groeide Micro na de oorlog uit tot de belangrijkste dassenproducent van Nederland. Brandsma kwam in 1969 in het bedrijf, dat toen nog in de Rotterdamse binnenstad was gevestigd. “We kwamen daar knel te zitten en aangezien het Rotterdamse gemeentebestuur toen nog de stelling aanhing dat alle bedrijvigheid weg moest uit de woonwijken, zijn we verhuisd naar Capelle aan den IJssel.” Ook daar doen zich inmiddels ruimteproblemen voor, want het bedrijf groeit tegen de klippen op. De afgelopen vijftien jaar heeft Micro stap voor stap Europa 'veroverd'. Het bedrijf met 150 medewerkers heeft inmiddels vestigingen in Duitsland, Spanje, Zwitserland en Engeland en is stilaan uitgegroeid tot Europees marktleider.

Het printen en weven van de stoffen gebeurt in Italië. Het ontwerpen en het in elkaar zetten van de dassen vindt plaats in Nederland. Brandsma: “Uitwijken naar de lage-lonenlanden, zoals gebruikelijk is in de textielindustrie, is voor ons niet interessant. Een stropdas heeft daarvoor een te korte levenscyclus. Het maken ervan is ook dermate specialistisch werk, dat we dat liever niet uitbesteden. We zitten met onze dassen in het midden- en hogere marktsegment, zeg maar van 50 tot 100 gulden. Hier in eigen huis zitten we er bovenop en zijn we verzekerd van een hoge kwaliteit.”

Snelle groei

Omzetcijfers wil Brandsma niet geven, omdat Micro een familiebedrijf is. “We zetten vele, vele miljoenen dassen om en dat worden er elk jaar meer. Sinds we vijftien jaar geleden onze vleugels zijn gaan uitslaan buiten Nederland, is de omzet verzesvoudigd. Elk jaar maken we een groei door van 20 tot 25 procent.” Dat is ook nodig, benadrukt de directeur, gezien de hoge investeringen in de ontwikkeling van de collecties, het uitgebreide verkoopapparaat en verfijning van de logistiek. De oorzaak van de snelle 'verovering' van Europa zoekt Brandsma vooral in het feit dat Micro één van de weinige dassenproducenten is die internationaal werkt en een 'internationale' collectie voert. “De meeste dassenfabrieken kijken niet verder dan hun eigen land en dat zie je ook af aan hun collectie. Neem nou Engeland, hét dassenland bij uitstek, maar naar onze smaak is de collectie nogal beperkt. Ze hebben daar zulke saaie en trieste dassen, dat wij daar nog veel goed werk kunnen doen”, aldus Brandsma, zelf voorzien van een opvallende das met oranje stippen op een zwarte ondergrond. “Dat wordt dit najaar een belangrijke modekleur”, zegt hij, wijzend naar de naar roestkleur zwemende stippen.

Binnen tien jaar wil Micro in elk Europees land één of twee eigen verkoopkantoren hebben, met uitzondering van de voormalige Oostbloklanden. “Landen die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn voor ons niet interessant. De behoefte aan een mode-artikel als de stropdas blijft in dergelijke landen beperkt tot een kleine bovenlaag en die koopt z'n dassen toch wel rechtstreeks in Italië.”

Om dezelfde reden is ook Afrika niet interessant, maar Japan, Hongkong, Singapore en de Verenigde Staten staan wel op het verlanglijstje. “Binnen nu en tien jaar willen we ook in die contreien ons licht opsteken. Zeker in Amerika en het Verre Oosten zie ik mogelijkheden.”

Groei in het buitenland is ook nodig, erkent Brandsma, omdat in Nederland de dassenverkoop licht terugloopt, met name als gevolg van de opmars van vrijetijdskleding. “De mensen die beroepshalve een stropdas dragen, kopen er daarentegen wel meer en dat trekt de zaak weer enigszins recht.” Wat Micro ook in de kaart speelt is de groeiende belangstelling bij het bedrijfsleven voor een modieuze relatiedas. “De ouderwetse saaie polyester bedrijfsdas met het logo prominent aanwezig, wordt steeds vaker ingeruild voor een exemplaar van zijde, waarin het logo op subtiele wijze is verwerkt.”

Voor sommige beroepsgroepen is een zijden das niet praktisch, maar tegenwoordig zijn er middelen om zijde van een onzichtbare waterafstotende laag te voorzien. Steeds meer bedrijven durven ook het 'experiment' aan, getuige de nieuwe relatiedas van de Amsterdamse Effectenbeurs die is bezaaid met kleine 'kopietjes' van het beeld van Mercurius in de hal van de beurs. Ook politiedassen met een speciale anti-wurgsluiting worden bij Micro gemaakt.

Voor Brandsma staat vast dat mannen altijd stropdassen zullen blijven dragen. “Het is voor de man één van de weinige accessoires om te laten zien wie hij is. Dassen zeggen veel over iemands persoonlijkheid.”

Hij bladert door een dik boek met afbeeldingen: van flower power tot Mondriaan, van blote dame en klassiek paisley-motief tot characters als Tweety en Mickey Mouse. “Dat is echt een vondst geweest, die character-dassen, omdat ze vooral worden gedragen door jongeren die net hun eerste baan hebben. Het is heel belangrijk voor ons om die categorie aan de das te krijgen.”

mailIcon print |