*

 
dossier

Archief

'Als ik president word krijgt elke burger tienduizend dollar'

FRANS DIJKSTRA − 25/01/97, 00:00

PETROPAVLOVSKAJA - Sjamil Basajev is bijna onherkenbaar. Op aanplakbiljetten staat deze volksheld van Tsjetsjenië en meest gezochte terrorist van Rusland nog afgebeeld als een guerrillastrijder met een triomfantelijke glimlach onder zijn bivakmuts. Nu is zijn wilde baard bijgepunt, de krullen in zijn nek zijn weggeschoren en hij draagt een grijze herenjas en een bontmuts. Sjamil Basajev wil president worden.

Voor een door bombardementen gehavende winkel in landbouwbenodigdheden (“en ook alles voor het huishouden”) zit de 32-jarige Sjamil wat bedeesd ten overstaan van de kiezers. Vrijwel het hele dorp Petropavlovskaja, een half uur rijden van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozni, kijkt hem onderzoekend aan.

Zijn naam is gevreesd in Rusland sinds hij in juni 1995 het Russische stadje Boedjonnovsk onder de voet liep en meer dan duizend Russen in gijzeling nam in een plaatselijk ziekenhuis. Er vielen meer dan honderd doden, maar het was een keerpunt in de oorlog om Tsjetsjenië: voor het eerst was het Kremlin echt in paniek. Sjamil Basajev wist onderhandelingen af te dwingen over vrede.

Ook al leidden die onderhandelingen tot niets, voor de Tsjetsjenen was commandant Sjamil Basajev een held. In het dorp Petropavlovskaja staat hij nu te kijk als politicus, een van de drie voornaamste kandidaten voor de presidentsverkiezingen van maandag in het quasi-onafhankelijke Tsjetsjenië. Alsof hij nooit anders heeft gedaan, strooit hij beloften in het rond. “Als ik president word...”, begint hij steeds als hij uitbetaling van pensioenen en uitkeringen toezegt, de opruiming van al die kapotgeschoten steden en dorpen, de bouw van windmolens in de bergen en een vruchtensapfabriek in de stad. De Nederlandse aardappel figureert ook in zijn verkiezingstoespraak. “Dat is de bekendste aardappel ter wereld, hij geeft de beste opbrengst”, spiegelt de 'redder van Tsjetsjenië' de kiezers voor.

Toch wordt zijn gehoor pas enthousiast als hij belooft twintig goede juristen in de arm te nemen om Rusland ter verantwoording te roepen voor de oorlog en volkerenmoord in Tsjetsjenië. “Rusland moet voor een tribunaal komen wegens zijn terreuracties”, zegt Sjamil tegen de dorpelingen die instemmend 'God is groot, God is groot' roepen. “Rusland is een grote terrorist die gestraft moet worden volgens internationale wetten.”

Sjamil verwerpt de beschuldiging dat hijzelf een terrorist is. Zijn massale gijzelingsactie in het ziekenhuis van Boedjonnovs was noodzakelijk, verdedigt hij zich. “Niet het Russische volk zegt dat ik een terrorist ben, maar alleen de machthebbers in het Kremlin.” Met een knipoog vervolgt hij: “God moge verhoeden dat u een terrorist tot president kiest.”

Hij heeft al heel wat aanhangers onder de dorpelingen van Petropavlovskaja. “De Russen zijn zo eigenwijs geweest om tot twee keer toe voor Jeltsin te kiezen. Laat ons dan Sjamil kiezen als we dat willen”, zegt een man die goedkeurend staat te knikken bij alles wat de kandidaat zegt.

Ook een tegenstander neemt het woord, maar wel vol respect. “We hebben allemaal voor je gehuild, Sjamil. Maar in Naam van God, maak geen ruzie met de andere leiders van ons volk. Verenig alle kandidaten en trek u terug!”

Sjamil maakt korte metten met hem. “Wilt u dan dat ik me aansluit bij de rovers?” Hij wordt beloond met gelach. Wie die rovers zijn laat hij op dat moment in het midden. Later wordt het duidelijk: de aanhangers van de huidige president, Zelimchan Jandarbijev, een man die nog geen jaar geleden uit de schaduw kwam toen onafhankelijkheidsleider Dzjochar Doedajev door een Russische raket werd getroffen.

Jandarbijev werd de nieuwe president. Sjamil vond dat kennelijk maar niks. “Het volk heeft hem niet gekozen”, roept Sjamil uit op het dorpsplein. “Toen hij president werd, zei ik tegen hem: de mensen houden niet van jou. Probeer een weg naar het hart van de mensen te vinden, zodat ze van je gaan houden.” De beste weg naar het hart van de Tsjetsjenen is vertoon van dapperheid, zoals Sjamil zelf heeft gedaan. Maar Jandarbijev heeft zich, voorzover bekend, nooit in het gevecht bewezen.

De dorpsoudsten van Petropavlovskaja, die naast Sjamil zitten voor de vernielde winkel, moeten ook weinig van Jandarbijev hebben. Dat blijkt als één van hen het woord neemt. “Jandarbijev kent geen bescheidenheid”, zegt de oude man terwijl hij met zijn stok op de grond tikt. “Hij loopt wat al te trots rond als onze president.” Terwijl de oude man spreekt houdt Sjamil zijn hoofd respectvol gebogen, wat hem gelegenheid geeft zijn aantekeningen nog eens door te nemen.

