Hoeveel kabinetsformaties zouden niet in de slotfase zijn stukgelopen? Het zijn er heel wat. Denk aan het kabinet-De Jong (1967-1971), dat ongetwijfeld als het kabinet-Biesheuvel door het leven zou zijn gegaan als de beoogde premier en formateur op het laatste moment niet zou hebben afgehaakt. Denk ook aan de slopende formatie van 1977, waarin Den Uyl zijn tweede kabinet vlak voor de eindstreep toch nog in rook zag opgaan en wel voorgoed naar in de loop van de daarop volgende jaren zou blijken.
In zo'n slotfase kwam het vaak op horlogemakerswerk aan. De mannetjes, de vrouwtjes, de bijbehorende posten, de verdeling over de partijen, het moest allemaal precies passen en lukte het even niet dan kwam er al gauw een horlogemaker aan te pas, zoals in 1981 toen minister van staat De Gaay Fortman de twee rivalen, Van Agt en Den Uyl, zover moest zien te krijgen om samen in één kabinet te willen zitten.
Dat was toen. Maar inmiddels ziet het ernaar uit dat we met deze formatie voorgoed afscheid hebben genomen van het horlogemakerstijdperk. Nu lijkt het alleen van belang te zijn dat je het eens bent over de nieuwe premier (Kok), over de minister van financiën (Zalm) en voor het overige blijken alle posten volstrekt inwisselbaar zijn. Je zou bij wijze van spreken aan de coalitiepartners hebben kunnen vragen de namen van hun kandidaat-ministers maar in een hoge hoed te gooien en een geblinddoekte notaris zou op afroep het kabinet hebben kunnen samenstellen.
Overdreven? Misschien. Maar hoe anders valt te verklaren dat het plaatje van afgelopen vrijdag totaal verschilt van het plaatje van afgelopen maandag? Tekende de PvdA vrijdag nog voor Buitenlandse Zaken, Onderwijs, Verkeer en Waterstaat, Justitie en Sociale Zaken, maandag vond de partij weer dat het Onderwijs, Justitie en Buitenlandse Zaken net zo goed kon laten vallen ten gunste van Ontwikkelingssamenwerking, Vrom en Binnenlandse Zaken, ontfermde de VVD zich dankbaar over Economische Zaken en Binnenlandse Zaken en mag D66 op Landbouw de halvering van de pluimveeteelt ter hand nemen.
Zeker, het komt allemaal omdat Bolkestein vrijdag al te gefixeerd was op Binnenlandse Zaken, D66 overvroeg en de wereld er weer totaal anders uit kwam te zien met de creatie van een nieuwe ministerspost voor D66. Maar dan nog. Bolkestein zal toch op één of andere manier aannemelijk moeten kunnen maken dat hij vrijdag zijn steun en toeverlaat Van Aartsen als baksteen meende te kunnen laten vallen om hem maandag vrolijk weer op het schild te heffen? En wat voor Van Aartsen geldt, gaat ook voor al die anderen op.
Meer dan ooit is de samenstelling van een kabinet een tombola geworden. De verschillen tussen politieke partijen zijn kennelijk zo klein, hun voorkeuren bijgevolg zo weinig uitgesproken en hun kandidaten zo kleurloos en daarmee inwisselbaar, dat de verdeling van de posten er inderdaad weinig toe doet; hooguit lopen partijen wat harder voor een post die in de wandeling als 'zwaar' wordt omschreven. Maar die indicatie is uiterst bedrieglijk. Economische Zaken bijvoorbeeld heet 'zwaar' te zijn, maar is in werkelijkheid al sinds jaar en dag een uitgekleed departement.
Onwillekeurig moest ik denken aan het legendarische verhaal van Barend Barendse. Hij versloeg de Tour de France, kreeg te horen dat Mendès-France (een Franse premier) was gevallen en riep, denkend dat het om een onbelangrijke wielrenner ging: “Aan namen heb ik niks, rugnummers moet ik hebben”. Zo is het ook met het nieuwe kabinet: partijen, personen en departementen, het zijn toevallige rugnummers geworden, in een al even toevallig kabinet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.