*

 
dossier

Archief

LASTIGE VRAGEN (Hugo Pos)

Door: redactie − 06/01/96, 00:00

Bent u bang voor de dood en sinds welk levensjaar?

Toen ik nog klein was en in Suriname woonde hield ik er guinese biggetjes op na. Die zaten in een ruime kooi op het erf en werden door mijn broer en mij elke dag met vers gesneden paragras gevoed. Op een ochtend waren ze allemaal dood. Een buidelrat was door het gaas van de kooi binnengedrongen en had ze doodgebeten. Ik meen dat ik toen al vijf jaar was. Of dat gebeuren me bang voor de dood heeft gemaakt geloof ik niet. Het is wel een eerste geval van doodzijn dat indruk op me heeft gemaakt. Met de muizen die in de muizenvallen terechtkwamen en daar doodgingen had ik dat gevoel helemaal niet. Dood ging voor mij pas iets betekenen als het een dier betrof waar ik van hield. Een paar jaar later heb ik aan het bed van mijn geliefde grootvader, opa Morpurgo, gezeten toen hij stierf. Ik was op dat ogenblik alleen met hem in de kamer en woei hem met een brede Indiaanse waaier wat koelte toe. Ik schrok hevig toen hij opeens begon te rochelen, begreep instinctief dat hij aan het sterven was en riep om hulp. Mijn ouders kwamen toen aansnellen en zonden mij de kamer uit. Ik heb nog lang daarna gedacht dat ik mijn opa had doodgewaaid. Zo leerde ik begrijpen dat dood iets onherroepelijks was, de guinese biggetjes konden worden vervangen, mijn opa niet. Met bang zijn heeft het denk ik niets te maken.

Bent u niet bang voor de dood (omdat u materialistisch denkt, omdat u niet materialistisch denkt), maar bang voor het sterven?

Ja, ik ben bang voor het sterven omdat het op zoveel afschuwelijke manieren kan gebeuren. Daaronder versta ik ook een vorm van aftakeling die ik onwaardig vind. Let wel, dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Daarom ben ik een voorstander van de pil van Drion. Sedert ik in het bezit ben van iets soortgelijks voel ik me meer op mijn gemak. Ik wou maar dat mevrouw Sorgdrager opschoot met het verwezenlijken van de mogelijkheden voor artsen om het lijden van de mensen, ook die van de wilsonbekwamen, te verlichten.

Zou u onsterfelijk willen zijn?

In geen geval. Je zou het je ergste vijand niet mogen aandoen.

Hebt u al eens gedacht dat u ging sterven, en wat ging er toen door u heen:

a wat u achterlaat? b de toestand in de wereld? c een landschap? d dat alles ijdelheid is geweest? e wat onder u nooit tot stand zal komen? f de chaos in de bureaula?

Niet wat ik achterlaat, maar wie ik achterlaat.

Als er weer een kennis van u is gestorven, verrast het u dan hoe vanzelfsprekend het voor u is dat anderen sterven? En zo niet: hebt u dan het gevoel dat hij iets op u vóór heeft, of voelt ú zich de meerdere?

Nee, op mijn leeftijd, ik ben 82, vind ik het vanzelfsprekend dat anderen sterven. Ik zou het ronduit verschrikkelijk vinden als ik mij de meerdere van de dode zou voelen, enkel om het feit dat ik nog leef. Maar misschien schuilt er in mij heel stiekem toch een zekere trots dat ik er nog altijd ben. Het hangt er trouwens vanaf wie de dode is. In een enkel geval, waarop ik hier niet verder inga, had ik best willen ruilen.

Als u op dit moment niet bang bent om te sterven: omdat u het leven op dit moment een last vindt of omdat u er op dit moment juist van geniet?

De vraagstelling oú òf past niet in mijn bestaan. Ik kan het leven soms een last vinden en dan toch genieten van fietsen, een partijtje tennis, een goed boek, lekker eten en drinken met vrienden en nog tal van andere zaken. Als student in Leiden schreef ik een kwatrijn in de Virtus, het studentenblad:

De auto stort zich pijlsnel naar omlaag, ik weet alleen één ding, straks ben ik dood. Vreemd dat ik zonder vrees dit leven ga verlaten, dat ik zo straks nog zo intens genoot.

Een paar jaar geleden ben ik plotseling weer begonnen met het schrijven van kwatrijnen. De bundel Nestoriaanse kwatrijnen draagt de titel Voordat ik afreis. Inmiddels werk ik aan een tweede serie waarin dit maal ook zogenaamde 'light verse' worden opgenomen. Dat geeft mijn gemoedstoestand beter weer.

Als u iemand hebt beklaagd of gehaat en kennis neemt van het feit dat hij is overleden, wat doet u dan met de haat respectievelijk het medelijden, die u tot op dat moment jegens zijn persoon koesterde?

Ik heb zelden iemand gehaat, maar wel ken ik ten opzichte van een bepaald persoon het gevoel dat er dichtbij komt. Nu de betreffende persoon dood is laat hij (het was een hij) me totaal onverschillig.

Hebt u vrienden onder de doden?

Talrijke.

Zou u liever bij vol bewustijn sterven of zou u verrast willen worden door een vallende dakpan, door een hartaanval, door een explosie enzovoort?

Mijn vrouw en ik zeggen vaak, als een oud iemand bijvoorbeeld door een plotselinge hartstilstand overlijdt, tegen elkaar: een mooie dood. Dat geeft al aan hoe ik erover denk als het anderen betreft. Heel consequent zijn we niet, want als het een misdrijf of een auto-ongeluk betreft zijn we met stomheid geslagen. Omdat ik mezelf in gedachten al lang met de dood heb beziggehouden en hem ook tijdens de oorlog heel direct onder ogen heb gezien vind ik het niet zo nodig om bij vol bewustzijn te sterven.

Waarom huilen stervenden nooit

Ik wou dat ik het wist.

mailIcon print |