“Wanneer ik hier in Wageningen over straat loop zie ik een op de drie mensen in een jas van mij lopen”, vertelt kledingontwerpster Maryan Klomp in haar winkel. “Die verslijten ze. En na drie, vier jaar komen ze terug om een nieuwe te kopen. Negentig procent van mijn klantenkring is heel trouw aan het merk Wikkel. Hier komen dames van tachtig, maar ook hun kinderen en kleinkinderen.”
Klomp begon ooit met het zeefdrukken van stoffen, maar vond dat dessins het best tot hun recht kwamen op kleding. Toen niemand er de kleding van maakte die zijzelf leuk vond begon ze zelf te ontwerpen. Eenentwintig jaar later zijn Wikkel-ontwerpen nog altijd herkenbaar aan een fraaie zeefdrukprint, maar de winkel is intussen uitgegroeid tot een imperium dat ver buiten de Wageningse grenzen reikt. Er is een winkel in Utrecht, er zijn 24 verkooppunten in Nederland en het merk wordt volop in het buitenland verkocht.
TIJDLOOS
'Aanwezig en heel Nederlands', omschrijft Klomp de Wikkel-stijl die voornamelijk bestaat uit casual-kleding. “Ik gebruik simpele vormen. Het is elegant, maar tegelijkertijd heel praktisch en in zekere zin tijdloos. Soms stappen mensen hier binnen in de winkel met iets dat ze al tien of vijftien jaar hebben. Ze hebben dat dan een tijdje weggehangen, maar besluiten het dan toch weer te dragen.”
Kan kleding tijdloos zijn? Klomp: “Ik denk dat de tijd van dé mode voorbij is. Er wordt niet meer gekeken naar wat de buurman dit seizoen aan heeft. Dat merk ik vooral aan mijn eigen kinderen. Ze volgen geen trends meer, maar kiezen hun kleren vanuit zichzelf. Natuurlijk zijn kleren nog steeds belangrijk. De kick van 'dit wil ik hebben' is er nog steeds, maar mensen zoeken veel meer dan vroeger naar eigen combinaties en kleding die bij hen past. Kleding moet niet opvallen, maar smaak verraden.”
Precies dat kenmerkt de Wikkel-kleren. Ze zijn persoonlijk en aandachtig gemaakt en hebben - zoals ze het zelf noemt - een 'bewuste' uitstraling. Anderhalf jaar geleden is Klomp daarom met de ecologische lijn 'Wikkel-Natuurlijk' begonnen. Dezelfde jassen, jurken en broeken maar dan uitgevoerd in zuiver ecologische stoffen. Behalve in de winkels wordt die kleding nu met succes gedistribueerd via de panda-catalogus van het Wereld Natuur Fonds.
OUDE SPIJKERBROEKEN
Klomp: “De mogelijkheden om ecologische collecties te maken zijn er pas net. Een jaar geleden moest je bij wijze van spreken elke lap nog zelf laten weven. Nu is een aantal bedrijven zover dat het uit oude lompen echt nieuwe stoffen in allerlei nieuwe bindingen kan maken. Van het Engelse Evergreen, van oorsprong een lompenbedrijf, gebruik ik een prachtige stof die gemaakt wordt van vijftig procent oude spijkerbroeken en vijftig procent wol. Als voeringstof gebruik ik een stof van geperste oude wol waarin nog de oorspronkelijke wolkleurtjes te zien zijn.”
De stoffen mogen er dan zijn, Klomp moet toch op veel vlakken zelf het wiel uitvinden. Ze moet uittesten hoe ecologische wax van lijnolie met bijenwas houdt op een jas, of hoe ecologische kleuren precies inverven. En ze moet bijpassende ecologisch verantwoorde ritsen en knopen vinden. Klomp: “Dat allemaal maakt het ontwerpproces heel anders. Normaal kan ik voor een winterjas kiezen uit een loden stof in zes stofdiktes en talloze kleuren, bij een eco-stof is er meestal maar één dikte en hooguit een paar kleuren. Maar als ik in een gigantische ververij binnenstap en ergens in de hoek drie ecologisch geverfde rolletjes voor mij klaar zie liggen dan geeft dat een enorm voldaan gevoel.”
Het is een betrokkenheid bij het produkt die Klomp in alle lagen van het maakproces nastreeft. Zo reist ze met haar camper regelmatig de ateliers langs die haar kleren in elkaar naaien. “Ik kom weleens in Polen om negenhonderd jassen te laten maken in een fabriek waar per dag tienduizend identieke colberts van de band rollen. Bij mijn modellen lijkt het dan alsof er een kunstwerk in een produktieproces moet worden gestopt, maar de mensen in de fabriek leven erbij op. Bij zo'n produkt voelen ze zich opeens heel betrokken.”
Het succes van Wikkel schuilt volgens Klomp in het vertrouwen in haar eigen stijl. “Modeontwerpen vind ik al heel lang het meest onderschatte beroep. Een kunstenaar mag jaren doorborduren op die ene stijl, terwijl van een modeontwerper wordt verwacht dat hij elk half jaar een nieuwe collectie neerzet. Al die ideeën worden samengeperst in een show van een half uur en hup dan is het weg, terwijl je daar veel langer op kunt doorborduren.
“Mijn ontwerpen zijn niet echt anders geworden. Ik ben vooral zelf veranderd. Wat ik in 21 jaar gedaan heb is een bedrijf neerzetten met een eigen produkt een eigen uitstraling en een herkenbare stijl. Om dat te kunnen doen met eigen geld - ik heb nooit financiers gehad - heb je deze tijd nodig. Ik heb geleerd hoe je van niks naar een produkt moet. En ik heb de zekerheid gekregen dat ik weet dat als ik iets ontwerp dat het goed is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.