Minister Dijkstal van binnenlandse zaken maakt zich in een interview met het dagblad De Stem zorgen over de uitspraken die professor Bovenkerk vorige week deed voor de parlementaire enquête-commissie. Dijkstal noemt die uitspraken 'heel erg kort door de bocht' en zegt verder onder meer: “Die uitspraken doen het voorkomen alsof alle Turken, Marokkanen en Surinamers criminelen zijn. Over vooroordelen gesproken. Ik weet wel wat de volgende dag in de kroeg is verteld over de minderheden.”
Het komt ons voor dat Dijkstal zou moeten beseffen dat de mensen die door de commissie gehoord worden, onder ede staan en dat Bovenkerk zelf zijn uitspraken in ieder geval niet in de kroeg deed. Bovenkerk had inzage gekregen in geheime dossiers van de politie en na een kwart eeuw onderzoek naar de allochtone gemeenschappen in Nederland beschikt hij over een grote kennis ter zake. Volgens Bovenkerk bestaan er binnen de Surinaamse, Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in Nederland schrikbarend veel banden met criminele organisaties in het moederland en zijn 'tientallen procenten' van de Turkse mannen in Amsterdam betrokken bij criminele activiteiten: handel en vervoer van softdrugs. Een opvatting, die wat de Turken aangaat bevestigd werd door een Turkse criminoloog.
Het lijkt ons wat kort door de bocht te concluderen dat die uitspraken doen voorkomen alsof alle Surinamers, Turken en Marokkanen criminelen zijn. En misschien zou Dijkstal zich minder zorgen moeten maken over de uitspraken van Bovenkerk en wat meer over het probleem dat hij signaleert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.