*

 
dossier

Archief

Fiscus gaat winst van grotere ijsclubs op toertochten belasten

LOUIS CORNELISSE − 10/01/97, 00:00

AMERSFOORT - De ijsclubs boeren goed. Neem de Twee Provinciën-toertocht. Daar deden 14 000 schaatsers aan mee: volwassenen zes en kinderen vier gulden. Zit de penningmeester met blauwe vingers toch gauw een dikke 80 000 guldens te tellen. Zijn collega van de Noorder Rondritten doet het nog beter: 10 000 deelnemers legden 12,50 gulden neer, en hup 125 000 gulden in kas.

Aan de belastingdienst zijn de verdiensten van de clubs aan de ijspret niet ontgaan. Op de centrale post op het Haagse Voorhout is nog geen missive voor extra aandacht het land ingegaan. “Maar de veertig lokale diensten zullen de clubs in de gaten houden”, verzekert de woordvoerder van het departement van financiën. Hij weet ter geruststelling te melden dat ze zich zullen richten op de grote vissen en niet op de kleine krabbelaars.

Een beetje ijsclub trekt al gauw de aandacht van de belastingdienst, zo blijkt uit de circulaire. Een vereniging die een tocht organiseert heeft een belastingvrije voet tot 70 000 gulden. Daarna moet er belasting worden afgedragen. De woordvoerder van financiën: “IJsclubs mogen onkosten opvoeren. Sneeuwschuivers, stempelhokjes, vlaggen en medailles. Pas als dat afgetrokken is, spreken we van pure, belastbare winst.”

Moeten de vijfhonderd ijsclubs een aanslag van de fiscus vrezen? Moet dadelijk de vrijwillig kleumende koek-en-zopie-houdster, als de dooi al heeft ingezet, gaan inleveren? “Ja, nog wel”, zegt Jan Espeldoorn van de Koninklijk Nederlandse schaatsenrijdersbond. “Maar we zijn aan het studeren hoe dat anders kan. Met onze sponsor, een accountantskantoor, zijn we bezig een speciale regeling voor de ijsclubs te ontwikkelen. Als ze een mooie winter meemaken, zouden ze dat geld weg moeten kunnen zetten voor in de jaren als er geen ijs ligt.”

Een mooi idee om de ijsclubs te laten overwinteren in een periode dat er niet geschaatst kan worden, denkt de KNSB. Het lijkt op de regeling die sommige kunstenaars en sportprofs treffen. Espeldoorn: “Er zit wel een probleem aan. Gemiddeld kunnen er één keer in de drie jaar toertochten georganiseerd worden. Maar wat moet je doen als, zoals ook gebeurt, er tien jaar geen parcours uitgezet kan worden, of drie jaar achter elkaar wel? We zijn er nog niet uit, maar we verzinnen er zeker wat op.”

mailIcon print |