*

 
dossier

Archief

Na een stroef begin gaat de titel wéér naar Niemann

NICOLIEN VAN DOORN − 22/01/96, 00:00

HEERENVEEN - Gunda Niemann is een legpuzzel met vijfduizend stukjes. Soms valt er een stukje op zijn plaats, maar om nou te zeggen dat zo'n enorme puzzel daar zichtbaar door verandert: nee. Wat het nog moeilijker maakt is dat veel stukjes die aanvankelijk leken te passen, bij nader inzien helemaal verkeerd blijken te liggen.

Wat bezielde Niemann bijvoorbeeld, toen ze na de 1500 meter naar het scorebord keek en van vreugde uit haar dak ging? Ze gooide haar armen omhoog, bedekte haar gezicht met haar handen en gooide nogmaals de armen omhoog. Ze deed kortom net alsof ze de rit gewonnen had. Terwijl haar tijd van 2.04.04 toch duidelijk 0.15 seconden boven de 2.03.89 van Annamarie Thomas lag. Eén fractie van een seconde vroegen de 12 000 toeschouwers zich af wat die malle Gunda bezielde. Het was een vraag waarover ze niet al te lang nadachten. Gunda was blij, niemand wist waarom, maar iedereen was bereid met haar mee te juichen. Want zo werkt dat in Thialf.

Waar kwam die uitgelatenheid van Niemann vandaan? Ab Krook, de Nederlandse vrouwencoach, dacht het juiste puzzelstukje gevonden te hebben: “Niemann wist dat Annamarie Thomas op de 1500 meter een geweldige tijd had neergezet en was blij dat ze zelf zo hard gereden had, dat de schade beperkt was gebleven.” Navraag bij Niemann leerde dat Krooks puzzelstukje niet paste: “Iedereen dacht dat ik uit mijn dak ging omdat ik minder op Thomas had verloren dan ik had verwacht. Maar dat was helemaal niet zo. Ik keek naar het scorebord en dacht heel even dat ik de snelste tijd had neergezet. Van pure opluchting gooide ik mijn armen omhoog, realiseerde me op hetzelfde moment dat Thomas sneller had gereden, maar toen was het publiek al met me mee gaan juichen. Ach, en toen vond ik dat ik positief moest blijven en nog een tijdje door moest gaan met juichen.”

Het is een raadselachtige reactie. Net zo raadselachtig als de krampachtige manier waarop Niemann het afgelopen weekeinde in Thialf rondliep. Hoe is het mogelijk dat een zesvoudig Europees en viervoudige wereldkampioene zich bij elk titeltoernooi gedraagt alsof ze een dag eerder pas heeft leren schaatsen? 'Niemann kan wat niemand kan', stond er op een spandoek te lezen. De enige die daaraan twijfelt, is Niemann zelf.

Gisteren werd ze weer eens Europees kampioene. Niet soepeltjes zoals de voorgaande zes keren, maar na een stroef begin. Na de 500 en de 1500 meter was het Annamarie Thomas die het klassement aanvoerde, met een voorsprong van 2.88 seconden op Niemann. Het was niet veel, maar voor Frau Niemann was het genoeg om van slag te raken. Aan alles was te merken dat ze niet zichzelf was. Ze zei niemand gedag, rende heen en weer als een kip zonder kop en na haar winst op de drie kilometer kreeg Krook zelfs een high five van haar. De coach was er beduusd van: “Dat had ik nog nooit meegemaakt, het gaf wel aan hoe verward ze was. Logisch natuurlijk. Als je gewend bent om altijd een straatlengte op je concurrentes voor te liggen en je wordt plotseling ingehaald, dan is dat veel erger dan wanneer je alleen af en toe de beste bent.”

