DEN HELDER - In de hoogtijdagen van de koude oorlog zijn dienstplichtigen en ander personeel van de Koninklijke Marine blootgesteld geweest aan radioactieve straling. Ze waren aan boord van mijnenvegers en andere fregatten tijdens proeven die de marine moesten voorbereiden op een mogelijke kernoorlog met de Sowjet-Unie.
De experimenten met radioactieve straling kwamen aan het licht door een oud-marineman. Die meldde zich onlangs bij de militaire vakbond AFMP met de vraag of de proeven misschien de oorzaak kunnen zijn van een zeldzame vorm van kanker die bij hem is aangetroffen.
De 56-jarige oud-matroos kwam op dat idee na berichten over mogelijk stralingsgevaar bij de Hawk-radarsystemen.
Met de proeven, die tussen 1960 en 1965 plaatsvonden, wilde de marine uitvinden op welke plek van een schip de bemanning het best kan schuilen bij een fall-out. De tests werden gehouden op schepen van de zogeheten 'mottenballenvloot', fregatten en mijnenvegers die tijdelijk uit de vaart zijn en in een aparte marinehaven in Den Helder liggen. Medewerkers van het toenmalig medisch-biologische laboratorium van TNO voerden ze uit.
TNO nam twee soorten proeven. Soms werd een ingekapseld radioactief pakketje aan een hengel het dek overgereden. Andere keren werd radioactieve stof, eveneens ingepakt, door een 700 meter lange slang over het dek verplaatst. Tijdens de proefnemingen waren van de bemanning alleen de onderofficieren en vijf matrozen aan boord. De onderofficieren keken op veilige afstand toe; de matrozen moesten benedendeks in de verschillende scheepsruimten met sondemeesters de straling opmeten.
De marine heeft intussen de testgegevens van de hengelproeven uit haar archieven opgediept. Volgens een marinewoordvoerster was de straling ervan volstrekt te verwaarlozen. De bemanningen hadden te maken met een straling die een vijfde is van wat een tandartspatiĆ«nt te verwerken krijgt bij het maken van een foto. Bovendien, zegt de woordvoerster, werd die stralingshoeveelheid ook nog onderbroken door de scheepsdekken. Van de 'slangproeven' zijn de stralingsgegevens daarentegen nog zoek. En de proef waarbij de oud-matroos in 1963 was betrokken, was nu juist zo'n slangproef. “Er wordt naar gezocht”, zegt de marinewoordvoerster. Ze weet niet waarom de marine er destijds voor koos bemanningen bloot te stellen aan de radioactieve straling.
Dat is ook een van de vragen waar de militaire vakbond AFMP antwoord op wil hebben. Woordvoerder F. Lardenoye vraagt zich met name af waarom de matrozen geen beschermende kleding aan kregen bij de proeven. Alleen de TNO-medewerkers droegen zo'n beschermend pak. “In die tijd was toch ook al algemeen bekend dat bij radioactieve straling extra bescherming nodig was.”
Mocht straling inderdaad de oorzaak zijn van de gezondheidsproblemen van de oud-marineman, dan zal de vakbond de marine aansprakelijk stellen. Al is de aansprakelijkheidstermijn bij straling van dertig jaar - hetzelfde als bij asbest - inmiddels verstreken. Lardenoye hoopt dat meer marinemensen die destijds de proeven meemaakten, zich zullen melden.
Het onderzoeksinstituut TNO in Delft kon gistermiddag geen nadere toelichting geven op de stralingsproeven. Gedurende de Koude Oorlog namen de supermachten vele proeven met het blootstellen van burgers en militairen aan radioactieve straling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.