*

 
dossier

Archief

Quebec alleen verder?

W. ALBEDA − 12/09/95, 00:00

Québec wil bij een afscheiding alle voordelen houden die een provincie heeft binnen de Canadese federatie. Het is onwaarschijnlijk dat de andere provincies dat pikken. Zodat een meerderheid van de Quebeckers er mogelijk voor kiest toch maar bij Canada te blijven. Dr. W. Albeda is oud-minister van sociale zaken.

De leiders van de afscheidingsbeweging hebben een nogal optimistisch beeld over hun mogelijkheden. Eigenlijk willen ze eerst de eigen soevereiniteit van Quebec, om daarna via handelsverdragen een economische unie met Canada op te richten, waardoor ze alle voordelen van de positie die een provincie van Canada nu eenmaal heeft, behouden.

Enquêtes tonen immers, dat de meeste kiezers helemaal niet zo ongelukkig zijn met hun positie binnen Canada. In een enquête in maart van dit jaar bleek, dat 91 procent achter de stelling staat, dat “Canada een land is, waar het goed is om te leven”; 82 procent was het er mee eens, dat men trots kan zijn op wat Frans- en Engelstaligen gerealiseerd hebben; 57 procent ontkende, dat Quebec en de rest van Canada weinig gemeenschappelijks hebben. Zo'n 68 procent is van mening dat een afscheiding fundamentele veranderingen zou brengen voor de provincie. Eigenlijk is alleen de positie van de Franse taal volgens de ondervraagden een reden voor afscheiding.

In de rest van Canada, en vooral ook in het verre Westen, waar ik de laatste drie weken rondzwierf, heeft men schoon genoeg van de discussie. Meer en meer klinken geluiden dat het een illusie is om te denken dat men vandaag kan afscheiden en morgen regelingen kan treffen, waardoor het leven onveranderd voortgaat.

Daarbij moet in de eerste plaats bedacht worden, dat de provincies in de Canadese federatie al een grote mate van autonomie hebben. Zij hebben de uitsluitende bevoegdheid om ziekenhuizen te exploiteren en beheren de gezondheidszorg. Zij regelen het gehele onderwijs binnen hun gebied, van bewaarscholen tot universiteiten. Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van stedelijke gebieden. De federatie regelt het strafrecht, maar het burgerlijk recht is een provinciale zaak.

De vraag is wat Quebec zal opschieten met afscheiding. Voor de andere provincies is het zeker niet vanzelfsprekend, dat Quebec alle economische rechten zou kunnen behouden, die het nu heeft. De premier van Saskatchewan merkt op, dat men er tot nu toe over discussieert of Saskatchewan z'n tarwe aan Quebec zal blijven verkopen, en z'n melk daar zal kopen. Maar dat is niet het punt. Het punt is, dat men moet inzien, dat zulke leveranties zouden gaan vallen onder de regels van internationale handel.

Daarentegen is er volgens een studie van de provinciale regering in Quebec geen reden is om te verwachten, dat er een einde zou komen aan de huidige positie van Quebec als melkleverancier. Quebec levert vijftig procent van alle in Canada geconsumeerde zuivel. Waar zouden de Canadezen die produkten anders moeten halen? Maar andere provincies staan klaar om, in geval van een afscheiding, via invoerrechten de eigen zuivelproduktie te gaan beschermen. De premier van Manitoba, Gary Filmon, deelde blijmoedig mee, dat zijn provincie de zuivelproduktie gemakkelijk kan verdubbelen. Wanneer Quebec zich afscheidt, dan kan niemand ons daarvan weerhouden, aldus Filmon.

Meer en meer tref je ergernis over de slepende discussie. Stemt een meerderheid vóór afscheiding, dan zal deze ergernis ertoe leiden, dat andere dan economische overwegingen de doorslag geven bij het regelen van de betrekkingen tussen de soevereine staten Quebec en Canada. Dit leidt ertoe, dat er een wat oneigenlijk debat plaatsvindt. 'Soevereinisten' beweren dat er weinig zal veranderen bij afscheiding, terwijl federalisten juist de nadruk leggen op die veranderingen. In de woorden van de Canadese krant 'Globe and Mail' willen de soevereinisten Canada weliswaar begraven, maar blijven zij Canada prijzen.

Wèl wordt het steeds duidelijker dat het debat ooit moet worden beëindigd. Een meerderheid voor 'nee' zal de beweging voor afscheiding voor lange tijd verzwakken. Dat maakt het huidige debat belangrijk, maar af en toe ook bitter.

Een bijzondere rol spelen de oorspronkelijke Indiaanse bewoners van Quebec. Zij realiseren zich, dat hun positie vastligt in verdragen met de federale regering, en dat in geval van een afscheiding dus opnieuw moet worden onderhandeld. Hun positie is dan ook duidelijk. Zij zullen 'nee' stemmen. De 21e eeuw lijkt steeds meer de eeuw te worden van de etnische emoties.

Op de één of andere manier hangt dat samen met de globalisering van economie en culturen. In veel delen van de wereld leidt dit tot onrust en zelfs burgeroorlogen. Dat zal in Canada niet gemakkelijk gebeuren. Een vreedzame afscheiding ligt eerder in de verwachting. Maar of iemand daar wezenlijk beter van wordt mag worden betwijfeld.

De taalkwestie blijkt echter zo zeer emoties te kunnen oproepen, dat wezenlijke vragen, zoals die van een effectieve aanpak van de werkloosheid, en van een bezinning op de voor- en nadelen van immigratie in dit grotendeels lege land, er door kunnen worden overschaduwd.

Mijn prognose? De 'soevereinisten' redden het niet, omdat de twijfelaars het avontuur toch niet aandurven.

mailIcon print |