Drie keer maakte hij een politieke val, maar als een duikelaar kwam hij telkens weer overeind. Om uiteindelijk het hemels mandaat te krijgen, waarmee hij de Chinezen het spreken belette maar hun portemonnee wist te vullen. Deng Xiaoping: hard, zelfverzekerd, praktisch en gezegend met een ijzersterk geheugen. De kleine leider van eenvijfde van de wereldbevolking.
Nu hij eindelijk 'Marx ontmoet', zoals Chinese communisten de dood omschrijven, kan de evaluatie plaatsvinden. Was Deng Xiaoping een massamoordenaar of weldoener, communist of kapitalist? De geschiedschrijving zal er nog een stevige kluif aan hebben. Een ding is zeker: een voetnoot zal Deng niet worden. Eerder groeit hij uit tot een van de belangrijkste figuren van deze eeuw. Tot de man die China weer op het wereldtoneel zette en verbijsterend snel omtoverde tot economische grootmacht.
Deng speelde klaar wat niemand voor mogelijk hield: ongebreideld kapitalisme in een strakke communistische dictatuur. Soms had hij het leger er voor nodig, vaak de politie, maar meestal snoerde hij critici de mond met zijn welbekende metaforen: “Een vogel moet niet in de hand worden gehouden, dan sterft hij. Je moet hem in een kooi stoppen, die groot genoeg is om in te kunnen rondvliegen. Maar zonder kooi zal hij wegvliegen en zijn richting verliezen.”
ONGECOMPLICEERD
Het geheim van Dengs succes is moeilijk te bepalen. Hij was een doener, geen denker. Zelfverzekerd, praktisch, snel. Een ongecompliceerde man, nauwelijks in iemands psyche, zelfs niet zijn eigen, geïnteresseerd. Hij was krap 1,60 meter lang, droeg meestal zijn Mao-pak en witte sokken en rookte onophoudelijk Panda's, het voor Chinese leiders ontworpen merk. Voortdurend spuugde hij op de grond, of hij nou Bush of Gorbatsjov aan zijn zijde had.
Zijn levendige ogen en doortastende stijl vielen iedereen op, maar charmant kon Deng niet worden genoemd. Hard en berekend bereikte hij de top. “Onderschat deze kleine man niet”, zei Mao al in 1957 tegen de Russische leider Chroesjtsjov. “Hij heeft een grote toekomst voor zich.” Volgens Mao zag hij er “zacht” uit, maar was hij “van binnen hard als staal”. Deng was “een naald verpakt in katoen”, aldus de grote roerganger.
De zoon van een welgestelde boer in Paifang in de provincie Sichuan groeide op in een traditioneel Chinees huis, met rood-en-goud beschilderde deuren. Als kind had hij de bijnaam Xianwa, 'goede jongen'. Niemand herinnert zich dat hij ooit mokte of rebelleerde. Dorpsgenoten zagen hem eindeloos koprollen maken voor zijn huis en bewonderden zijn goede geheugen. Als de jonge Deng een boek drie maal had gelezen, kon hij het volgens een oom uit zijn hoofd reciteren.
Zijn middelbare schoolcijfers zijn verloren gegaan, maar Deng schijnt een goede leerling te zijn geweest. Op zijn zestiende vertrok hij met een stoomschip naar Parijs. Hij zou er gaan studeren, maar de Chinese organisatie die dit had geregeld ging failliet, en Deng zag zich genoodzaakt te gaan werken, onder andere in de autofabrieken van Renault.
Dit harde, onzekere leven, de armoede en het verblijf in slaapbarakken van de fabrieken, wakkerden Dengs politiek bewustzijn aan. Hij werd lid van de Europese afdeling van de Chinese Communistische Partij. Op de sjofele hotelkamer van Zhou Enlai (de latere Chinese premier) in Parijs schreef hij met zijn volmaakte handschrift stukken voor het blad 'Het Rode Licht'. Hij consumeerde niets anders dan croissants, waar hij zo'n voorliefde voor overhield dat hij in 1974 van New York een omweg zou maken via Parijs om honderd croissants voor zijn kameraden te kopen.
