Van onze correspondent LUXEMBURG - De EU-lidstaten zijn zwaar verdeeld over de toekomst van de in Den Haag gevestigde politie-inlichtingendienst Europol. Nederland houdt echter hoop dat de Europese top volgende week in Cannes tot een bevredigend verdrag komt voor Europol.
De ministers Sorgdrager (justitie) en Dijkstal (binnenlandse zaken) trachtten gisteren in Luxemburg opnieuw om van Europol een echte Europese instelling te maken. De Tweede Kamer heeft daar sterk op aangedrongen. En de regering acht de zaak van belang, vanwege de toekomst van de justitiële samenwerking in Europa.
Afgezien van de Benelux-partners, kwam er gisteren echter alleen steun van Oostenrijk en Griekenland. Duitsland staat officieel aan Nederlandse zijde, maar het is de vraag hoe belangrijk de Duitsers de zaak vinden. Groot-Brittannië en Denemarken bleven zich verzetten tegen de Benelux-eisen. En de verwachting is dat premier Major dat in Cannes ook zal doen. Sorgdrager en Dijkstal waren gisteren niettemin tevreden over de vooruitgang die was geboekt.
Europol werd begin vorig jaar in Den Haag gevestigd. De dienst ondersteunt de nationale politie-diensten bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad, aanvankelijk alleen in de drugshandel, maar inmiddels ook wat betreft autodiefstallen, de smokkel in nucleair materiaal, witwasoperaties en de mensenhandel.
Wat echter ontbreekt is een juridische basis; Europol opereert zonder een verdrag waarin taken en regels voor de inlichtingendienst zijn vastgelegd. Over dat verdrag wordt al jaren een principiële strijd gevoerd. Nederland vindt dat Europol een instelling moet zijn van de Europese Unie. Het eist dat het Europees parlement, de Europese Rekenkamer en vooral het Europees Hof het recht krijgen toezicht te houden op de inlichtingendienst. Dat is de enige manier, zegt Den Haag, om lidstaten en vooral de burger te garanderen dat er een eenduidige interpretatie komt van de spelregels voor Europol.
Aan de andere kant staan de Britten die Europol beschouwen als een samenwerking van de nationale politiediensten waarmee de EU zich zo weinig mogelijk moet bemoeien. Vooral een betrokkenheid van Europese rechters wordt door Londen geschuwd.
De Britten willen geschillen over de interpretatie van een Europol-verdrag niet voorleggen aan het Europees Hof. Voor Nederland is dat essentieel. Gisteren werd de vlucht gezocht in uitstel; binnen zes maanden zou er een regeling getroffen moeten worden. Als die er komt zal hij gebaseerd zijn op vrijwilligheid; landen die per se geen betrokkenheid willen van de Europese rechters hoeven die in het eigen rechtsstelsel niet toe te staan.
Dijkstal zei echter optimistisch gestemd te zijn over het aantal landen dat uiteindelijk zal meedoen. De minister van binnenlandse zaken rekende op twaalf van de vijftien lidstaten en zei dat 'voldoende' te vinden, ook al wordt daarmee een rechtsongelijkheid gecreëerd in de Europese Unie.
Het is echter allerminst uitgesloten dat het hele, ingewikkelde idee in Cannes door Major gewoon van tafel wordt geveegd. De beide Nederlandse bewindslieden wilden niet zeggen hoe Den Haag daarop zou reageren.
De onduidelijkheid over het Europolverdrag blijft dus bestaan. Het optimisme dat Dijkstal en Sorgdrager gisteren tentoonspreidden was vooral gestoeld op de constatering dat Nederland niet meer alleen staat in de kwestie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.