Het hangt er bovendien van af, door wie je gepasseerd wordt. Volgens Krook voelt Niemann zich niet zozeer bedreigd door Thomas als wel door Claudia Pechstein. Beide schaatssters, die in verschillende schaatsscholen zijn opgeleid, kunnen elkaar niet luchten of zien. Het is voor Pechstein nauwelijks te verteren dat publiek en sponsors meer geïnteresseerd zijn in Niemann dan in haar. Lang geleden al heeft ze zich voorgenomen het schaatsleven van haar beroemde landgenote zo zuur mogelijk te maken. De afgelopen dagen slaagde ze daar nog niet in. “Maar Niemann voelt de hete adem van Pechstein in haar nek en wordt daar erg nerveus van”, wist Krook.

Niemann ontkende uiteraard bij hoog en bij laag dat ze last had gehad van zenuwen. De Europese titelstrijd was haar eerste officiële wedstrijd na haar knie-operatie van zes weken geleden en ze was reuze benieuwd geweest waar ze binnen Europa stond. Dat was erg meegevallen. Eén keer een 3000 meter en haar achterstand op Thomas was alweer veranderd in een voorsprong. Ondanks het feit dat de 24-jarige Friezin de drie kilometer reed zoals ze hem nog nooit had gereden: “Met een verval van drietiende seconde.”

Van Thomas had Niemann daarna niets meer te vrezen. “Ik wist dat ik dat ik geen Europees kampioene zou worden”, zei Thomas, die weinig ervaring heeft met de vijf kilometer. Zwoegend schaatste ze op de langste afstand een halve baan achter Niemann aan en liet met 7.37.87 een zevende tijd noteren. Haar naaste rivale Pechstein deed het bijna tien seconden sneller, maar dat maakte niets uit. De kloof tussen beide dames was zo onoverbrugbaar, dat Thomas' positie niet in gevaar kwam.

Goud voor Niemann, zilver voor Thomas en brons voor Pechstein. En Tonny de Jong? Zij werd vierde. Vergeleken met de derde plaats van vorig jaar lijkt dat een achteruitgang, maar dat is volgens De Jong beslist niet het geval. “Vorig jaar deden de andere schaatssters minder hun best, omdat het een na-Olympisch jaar was. Ik heb nu pas het gevoel dat het echt míín prestatie is.”

Vooral de 5000 meter werd een triomftocht voor De Jong. Met een tijd van 7.31.04 hield ze niet alleen haar naaste rivale Bazjanova op afstand, maar zette ze tevens een persoonlijk record neer. Dat had ze te danken aan haar eerzucht, want tijdens de race had ze maar één doel voor ogen gehad: Pechstein van de derde plaats verdringen. “Ik had uitgerekend wat ik moest doen om haar in het klassement voorbij te komen. In wereldbekerwedstrijden heb ik haar nog nooit kunnen pakken, maar ik dacht dat ze na drie afstanden wel moe zou zijn. Helaas was ze nog niet moe genoeg.”

De prestaties van Carla Zijlstra vielen tegen. Dat ze na de twee kortste afstanden een zeventiende plaats bezette, is nog begrijpelijk. Die achterstand maakt ze gewoonlijk op de twee lange afstanden goed. Deze keer wilde het echter niet lukken. Eindigde Zijlstra vorig jaar nog als tweede op de 3000 en 5000 meter, nu kwam ze niet verder dan een achtste en een zesde plaats. Het leverde haar een elfde plaats in het eindklassement op. Zowel Krook als Zijlstra gaven de schuld aan een recent buikgriepje. Daardoor ontbrak de scherpte. “Daar kan niemand wat aan doen, dat is overmacht.” Het is nog niet zeker of Zijlstra over twee weken deelneemt aan de WK allround in Inzell. Het komende weekeinde krijgt ze bij wereldbekerwedstrijden in Baselga de kans zich daarvoor te kwalificeren. Dat moet kunnen lukken: “Ik ga er van uit dat de lange afstanden niet ineens uit mijn poten verdwenen zijn. Bij het tennissen verliest de nummer acht van de wereld ook wel eens van de nummer 250.”

mailIcon print |