De Franse politie hield de jonge Chinese communisten goed in de gaten. Toen Deng en zijn kameraden werden verdacht van moordplannen op anti-communistische Chinese jongeren, viel de gendarmerie op 8 januari 1926 Dengs hotelkamer in Billancourt binnen. De kamer was leeg: een dag eerder was Deng naar Moskou vertrokken.
Zijn verblijf in Frankrijk heeft van Deng niet alleen een professioneel revolutionair gemaakt, aldus biograaf Richard Evans, maar ook een veel mindere sinocentrist dan Mao, die slechts twee keer het buitenland (Moskou) bezocht. China zou zich niet kunnen ontwikkelen zonder van de wereld te leren, meende Deng.
In Moskou bleef hij slechts een half jaar, waar hij in de elite-klas van de Sun Yatsen-universiteit de bijnaam 'klein kanon' kreeg. Hij keerde snel terug naar China om mee te strijden; eerst tegen de feodale krijgsheren en vanaf 1927 ook tegen de nationalistische Kwomintang.
Deng zou nooit een hoge militaire rang halen, werd nooit generaal of zelfs maar kolonel. Toch schitterde hij in het leger, waar de grondslag voor zijn politieke carrière lag. Zijn partner, de een-ogige generaal Liu Bocheng, verbaasde zich over Dengs kwaliteiten. Hoe kon die kleine man zonder militaire opleiding zo zelfverzekerd beslissingen nemen, zo snel reageren en zo vaak gelijk hebben? Het kwam, zei Liu, doordat Deng razendsnel las en alles onthield. Uit inlichtingenrapporten nam hij alle details in zich op. “Hij kent zijn tegenstanders op elk niveau.”
IN DE PAN GEHAKT
Dengs eerste missie werd desondanks een flop. De ondergrondse communisten in Shanghai stuurden hem naar Guangxi, om de verovering van het zuiden te beginnen. Het Rode Leger was daar echter nauwelijks voor uitgerust, en werd door de nationalisten in de pan gehakt. Maar de boeren wist Deng wel voor zich te winnen. Ze waren onder de indruk van zijn eenvoud, al vonden ze hem wat 'radicaal'. “Na de strijd doodde je een paar landheren, die niet hadden hoeven worden gedood”, zeiden ze tegen hem. Waarop Deng antwoordde: “Hoe kunnen we het land onder de boeren verdelen, zonder landheren te doden.”
Voor Deng, zo zou in 1989 op het Tiananmenplein ook blijken, mochten levens voor politieke doelen worden geofferd. Door boeren aan te sporen hun landheren te doden, verbond hij hen voorgoed aan de communisten. Ze konden zich daarna niet meer afkeren van de revolutie, want dan zouden de landheren terugkomen en wraak op hen nemen.
Binnen de communistische partij liep het aanvankelijk echter niet gesmeerd: de Russischgezinden durfden Mao niet rechtstreeks aan te vallen, maar de toen nog onbeduidende Deng wel. Omdat hij weigerde de niet-te-winnen strijd in het zuiden voort te zetten, moest hij zelfkritieken schrijven. Hij belandde voor korte tijd in de gevangenis, en raakte zelfs zijn tweede vrouw, Jin Weiying, kwijt. Die ging er met een van Dengs politieke aanvallers vandoor. Enkele jaren eerder had hij al zijn eerste vrouw, Zhang Qianyuan, na een miskraam verloren.
Mogelijk uit angst dat Deng met partijgeheimen naar de Kwomintang zou overlopen, werd hij al snel gerehabiliteerd. En kon hij in oktober 1934 aan de Lange Mars beginnen: tienduizend kilometer, over achttien bergruggen en door 24 rivieren. Aan het eind was Deng doodziek van de tyfus, kon hij niet meer lopen of paardrijden, maar was zijn politieke carrière wel begonnen.
