*

 
dossier

Archief

Bereid militairen in Bosnië ook op civiele taken voor

DICK ZANDEE − 20/02/98, 00:00

In Bosnië voltrekt zich een stille revolutie. Voor het eerst sinds het begin van de oorlog in 1992 beheerst de nationalistische partij van Karadzic (SDS) niet langer de politieke structuren in de Bosnisch-Servische Republiek.

Het parlement heeft midden januari de gematigde Milorad Dodik tot premier gekozen. Dodik is een tamelijk onbekende politicus, die volledige medewerking wil geven aan de uitvoering van het Dayton-vredesakkoord. Hij is voortvarend van start gegaan en heeft in snel tempo ministers benoemd, corrupte sleutelfunctionarissen ontslagen en ministeries geopend in Banja Luka, de nieuwe Bosnisch-Servische hoofdstad.

Met financiële ondersteuning van de Europese Unie, de Wereldbank en individuele landen bouwt Dodik zijn nieuwe regeringsapparaat op. Wanneer blijkt dat de Bosnisch-Servische Republiek onder zijn leiding het Dayton-akkoord daadwerkelijk uitvoert zal de kraan opengaan voor ruimere geldstromen. Zo ontstaat perspectief op economisch herstel van de Bosnisch-Servische Republiek, die zover slechts 5 procent van de verstrekte 1,5 miljard dollar aan donorhulp heeft ontvangen.

Betere naleving van Dayton ligt in het verschiet, maar het is te vroeg voor een jubelstemming. Allereerst moet de bereidheid van 'Banja Luka' het vredesakkoord na te leven worden geplaatst in de context van de primaire doelstelling, het voortbestaan van de Bosnisch-Servische Republiek. Dodik heeft de steun van de nieuwe meerderheid, maar deze is krap (42 van de 83 zetels) en bestaat uit vijf partijen. De SDS van Karadzic heeft nog omvangrijke steun, met name in het oostelijke deel van de Bosnisch-Servische Republiek.

Nieuwe vlag

Wanneer de omwenteling in Bosnisch-Servisch gebied slaagt, zal de weg naar blijvende vrede in Bosnië lang blijven. De verhoudingen tussen moslims, Kroaten en Serviërs blijven gespannen, onder meer door voortbestaan van gevestigde machten op centraal niveau. Slechts op lokaal niveau is her en der sprake van samenwerking en voorzichtige herintegratie. Hervorming van politie, rechterlijke macht, onderwijs en media vordert traag. Infrastructuur verbetert, maar er blijft groot tekort aan bewoonbare huizen, een belangrijke factor achter de trage terugkeer van vluchtelingen.

Voor vooruitgang in het vredesproces blijft vergaande sturing door de internationale gemeenschap nodig, zoals recentelijk bleek bij de invoering van een gemeenschappelijke munt, een uniform kenteken en een nieuwe vlag.

Ontheemden

Zelfs optimistische scenario's voorzien een periode van drie tot vijf jaar voor volledig herstel van orde en gezag, voor terugkeer van alle vluchtelingen en ontheemden, voor realisering van zelfstandig functionerende bestuursinstellingen en voor voltooiing van economische wederopbouw. Westendorp, de speciale gezant van de internationale gemeenschap, en vertegenwoordigers van onder meer de VN en UNHCR hebben nadrukkelijk gesteld dat een vredesmacht onder NAVO-leiding nog enige jaren in Bosnië moet blijven na juni 1998 wanneer het SFOR-mandaat afloopt. De SFOR-soldaten spelen een essentiële rol bij de uitvoering van de civiele aspecten van het vredesakkoord.

Aanhouding van oorlogsmisdadigers op geschikte momenten en plaatsen is eveneens onderdeel van de missie geworden.

Soldaten en vredesopbouwers werken nauw samen, maar er bestaan belangrijke verschillen in cultuur, optreden en organisatie. Betere voorbereiding zou toekomstige samenwerking effectiever kunnen maken. De NAVO en haar lidstaten dienen een beleid te ontwikkelen, waarvan reguliere civiel-militaire contacten en gezamenlijke opleidingen deel uitmaken. Coördinatie van taken en operatieplannen moet niet tijdens de missie plaatsvinden, maar voorafgaand. Het zal de civiel-militaire interactie versterken en bijdragen aan succesvolle vredesoperaties.

mailIcon print |