“Net zoals de overmoed van een stel koppige scheepsbouwers die beweerden dat de Titanic onzinkbaar was tot een ongeëvenaarde maritieme ramp leidde, zo heeft Camerons aanmatigende trots zijn project onnodig dicht bij het kapseizen gebracht”, schreef de Los Angeles Times in december, toen diens film 'Titanic' net in de Verenigde Staten was uitgekomen. En net zo onvermijdelijk als het uiteindelijke zinken van het majestueuze schip zijn woordkeus en beeldspraak die de laatste verfilming van 's werelds beroemdste scheepsramp omringen. Maar niet alleen het vocabulair is eenduidig: of het nu Variety, de Los Angeles Times, de Washington Post of de Britse Guardian is: er lijkt maar één manier te zijn om naar de film te kijken, en dat is vanuit de overeenkomsten tussen de ontstaansgeschiedenis van de film en de bombarie waarmee de Titanic destijds de wereld in gestuurd is.
Het is ook moeilijk de verleiding te weerstaan: waar de Titanic en haar ondergang het einde van het onvoorwaardelijke geloof in techniek en vooruitgang markeerden, zo biedt James Camerons film rijkelijk aanknopingspunten om iets te zeggen over de stand van zaken in hedendaags Hollywood aan het eind van deze eeuw. Neem alleen al het pikante verhaal dat Cameron op de set in Mexico zijn - eveneens Mexicaanse - medewerkers schaamteloos zou hebben uitgebuit, terwijl zijn film juist de klassenstrijd tussen het upper en het lower dek belicht - al heeft hij dat volgens de Britse krant The Independent op gruwelijk naïeve wijze gedaan: de rijken zijn afgeknepen en stijf, de armen te vies om aan te pakken, maar: 'boy, do they know how to party!'
De meeste Britse en Amerikaanse filmcritici lijken bevangen geraakt door de duizelingwekkende combinatie van 'Titanic' en 'duurste film aller tijden' - of heet die bevangenheid gewoon calvinisme? Ze kunnen daardoor eigenlijk maar tot één conclusie komen: hoogmoed komt voor de val, dit project is gedoemd om te mislukken. Niet in zijn techniek, op dat punt blijft Cameron onbetwist: de grote massa-scènes en de manier waarop hij het zinken van het schip in beeld heeft gebracht - “als een stervend organisme”, schreef de Süddeutsche Zeitung - zijn onnavolgbaar. Irritatie is er over het liefdesverhaal. Volgens de Britse Guardian reduceert dit de tragiek van de ondergang tot een tienerfilm. De Washington Post draait het juist om: “Cameron weet het majestueuze, de tragedie en de razernij te vatten op een manier die zijn triviale pogingen om dit alles te melodramatiseren tenietdoet. Ik gaf geen zier om die schattige Leonardo en Kate, en nog minder om hun duffe karakters of de tien voorspelbare Hollywood-issues die ze representeren. Ik verliet de bioscoop met pijn voor die 1 500 doden, rijk en arm, met pijn voor het grote schip in stukken, en voor de onontkoombare betekenis van dit alles.”
Dat Duitsland een harmonieuzere band met het ondergangsmotief heeft en zich door monstrueuze geldbedragen niet laat afschrikken, bewijst een stuk in Die Zeit. De auteur bespeurt in de film zelfs de aanwezigheid van hetgeen Thomas Hardy in zijn gedicht over de ondergang van de Titanic uit 1912 de 'alomtegenwoordige blik van de almachtige' noemt. “De belofte van de cinema alles te laten zien wat ogen kunnen waarnemen had altijd al een theologische kant”, aldus Die Zeit. “Deze film maakt de belofte waar. Hij maakt uit het decor van de ondergang een uitgestrekt landschap, waarover de camera als een zeevogel zweeft. (...) Dat het uitgerekend Camerons film is, die in het allergrootste formaat drie uur lang van het geluk en de pijn van het ontketende kijken verhaalt, past wel bij de retrospectieve en genuanceerde stemming van deze tijd. Het is in zekere zin juist, om de eeuw van de grote catastrofen, die met de tragedie van de Titanic begon, met een rampenfilm in de bioscoop af te sluiten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.