Frank van den Broek is directeur van gevangenis De Marwei in Leeuwarden
Vanaf 1995 geldt als uitgangspunt voor de gedetineerden het standaardregime. Een regime, waarbij produktieve arbeid centraal staat en dat gaat gelden voor 80 procent van de gedetineerden. Voor de andere 20 procent gelden bijzondere regimes. In deze regimes worden gedetineerden 'bewaard', die op grond van verslaving, psychische stoornis of succesvolle kansen op maatschappelijke (re-)integratie bijzondere begeleiding behoeven. Eveneens worden in deze regimes gedetineerden 'bewaard', die als vlucht en/of beheersgevaarlijk bekend staan. Deze dure regimes worden bekostigd uit de 'opbrengst' van de versobering van het standaardregime. Het belangrijkste onderdeel van het standaardregime is de produktieve arbeid: ongeveer 26 uren per week, verdeeld over vier dagen. De drie overige dagen alsmede de uren buiten deze 26 om kunnen besteed worden aan andere activiteiten, zoals luchten, bezoek, recreatie en sport. Binnen het standaardregime is tevens een zekere ruimte voor beroepsgerichte educatie en/of basiseducatie, die dient als opstap naar de beroepsgerichte educatie dan wel de produktieve arbeid.
Deze educatie kan gevolgd worden binnen de eerdergenoemde 26 uren. Standaardregime-gedetineerden kunnen kansrijker worden; alsdan kunnen zij (over-)geplaatst worden naar een bijzonder regime. Andersom kan evenwel ook.
Met deze nota wordt in samenhang gebracht datgene wat in menig penitentiaire inrichting reeds in (de) praktijk gebracht wordt. De nota geeft als het ware een politieke legitimatie van de praktijk. Daarom wordt op het gebied van de detentie-inhoud meer nieuws gesuggereerd dan er in werkelijkheid, 'onder de zon' is. Gevaarlijk is wel de dominante plaats die aan de produktieve arbeid toegekend wordt. Er zijn ettelijke redenen te bedenken dat hiermee de inhoud van de detentie scheef komt te staan. Het lijkt alsof de penitentiaire toekomst los is komen te staan van de macro-economische realiteit. Indien immers in onvoldoende mate voor 80 procent van de gedetineerden (zinvolle) arbeidsacquisitie kan worden gepleegd, dan zijn de beheersgevolgen niet te onderschatten. Daar waar in tijden van economische tegenspoed bedrijven inkrimpen, is een zelfde optie voor de penitentiaire inrichtingen niet mogelijk. Naar mijn opvatting evenmin goed in beeld zijn de omvangrijke investeringen, benodigd om 80 procent van de gedetineerden aan 'het werk te zetten'. Het is daarbij volstrekt onzeker of deze investeringen terugverdiend kunnen worden. Op zich is het voorts verwonderlijk dat de 'arbeid-adelt'-gedachte opgeld is gaan doen, waar in de samenleving deeltijdarbeid bevorderd wordt, of op universitair niveau rol en functie van vrije tijd bestudeerd kan worden. Net zo verwonderlijk is dat het ontbreken van een arbeidsverleden gezien wordt als de oorzaak van crimineel gedrag. Wellicht veel effectiever is 80 procent van de gedetineerden in het standaardregime niet-vrijblijvende trainingsprogramma's te laten doorlopen. Programma's die gericht zijn op het verkrijgen van vaardigheden en inzichten. Er zou meer 'gesleuteld' moeten kunnen worden aan gedetineerden dan in de nota is voorzien.
In de nota wordt voorts de omvangrijke uitbreiding van de cellencapaciteit aangekondigd. Men kan zich afvragen of de verdergaande uitbreiding een verstandige koers is. De ervaring leert dat op ieder aanbod een vraag volgt, waarbij hier het gevaar op de loer ligt dat het openbaar ministerie zich niet (meer) optimaal hoeft in te spannen de vrijheidsbeneming als 'laatste redmiddel' te zien. Wellicht is het wijs om na te gaan of de druk op de cellencapaciteit niet verlaagd kan worden door gedetineerden strafvermindering te laten verdienen. Daarmee kan tegelijk voorkomen worden dat de detentie alleen maar uitgezeten wordt en dat gedetineerden met meerderen in een cel opgesloten moeten worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.