Met een toch nog flinke meerderheid heeft de Tweede Kamer het CDA-Kamerlid Bukman tot haar voorzitter gekozen. Daaruit kan in elk geval worden geconcludeerd dat de meeste Kamerleden netjes volgens de ongeschreven regels hebben gestemd. Bukman was immers de officiƫle kandidaat van de CDA-fractie en hij werd pas naar voren geschoven nadat ondershands was gebleken dat er bij de andere grote partijen geen overwegende bezwaren tegen hem bestonden. Voor zover de meerderheid zich dus liet leiden door het adagium 'afspraak is afspraak', valt dat te billijken.
Tegelijk is duidelijk geworden dat die oude regels veel onbehagen oproepen. De verkiezing van een Kamervoorzitter behoort met openheid en vrijheid gepaard te gaan en niet de uitkomst te zijn van partijpolitiek geschuif achter de schermen. Dat maakt een slechte indruk en legt de Kamerleden bij zo'n gewichtig besluit veel te veel beperkingen op. Nu kwam het er toch op neer, dat de CDA-fractie bepaalde wie er op de stoel terecht zou komen.
Het is tekenend voor de dominantie van het bestuurlijk denken in deze fractie dat zij met een kandidaat op de proppen kwam die zijn sporen in het bijzonder als bestuurder heeft verdiend. Dat kan in deze functie beslist geen kwaad, maar het was logischer geweest te kijken naar parlementaire ervaring en uitstraling. In dat opzicht had de CDA-fractie in Doelman-Pel een uitstekende kandidate, met wie bovendien voor het eerst een vrouw voor deze tot nu toe exclusieve mannenpost was gekandideerd. Het CDA heeft die mooie kans laten liggen.
Hoewel de indruk sterk is dat de Kamer Bukman niet echt van harte heeft gekozen, hij ís gekozen. Op die keuze moet nu dan ook niet langer worden afgedongen. Het mag Bukman ontbreken aan parlementaire uitstraling, wat niet is, kan nog komen. Dat een derde van de Kamerleden gisteren aangaf een ander te wensen, dwingt hem ertoe zich daar krachtig voor in te spannen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.