Tijdens de mars was de interne machtsstrijd immers beslecht door Mao, met wie Deng goed bevriend was geraakt. De twee liepen vaak samen en wisselden ironische grappen uit. Deng, redacteur van de Rode Ster, trad halverwege de mars toe tot het Centraal Comité.
Vanuit Yan'an konden de communisten zich voor het eerst goed organiseren. Deng werd politcommissaris van de 129ste legerdivisie. Samen met Liu Bocheng leidde hij twaalf jaar het roemruchte 'Liu-Deng-leger'. Ze bestreden de Japanse bezetter, en na 1945 weer de nationalisten, tegen wie Deng de grootste overwinning leidde. Ondertussen was hij voor de derde keer getrouwd, nu met meer geluk: Pu Zhuo Lin zou hem vijf kinderen schenken. Tijdens hun huwelijksreis - een uitputtende paardenrit naar zijn hoofdkwartier -, liep Deng; hij had zijn paard met boeken bepakt.
SOBER
Na de communistische overwinning haalde Mao hem naar Peking en benoemde hij hem tot secretaris-generaal van het Centraal Comité: een van China's vier belangrijkste mannen. Deng werd een inwoner van de Zhongnanhai, de luxe verblijven van de partijtop, met zwembaden, fraaie tuinen en sauna's. Aan het ruige leven van Mao deed hij echter niet mee. Voor hem hoefden geen honderden jonge vrouwen te worden aangesleept, hem zag je op zaterdagavond niet op de dansvloer - misschien wel omdat hij kleiner was dan vele vrouwen.
Deng leidde een sober leven: was vijftig jaar met dezelfde vrouw gehuwd, gaf zijn kinderen nauwelijks luxe. Hun enige traktaties waren de ijsjes van president Yang Shangkun. En Dengs enige eigen uitspatting was kaarten, eerst poker, daarna bridge. “Dat scherpt mijn hersenen”, zei hij als partijgenoten fronsten over zijn nachtenlange bridge-sessies.
Mao was een romanticus, Deng een realist; een soort yin en yang. De combinatie werkte goed, tot na de mislukte Grote Sprong Voorwaarts en de hongersnood. Deng kocht 6 miljoen ton graan op de wereldmarkt, tot woede van Mao. “Communisme is geen armoede”, reageerde Deng. Zijn plan om de boeren meer privé-initatief te geven, werd in 1961 door Mao woedend van tafel geveegd. “Welke keizer gaf dit decreet”, riep Mao. De vriendschap was verbroken, en later, in 1980, zou Deng zeggen: “Ik hield niet van zijn patriarchale gedrag. Hij wilde nooit de ideeën van anderen horen, hoe goed die ook mochten zijn. Hij gedroeg zich op een ongezonde, feodale manier.”
Vooral Mao's persoonsverheerlijking was Deng een doorn in het oog. Hij walgde zozeer van de posters en banieren met Mao's portret, dat Deng later, toen hij zelf alle macht had, buttons, stickers en aanstekers met zijn eigen afbeelding verbood.
Dengs koers richting een kapitalistische economie tekende zich begin jaren zestig al af. In 1962 deed hij zijn beroemde uitspraak: “Het maakt niet uit of een kat zwart of wit is, zolang hij maar muizen vangt.” Het was kort voor de Culturele Revolutie, waar Deng direct slachtoffer van werd. Dat hij zijn redelijk welgestelde familieleden had gespaard tegen wraakacties van boeren, kwam hem duur te staan. De Rode Gardisten beschuldigden hem van bescherming van “koeiendemonen en slangengoden”. Ze begonnen een campagne tegen Liu Shaoqui en Deng, die nummer één en twee capitalist-roaders werden genoemd en wier namen 'stonken'.
