*

 
dossier

Archief

Zonde van het werk

RUUD VERDONCK − 30/05/98, 00:00

Bij een beetje hoogconjunctuur heeft Trouw op zaterdag al gauw de omvang van een boek van bijna 600 pagina's; dat is een aardig bibliotheekje per jaar.

Maar op zaterdagmorgen heb ik vier kranten in de bus liggen die gezamenlijk regelmatig in de richting van 350 krantenpagina's gaan. Reken maar uit: dat is een plank per week, of een boompje, het is maar hoe je het omrekent. Maar wel veel dus.

Het merendeel van die pagina's bestaat uit bijlagen en advertenties. Regelmatig wordt er geklaagd over het gebrek aan nieuws voor allen in een doorgaans redelijk dunne krant als die op maandag. Toch schat ik dat, zelfs rekening houdend met de sportbijlage, er op maandag aan de lezers een evenwichtiger verdeling wordt geboden tussen al het algemene nieuws en die bijlage voor de liefhebbers.

Op zaterdag is de krant veel, ook deze krant die dan nog tot de dunste behoort, maar met een beetje spanning op de arbeidsmarkt al gauw 64 pagina's telt. Hoger kan niet, anders moet een deel van de krant tevoren gedrukt worden. Blijkbaar hebben andere kranten ook die kritische grens. De Volkskrant, het Algemeen Dagblad en de Telegraaf hebben ingevouwen, maar zodanig dat het opvalt of ze er uit vallen bij het opnemen, een aantal voorgedrukte bijlagen. De Telegraaf heeft zelfs nog op afwijkend formaat en nog eens apart ingevouwen een kleurenbijlage, en als het kan zit er ook nog een losse folder bij.

Van een documentaire over de legendarische journalist I.F. Stone, die elke morgen nog veel meer kranten op zijn deurmat vond dan ik op zaterdag, herinner ik mij hoe hij begon met het scheiden van de pagina's. Hij scheurde elk katern doormidden en gooide dan alles met alleen advertenties erop weg. Daarna moesten de pagina's er aan geloven met onderwerpen waarin hij niet geinteresseerd was: tabee sport, tabee cartoons. Tot slot hield hij nog makkelijk een kilo over en begon hij door die forse bril van hem te lezen.

Zo lukt het me nooit. Maar het komt wekelijks voor dat ik een aantal bijlagen van kranten zonder probleem in een klap oversla. Om te beginnen alle toerismebijlagen. Zonde van al het werk, maar ik heb voldoende folders gezien om te weten dat ik wat het elders en het leuker betreft mijn eigen weg op de tast moet zien te vinden. Dat doe ik ook liever. Ik ben gek op economisch nieuws, maar zodra ze er een speciale bijlage van maken geloof ik het meestal wel. Lang heb ik gedacht dat ik een boot zou moeten hebben, daartoe bekeek ik elke zaterdag de foto's in de vaarbijlage in de Telegraaf. Maar op een kwade dag wilde ik geen boot meer: dag bijlage. En zo gaat het voort. Nog niet zo rigoureus als Stone, maar er is al een vlotte scheiding.

De meeste mensen lezen maar een krant en moeten dan al kiezen uit de veelheid van verhalen, dikwijls ondergebracht in bijlagen. Steeds vaker overvalt me daarbij een gevoel van zonde. In de zaterdagkrant wordt volgens onderzoek langer gelezen dan door de week, maar verhoudingsgewijs niet erg veel meer. Gezien de hoeveelheid pagina's die worden aangeboden zou er op zaterdag minstens drie keer zo lang in de krant gelezen moeten worden als bij voorbeeld op een modale woensdag; dan bieden langere openingstijden van de winkels niet veel soelaas.

Elke bijlage heeft zijn eigen publiek denk ik altijd maar, want ik vermoed niet dat grote belangstelling voor alles wat er op de wereld gebeurt - daar schaf je toch een krant voor aan? - zich automatische vertaalt in het lezen van alle bijlagen van de krant waarop je geabonneerd bent, zeker als die tamelijk gespecialiseerd raken en gaan over onderwerpen die niet iedereen automatisch interesseren. En dus zit een lezer in elk geval op zaterdag met kranten die nogal wat pagina's bieden waarop geen onderwerp staat dat dringend noodt tot lezen.

Op diverse fronten wordt er gedacht en gewerkt aan meer krant. De ene krant zoekt het in een andere structuur van de baasiskrant en bijlagen, de volgende denkt aan een regelmatig magazine, en allemaal breken ze het hoofd over wat ze moeten doen als ze ook een eigen radio- en tv-gids mogen of moeten gaan maken.

Merkwaardig is het onderhand wel dat de hoge verwachtingen van de nieuwe elektronica met zoiets als een krant voor elke abonnee op maat, aangeleverd per computer, in dat verhaal nauwelijks voorkomen. Kranten zitten doorgaans wel op Internet, maar doen daar voornamelijk voor iedereen dingen naast of vooral bij hun eigen gedrukte krant. Van een revolutie die de hele krantenwereld op z'n kop zou zetten nog voor de volgende eeuw begint, is geen sprake. Evenals op het gebied van de televisie, blijkt bij de kranten ook dat de elektronica heel veel mogelijk maakt, maar dat uitbating daarvan voorlopig vooral theorie is gebleken met te weinig oog voor de praktijk en voor de psychologie van de potentiâle gebruikers. De elektronische revolutie is voorlopig nog een krantenbezorger op zaterdagmorgen: dikke kranten, veel bijlagen en hij slaat de meeste huizen over.

mailIcon print |