Van onze redactie economie VOORBURG - Het aantal armen in Nederland dreigt op een hoog niveau te blijven steken. Bijna een op de zes huishoudens (zo'n twee miljoen mensen) moest het in 1995 doen met een inkomen op of rond bijstandsniveau. Dat zijn er net zoveel als in 1994. Dit hoge aantal werd bereikt na een sterke toename van het aantal werklozen in de voorgaande jaren.
Het aantal mensen dat vier jaar of langer rond het bijstandsniveau zit, waaronder eenoudergezinnen, bleef ook in 1995 verder oplopen. Dit blijkt uit een bevolkingsonderzoek dat het Centraal bureau voor de statistiek gisteren heeft gepubliceerd.
Het gegeven dat veel mensen al lang net boven of onder de armoedegrens leven, lijkt de bevindingen van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (WRR) te weerspreken. Dit invloedrijke adviesorgaan van de overheid stelde vorige week dat het gevaar van een tweedeling in de samenleving, waarbij groepen burgers permanent op een achterstand komen, niet groot is. In zijn door de vakbeweging en in kerkelijke kringen sterk bekritiseerde rapport stelde de WRR bovendien dat de economie voldoende perspectief biedt om de achterstand in te lopen.
Uit de CBS-gegevens blijkt echter dat het aantal huishoudens dat langdurig weinig geld te besteden heeft, onveranderd stijgt. Dit aantal steeg in 1995 - het laatste jaar waarover nu gegevens zijn verzameld - met 15 000 tot 432 000 huishoudens (zo'n 860 000 personen). Bijna de helft van deze stijging betreft een-oudergezinnen met minderjarige kinderen. Ook onder de groep jongere alleenstaanden zette de stijging zich voort.
Extra
Positief is wel dat het aantal werkloosheidsuitkeringen in 1995 nog maar een geringe groei vertoonde. Bovendien gingen de meeste mensen op bijstandsniveau er wat in koopkracht op vooruit, terwijl veel bejaarden met alleen AOW van een extra belastingaftrek konden profiteren.
Als armoedegrens gaat het CBS uit van 1 550 gulden netto per maand voor een alleenstaande, oplopend tot 2 810 gulden voor een echtpaar met twee kinderen. Dat is zo'n 250 gulden boven het voor hen geldende sociaal minimum. In totaal telt Nederland ruim zes miljoen huishoudens. Studenten en bewoners van zorginstellingen heeft het CBS buiten beschouwing gelaten.
Armen zijn naar verhouding het meest te vinden in de vier grote steden. Onder de daar wonende mensen zit meer dan een kwart onder de lage-inkomensgrens, van wie bijna de helft al vier jaar of langer. Buiten de grote steden is 14,5 procent 'arm' en is 6,2 procent dat al lang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.