In juli 1967 dwongen ze Deng te knielen met armen op de rug omhoog (de vliegtuig-houding). Ze wilden hem met een zottenkap door de straten laten paraderen, en volgens Deng wilde Mao's vrouw, Jiang Qing, hem zelfs laten doden. Een van Dengs zonen, Deng Pufan, raakte invalide toen hij uit een raam sprong (of viel, of werd geduwd) na mishandeling door de Rode Gardisten.
Deng werd met zijn vrouw verbannen naar Nanchang, waar hij enkele jaren het huishouden deed en in een tractorwerkplaats werkte. Pufang herinnerde zich later dat hij daar voor het eerst menselijkheid bespeurde bij zijn vader. Elke dag masseerde Deng de verlamde benen en rug van zijn zoon. Daarna liep hij veertig ronden op de binnenplaats, ruim zes kilometer. Zijn dochter MaoMao: “Kijkend naar zijn zekere, maar snelle stap, dacht ik bij mezelf dat zijn vertrouwen, zijn ideeën en bestemming daar helderder en fermer moeten zijn geworden, hem klaar maakten voor de strijd die voor hem lag.”
RESERVE-TANK
Volgens sommige theoriën heeft Mao hem tijdens de Culturele Revolutie tegen de dood beschermd, omdat hij Deng zijn leven lang als een soort reserve-tank beschouwde. In 1973 haalde Mao hem terug op het politiek toneel, waar Deng tijdens een receptie binnenwandelde alsof hij nooit was weggeweest. Een jaar later noemde Mao hem alweer een 'uitzonderlijk talent'; en werd Deng vice-premier. Het was de hoogste functie die hij ooit zou bekleden; formeel werd hij nooit nummer één. Nooit premier, nooit staatshoofd, nooit partijvoorzitter.
Maar hij was een harde werker, die meteen aan de slag ging. Premier Zhou Enlai was ziek, Mao was ziek, en de machtige ultralinkse Bende van Vier van Mao's vrouw was een felle campagne tegen Zhou en Deng begonnen. Op muurkranten werd Deng een 'kapitalistisch despoot' genoemd, vanwege zijn oproep tot 'vier moderniseringen': van landbouw, industrie, defensie en onderwijs en wetenschap.
In het Politburo had Deng felle ruzies met Jiang, waarbij hij met de vuist op tafel sloeg of kwaad wegliep. Mao, op zoek naar een middenweg, riep zijn extremistische vrouw op de situatie niet te polariseren, maar de dood van Zhou Enlai in 1976 leidde tot de uitbarsting. Voor het eerst sinds de revolutie ontstonden er spontane demonstraties op het Tiananmenplein, waar 100 000 mensen rouwden om de dood van hun geliefde premier. Ze mondden uit in felle protesten tegen Mao's vrouw, en Deng deed daar - begrijpelijk - niets tegen.
Mao, door zijn ziekte steeds meer paranoïde, had zich inmiddels tegen Deng gekeerd, die voor de rellen op het plein verantwoordelijk werd gehouden. Deng weigerde ditmaal echter zelfkritieken uit te spreken, wat de hel in het Politburo deed losbarsten. Waarna Deng opstond en vertrok met: “Ik ben doof, ik kan geen woord horen.”
Hij werd uit al zijn functies verwijderd: zijn derde politieke val. Deng vluchtte naar Canton, waar hij een half jaar lang van schuilplaatsen wisselde, zodat Jiangs agenten hem niet konden vinden. Gestaag werkte Deng op geheime bijeenkomsten aan zijn terugkeer: “Moeten we hier impotent blijven wachten tot ze ons komen afslachten. Moeten we vier mensen hun gang laten gaan en ons land een eeuw terug laten zetten? Of moeten we hen bevechten zolang we adem hebben?” De aardbeving in Tangshan, met 600 000 doden, bood uitkomst. De bende reageerde met zo'n koel condoleance-telegram, dat ze de laatste sympathie van de massa verloor. Na de dood van Mao op 9 september 1976, wist Deng een arrestatiebevel voor de Bende te regelen, en keerde hij terug naar Peking.
