*

 
dossier

Archief

Is er straks nog tijd voor een opbeurend praatje?

DRS J. HAGENDOORN − 18/04/97, 00:00

De auteur is directeur van het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie.

Meneer A. krijgt wekelijks een douchebeurt van wijkverpleegkundige Dionne. Hij is zwaar longemfyseempatient, heeft hartklachten en in het voorjaar spelen zijn herinneringen aan het concentratiekamp op. Daar wordt hij behoorlijk somber en benauwd van. Zijn vrouw heeft een spierziekte en is rolstoelgebonden. Dionne heeft vijfenveertig minuten gepland. Daarin helpt ze niet alleen meneer A. onder de douche. Ze maakt ook een praatje met hem en zijn vrouw. Eerst huilen ze beiden om de ellende van de ander. Maar praten lucht op. Als Dionne weggaat, zijn meneer en mevrouw A. zichtbaar opgeknapt.

Of zo'n opbeurend praatje er in de toekomst nog in zit voor meneer en mevrouw A. is maar de vraag. Vanaf 1 juni moeten ze een eigen bijdrage van 10 gulden per uur betalen voor een bezoek van de wijkverpleegkundige. Als Dionne snel doorwerkt en niet te veel zegt, duurt de douchebeurt een half uurtje. Gaat ze in op de huilbui van meneer A. en de klachten van mevrouw A., dan kost dat meer tijd. Tijd waar meneer en mevrouw A. zelf voor moeten gaan betalen. Maar als praten geld gaat kosten, dan liever een half uur voor vijf gulden dan drie kwartier voor zeven gulden vijftig, want ze hebben het niet breed.

Die rijksdaalder voor aandacht en een extra praatje is wat men in vakjargon 'zorggebonden preventie' noemt, sinds jaar en dag een belangrijk onderdeel van de thuiszorgverlening. Met dat praatje komt Dionne er misschien achter of de heer A. nog meer onder de leden heeft ('probleemsignalering') en kan ze mevrouw A. wellicht dat ene duwtje in de rug geven om een neef op te bellen of samen met haar man bij de buren langs te gaan. Dat biedt de nodige 'sociale steun'.

Het ligt voor de hand dat na 1 juni de meeste cliënten zo weinig mogelijk 'zorgminuten' zullen willen betalen. Ze zullen zo min mogelijk aandacht vragen en de wijkverpleegkundige zal het uit haar hoofd laten om te achterhalen waarom de wond van meneer X maar niet dicht gaat of om een diëetadvies te geven aan suikerpatiënt Y. Laat staan dat mevrouw Z na haar bestralingskuur in het ziekenhuis een 'nazorgbezoek' vraagt van de verpleegkundige die nagaat of zij het thuis redt.

Kortom, ook vanuit het oogpunt van zorggebonden preventie - ongeveer een kwart van de werkzaamheden van de wijkverpleegkundigen en verzorgenden - zijn de huidige ontwikkelingen in de thuiszorg zeer verontrustend. Voor de preventie die niet zorggebonden is, werd een 'status aparte' ingesteld omdat preventie niet zou passen binnen een systeem van vraag en aanbod. Ouder- en kindzorg, voedings- en diëetvoorlichting, cursussen zoals zwangerschapsgymnastiek blijven wel betaald uit de AWBZ. Maar hoe kan het gebruikelijke individuele preventie-aanbod van de thuiszorg ook in de toekomst beschikbaar blijven?

mailIcon print |