*

 
dossier

Archief

'Nog geen problemen op Maas en Waal dank zij vervuiling'

Door: redactie − 30/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - Op Nederrijn en Lek tot Nieuwegein kan niet meer worden gevaren. De sluizen zijn door het ijs gestremd, terwijl de beslissing om de stuwen van de Maas te 'strijken' gisteravond op handen was.

De binnenschippers vernemen de onheilstijdingen over het gestaag aangroeiende rivierijs via Teletekst. “Ze kijken ernaar alsof het een spannende film is”, zegt bestuurslid R. J. Zwiers van het Centraal Informatiepunt Bestrijding IJs (Cibij). Het buiten werking stellen van stuwen en sluizen op de grote rivieren, is noodzakelijk om de schade door kruiend ijs aan de installaties te voorkomen. De dienstkringhoofden van Rijkswaterstaat en het personeel van stuwen en sluizen overleggen dagelijks over wat er moet gebeuren in de slag met het oprukkende ijs.

Zwiers: “Door het uitschakelen van de stuwen komen er lage waterstanden, waardoor het ijs van Nederrijn en Maas kan worden afgevoerd. Maar het water wordt dan wel te laag om nog te kunnen varen. Als de grotere stuwen van de Nederrijn worden uitgeschakeld, spreken we over 'heffen', omdat ze omhoog gaan. De kleinere stuwen van de Maas daarentegen worden 'gestreken', omdat ze dan plat worden neergelegd. Op de Lek is de vaart gestremd tot Nieuwegein. Maar vanaf de Nieuwe Maas in Rotterdam is de Lek tot Nieuwegein nog bevaarbaar, zodat de belangrijke tankervaart naar het Amsterdam-Rijnkanaal mogelijk blijft.”

Het is niet het Cibij, maar het Berichtencentrum van Rijkswaterstaat dat de schippers via Teletekst informeert. Ook bij kijkers zonder enig belang in de binnenvaart slaat de fascinatie met het 'IJsbericht voor de scheepvaart' op Teletekst toe. Ogenschijnlijk zakelijke berichten in ernstige toonhoogte oplopend van 'zwaar tot middelzwaar drijfijs', 'opnemen van betonning', 'vaart met ijsbrekers nog mogelijk' tot 'vaarverbod', worden gelezen als pregnante teksten uit De barre winter van negentig van Herman de Man.

Het in Rotterdam gevestigde Cibij, opgericht in 1994, maar nu operationeel geworden, verliest geen ontwikkeling uit het oog. Ondergebracht in het hoofdkantoor van de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer cöordineert het Cibij al vanaf 16 december vorig jaar de konvooivaart op het IJsselmeer. “Voor het eerst sinds de oprichting doen we nu - met vier mensen - ervaring op. En het functioneert fantastisch, hoewel er steeds moet worden geïmproviseerd. Vanmorgen zat er een konvooi vast, dat aan de zuidkant van Amsterdam naar Lelystad, doordat de harde oostenwind telkens de geul dicht duwt. Er moest een derde ijsbreker worden gestuurd. Elke sleepboot levert 1 000 pk, dus dat werd totaal bijna 3 000 pk.”

Zwiers vertelt met verve over de 'hectische toestand' die is ontstaan door het gevecht tegen het dichtvriezen van de waterwegen. “De verbinding van de Rijn naar de Schelde moet ook met konvooien worden opengehouden, via het Hollands Diep, krachtens een verdrag met België. Maar daarvoor zorgt directie Zeeland van Rijkswaterstaat. Over het IJsselmeer sturen wij dagelijks twee konvooien. Het Cibij geeft de opdracht aan de totaal zes ijsbrekers. Er vertrekt dagelijks één konvooi met vertrekpunt Lemmer (de noordkant) en één met vertrekpunt Amsterdam (de zuidkant), die dan wisselen bij Lelystad, bij de Houtribsluizen.”

Konvooivaart is er ook in het noorden, waar schepen zich als ganzen voortbewegen achter de ijsbreker op het Prinses Margrietkanaal in Friesland en het Van Starkenborghkanaal en Eemskanaal in Groningen. Beginpunt is Lemmer en einddoel Delfzijl. Deze enige resterende vaarverbinding van Groningen moet door zes ijsbrekers worden opengehouden.

Zwiers ziet het sluiten van Nederrijn en Lek niet als bedreigend voor de vaart naar Duitsland. Gebleven is de nu drukker geworden parallelroute naar Rotterdam: die via Waal en Merwede. “Op die rivieren is er geen probleem. Het water bevriest er minder snel door de vervuilingsgraad.”

mailIcon print |