ARM EN ACHTERLIJK
Voor Deng was het duidelijk: dertig jaar socialistische projecten en isolatie hadden China arm en achterlijk gehouden. Nu nog de macht overnemen van Hua Guofeng, die door Mao als opvolger was aangewezen. Deng had er twee jaar voor nodig, en begon toen aan zijn doel: een hogere levensstandaard voor alle Chinezen. Alle ideologische nonsens van Mao moesten daarvoor overboord: alleen dan kon het nieuwe China verrijzen.
Deng versterkte de rol van de regering, verkleinde die van partij en leger. Etiketten als 'rechtsen' en 'kapitalisten' schafte hij af; iedereen werd 'burger'. Verboden hobbies als postzegels verzamelen, mochten weer. In deze sfeer van ongekende tolerantie ontstond in 1979 de Lente van Peking. Tot Wei Jingsheng op een muurkrant 'Democratie of Despotisme?' schreef en het meerpartijensysteem eiste. Dit ging Deng, die soms in een zwartgeblindeerde auto langs de Muur van de Democratie reed, te ver. Wei werd gearresteerd en vloog voor vijftien jaar de gevangenis in. Dengs aanvankelijke tolerantie bleek niets meer dan een tactiek uit de oude Chinese strijdstrategie: 'Lok je tegenstander naar het dak, en haal dan de ladder weg'.
Vrijheid van meningsuiting was uit den boze; het land zou volgens Deng dan afglijden naar chaos en terugkeer van het feodalisme. Zo beval hij een campagne tegen 'geestelijke vervuiling', tegen excentrieke kapsels, mini-rokken en Nietzsche en Sartre. En zei hij: “De strijd tegen het bourgeois liberalisme moet nog minstens 30 jaar worden gevoerd.”
Door zich met zijn Vier Fundamentele Principes (vasthouden aan de socialistische weg, dictatuur van het proletariaat, etcetera) op te werpen als hoeder van Mao's gedachtengoed, kreeg Deng het leger achter zich, en kon hij aan de economische hervormingen beginnen.
Tegenstanders waren er uiteraard genoeg, en 1981 werd dan ook het Jaar van de Klachten. Volgens de maoïsten zou hij onverbloemd kapitalisme invoeren. Op dat moment ging Deng naar Amerika, waar hij paraderend met een rodeo-hoed op zijn hoofd goede sier maakte. Zijn populariteit in het buitenland verhoogde zijn status in China, waar hij zich stortte op de verjonging van de partij. Slinks wist hij tienduizend oude ambtenaren weg te promoveren.
Zelf zei Deng ooit: “Ik ben een leek op economisch gebied. Ik heb een paar opmerkingen over dat onderwerp gemaakt, maar allemaal vanuit politiek oogpunt.” Toch werd zijn beleid een succes. Vermoedelijk omdat hij begon met de privatisering van de landbouw. Dit leidde tot een hogere levensstandaard, wat de weg vrij maakte voor opbouw van de lichte industrie. Vervolgens werden buitenlandse investeerders aangemoedigd, en werden in 1984 economische hervormingen in de steden aangekondigd. Door de prijscontrole maar langzaam los te laten, wilde Deng een explosie van ontevredenheid voorkomen.
Dat mislukte bijna. Dengs bankroetwet, waarmee hij verlieslijdende staatsbedrijven wilde sluiten, deed conservatieven de rillingen over de rug lopen. De aanvallen namen toe, en in de zomer van 1988 ging het gerucht: 'Deng is voorbij'. In de steden had men last van de inflatie, en het gonsde van de verhalen dat het platteland honger leed. Net als in 1976 na de dood van Zhou, deed ditmaal weer een sterfgeval, van ex-partijleider Hu Yaobang de vlam in de pan slaan.