De dorpsoudste werpt zich op als propagandist voor Sjamil. “Doedajev heeft heel veel dollars op een Zwitserse bankrekening gezet”, herhaalt de man een oud verhaal dat in Rusland en Tsjetsjenië de ronde doet. “Wie president wordt, die krijgt dat geld. Daarom wil Jandarbijev president worden.”

De oude man vraagt, zoals gebruikelijk in Tsjetsjenië, 'van wie' Sjamil is. Dat is de vraag naar de teip, de familieclan. Tsjetsjenië is een verzameling van ruim driehonderd clans, sommige niet groter dan drie gezinnen, andere hebben zich dankzij vele zonen vertakt tot netwerken van wel honderdvijftig of meer gezinnen. Sjamils uiteenzetting over zijn afkomst lokt geen reacties uit, want zijn teip in de bergen is onbekend in Petropavlovskaja.

Iemands herkomst is belangrijke informatie in Tsjetsjenië. Sjamil is een loot van een 'hete' stam. De clans uit de zuidelijke bergstreken gelden als vechtlustig en licht geraakt in hun eergevoel. De grote vraag in deze presidentsverkiezingen is of Tsjetsjenië een hete of een koelere leider wil. Nu de oorlog met Rusland militair gewonnen is en Tsjetsjenië zijn onafhankelijkheid binnen bereik lijkt te hebben, is iedereen vooral begaan met zijn eigen lot. Er zijn vrachten geld nodig voor de wederopbouw van de huizen, scholen en werkplaatsen. Er moet gepraat worden met de Russen.

Sjamil doet in het dorp alsof Tsjetsjenië zelf geld in overvloed heeft. Hij zal het 'lenen' van de rijken. “Er zijn mensen die miljoenen hebben, en er zijn mensen die niets hebben”, zegt de Robin Hood van Tsjetsjenië. “Als ik president word zal elke burger tienduizend dollar krijgen. De mensen die zwaar hebben geleden zelfs vijftienduizend.”

Sjamil rekent met groot gemak nieuwe rijkdom voor. “Als we tien miljoen dollar investeren, kunnen we van het afval bij onze oliewinning plastic maken. Daar maken we dan 600 miljoen dollar winst mee.” Sjamil is overtuigender als iemandvraagt wat hij ervan vindt dat mensen die niet meevochten tegen de Russen toch medailles hebben gekregen. “Ik pak die medailles af en hang ze een gietijzeren medaille van tachtig kilo om hun nek.” Ondanks zijn uitdossing als heer, blijft hij spreken als de commandant in oorlog. “Het is toch beter om enkele tientallen bandieten te vermoorden dan dat we ze het volk laten terroriseren?”

Wie zal de grote Sjamil tegenspreken? Zelfs zijn grootste concurrent, Aslan Maschadov, doet dat niet. Maschadov, de 45-jarige bevelhebber van de Tsjetsjeense strijdkrachten, stamt van het laagland in het noorden. De landbouwers daar hebben een traditie van gelijkmatigheid en verzoeningsgezindheid. Die regionale trekken tekenen inderdaad de persoon van Maschadov. Van alle leiders wilde hij steeds het langst door-onderhandelen met de Russen.

Nu in de verkiezingsstrijd houdt Maschadov zich gedeisd. Hij voert geen campagne, of beter gezegd: zwijgen is zijn campagne. Ruziemaken past niet bij zijn imago. Zijn medewerker Toerpal-Ali Atgerijev geeft een andere verklaring voor de afwezigheid van zijn chef. “We hebben aanwijzingen dat er een aanslag op zijn leven wordt voorbereid. Want voor de Russen is Maschadov de gevaarlijkste kandidaat. Als Sjamil de verkiezingen wint, kunnen ze zeggen: met die terrorist doen we geen zaken. Maar over Maschadov kunnen ze zoiets niet zeggen. Ze moeten wel met hem praten en dan erkennen ze de Tsjetsjeense onafhankelijkheid. Daarom willen ze Maschadov uit de weg ruimen. Logisch toch?”

De woordvoerder vindt dat hij al meer dan genoeg heeft gezegd. “Maschadov heeft verder geen reclame nodig”, besluit hij en trekt de deur achter zich dicht.

Sjamil krijgt geen vat op Maschadov. Hij kan hem niet al te zwart maken, want deze concurrent is ook zijn bevelhebber. Bovendien vindt iedereen - ook de aanhangers van Sjamil zelf - de bevelhebber een 'wijs man'. Dus valt Sjamil zijn tegenstrever alleen indirect aan. Hij beweert dat Maschadovs medewerkers drie miljoen roebel per maand verdienen terwijl een gepensioneerde het met vijftigduizend moet stellen. Iets harder vaart hij uit als hij beweert dat hij een paar weken geleden op het militair hoofdkwartier kwam waar ze wodka zaten te drinken tijdens een bijeenkomst over de islamitische staatsinrichting.

De dorpelingen van Petropavlovskaja laten geen enkele reactie merken. De hete Sjamil krijgt duidelijk geen vat op de koele Maschadov. Wellicht omdat ook zij koele noorderlingen zijn, laten ze geen afkeuring blijken als Sjamil wegrijdt met in zijn stoet een gloednieuwe witte Mercedes.

mailIcon print |