*

 
dossier

Archief

Shell middenin strijd om Kremlin beland

WESSEL DE JONG − 10/02/98, 00:00

MOSKOU - Toen de Sovjet-Unie aan zijn zwanenzang bezig was, werd het belang van de olie-industrie steeds groter. Het verkalkte regime hield zich staande met onder meer de harde valuta die olie en gas binnenbrachten. De huidige Russische Federatie is zo mogelijk nog afhankelijker van olie. Sterker dan ooit geldt nu, dat olie macht is en een troef in de strijd om het Kremlin.

Nu Rusland aan het opkrabbelen is, vervult de energiesector een zekere vliegwielfunctie. De olie- en gasindustrie zijn vrijwel de enige bedrijfstakken die in staat zijn de broodnodige buitenlandse investeerders aan te trekken.

Maar die buitenlanders komen niet zomaar. Voor hun geld eisen ze zeggenschap. En dat is pijnlijk. De know how en miljoenen van westerse oliebaronnen als Shell en British Petroleum zijn meer dan welkom. Aan de directietafel zijn de geldschieters echter minder gezien. In de Sovjet-Unie waren de oliemagnaten oppermachtig. Zij hebben er moeite mee hun macht over te geven aan mannen uit Rotterdam, Londen of Texas.

De privatisering van de Russische olie-industrie begon in 1993. Niettemin bleef de verkoop aan buitenlanders van oliemaatschappijen, de kroonjuwelen van het land, taboe. Maar de Russische president Boris Jeltsin verordonneerde eind vorig jaar dat buitenlanders wel degelijk eigenaar kunnen worden van, althans voor een deel.

Het decreet van de president was ingegeven door puur geldgebrek. De Russische staat is platzak en wil uit de verkoop van de staatsaandelen zoveel mogelijk geld slaan. En daaraan hebben Russische oliebedrijven en banken groot gebrek.

Jeltsin kan zoveel decreten ondertekenen als hij wil, de weerstand tegen buitenlanders aan de oliekraan zal er niet minder van worden. De afgelopen weken is dat opnieuw goed duidelijk geworden.

Al eindeloos wordt in Rusland gebakkeleid over de privatisering van een van de meest aantrekkelijke oliebedrijven, Rosneft ('Rusland Olie'). Shell en BP zouden daar graag in deelnemen, maar het valt niet mee om er een voet tussen de deur te krijgen. Shell en BP hebben begrepen dat ze op eigen kracht geen schijn van kans maken. Daarom namen beide multinationals vorig jaar belangen in Russische energieproducenten. Die zouden hen de weg kunnen wijzen in het labyrint van tegengestelde en ondoorzichtige belangen in de Russische oliesector.

Shell lieerde zich met Gazprom, de grootste gasproducent ter wereld. BP kocht 10 procent aandelen in Sidanko, de vierde Russische olieproducent. Er hadden zich twee machtige partijen gevormd die de middelen konden verzamelen voor het te veilen aandeel van 75 procent in Rusland Olie. Dat aandeel zou de staat minstens anderhalf miljard dollar moeten opleveren.

Even leek het er op, dat de omstreden privatisering van Rusland Olie een heldere en eerlijke tweestrijd zou worden. Het mocht niet zo wezen. Twee Russische oliemagnaten, Boris Berezovski en Michail Chodorovski, hadden de ontwikkeling met lede ogen gadegeslagen. Bij het zien van zoveel machtsvertoon van hun concurrenten besloten zij de handen ineen te slaan. Door samen te gaan vormden ze in één klap de grootste Russische oliemaatschappij, Joeksi geheten.

Maar daarmee waren Berezovski en Chodorovski er nog niet. Zonder een buitenlandse partner zouden zij nooit zoveel geld kunnen ophoesten als hun concurrenten Gazprom en Sidanko. Toen kwam het duveltje uit het doosje. De Russische minister voor privatisering meldde dat het misschien toch niet zo'n goed idee was om 75 procent van de aandelen te verkopen. Beter zou 51 procent zijn, waarbij de staat een controlerend belang zou behouden.

Bij Shell en BP moeten ze zich flink hebben verbeten. Veel geld betalen, terwijl de staat een zekere controle behoudt, zou de kans op toekomstig succes aanmerkelijk verkleinen.

Bij Rusland Olie zelf weten ze het wel. De directie zegt het niet hardop, maar uit alles blijkt dat zij het liefst in zee gaat met het Russische Joeksi. Bovendien sprak vice-president Grigori Napolov van Rosneft zich uit voor de verkoop van slechts 51 procent, de variant waar Shell en BP weinig voor voelen. Verder is niet onbelangrijk dat Napolov goede banden heeft met een van de twee Joeksi-directeuren, Berezovski, die als geen ander het spel om de macht in het nieuwe Rusland beheerst.

De Russische zakenkrant Kommersant Daily speculeerde er enkele dagen geleden al op dat Gazprom Shell wel eens in de steek zou kunnen laten om samen met Joeksi Rosneft te 'blokkeren'. De samenwerking tussen de twee giganten zou zich dan beperken tot gemeenschappelijke exploitatie van Ruslands gasvoorraden.

Indien samen, vormen Joeksi, Rosneft en Gazprom een conglomeraat dat geen gelijke kent in Rusland. De Russische premier Viktor Tsjernomirdin zal het geschuif van deze bedrijven met een zeker genoegen volgen. Hij zegende het huwelijk in waaruit Joeksi voortkwam. Van Gazprom was hij ooit zelf de baas. Kortom, het trio zal hem zeker financieel steunen bij de presidentsverkiezingen in 2000. En dat telt, want niet zozeer populariteit als wel geld zal daarbij de doorslag geven. Dat hebben de verkiezingen van Jeltsin in zomer van 1996 afdoende bewezen.

mailIcon print |