Eerherstel voor Hu, betere studentenvoorzieningen, halt aan de inflatie... de wirwar aan eisen waarmee studenten de straat op gingen, mondden uit in een massale roep om democratie en 'het einde van de keizer'. Hoeveel doden vielen toen de tanks op 4 juni 1989 het Tiananmenplein oprolden, is nog altijd niet bekend, maar het zullen er honderden zijn geweest. Ook is nooit de vraag beantwoord waarom het leger geen waterkanonnen en rubber kogels gebruikte; blijkbaar vond Deng bloedvergieten noodzakelijk om te voorkomen dat zijn nog onvoltooide China in verdeeldheid zou ondergaan.
In de eerste jaren na 'Tiananmen' werd Deng verguisd en kwamen de relaties met het buitenland op een laag pitje te staan. Gorbatsjov was toen de held van het westen. Maar naarmate de Russische politieke hervormingen leidden tot chaos, begon de vergelijking in Pekings voordeel uit te vallen. Al hadden de Chinezen geen vrijheid van meningsuiting, hun levensstandaard was verviervoudigd.
Deng is er nooit helemaal in geslaagd het bloed van het Tiananmenplein weg te schrobben. Maar wereldwijde economische belangen hebben het protest tegen 'Tiananmen' doen verstommen. China is te belangrijk geworden om ruzie mee te hebben, zèlfs nu de aanpak van dissidenten alleen maar harder wordt.
BRIDGEBOND
Ook kreeg Deng zijn binnenlandse critici stil, na zijn 'keizerlijke toer' door Shenzen in 1992, waar hij over de hervormingen simpelweg zei: “Het moet sneller”. Conservatieven waren niet blij - moesten hun maatregelen tegen de inflatie intrekken -, maar konden niets beginnen. Hoe vaak Deng in zijn politieke leven ook was bedreigd, uiteindelijk had hij het 'mandaat van de hemel' verworven. Geliefd bij vele Chinezen, hem dankbaar voor hun hogere salarissen en de vrijheid om een eigen bedrijf te beginnen, was Deng Xiaoping de keizer geworden die de Chinese eenheid nodig lijkt te hebben.
Een officiële functie had hij de laatste jaren niet eens meer. Sinds 1989 was Deng alleen nog voorzitter van de Chinese bridgebond, maar achter de schermen bleef hij de leider van eenvijfde van de wereldbevolking. Een zo groot land als China onder controle te houden, is echter een klus, zelfs al sluit je alle dissidenten op. Dat niet alle 1,2 miljard Chinezen tevreden zijn, wordt steeds duidelijker. De inflatie blijft hoog, corruptie, criminaliteit en werkloosheid nemen snel toe. Inmiddels zijn al 150 miljoen boeren naar de steden getrokken, vaak tevergeefs op zoek naar geluk.
Het zijn de keerzijden van Dengs economische hervormingen, waar de Chinese regering nauwelijks oplossingen voor lijkt te hebben. Deng zelf evenmin; die was de laatste jaren te ziek om nog iets te zeggen. De laatste keer dat hij in het openbaar verscheen, met Chinees nieuwjaar drie jaar geleden, was hij een bevend oudje met een seniele, starende blik. Zijn dochters schreeuwden de woorden in zijn oor.
Toch bleef Deng een soort spook, aldus een westerse diplomaat. “Iemand die je nooit zag, maar wiens invloed je altijd voelde.” Dengs levenswerk is in feite een van de grootste experimenten in de economische geschiedenis van de wereld. Als het standhoudt, zal hij als een soort geniale alchemist de geschiedenis ingaan: als degene die olie en water kon mengen. Maar als het faalt, dreigt er chaos. Deng zei het zelf: “Honderd jaar is niet genoeg om iets op te bouwen, maar om het af te breken is een dag al teveel.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.