*

 
dossier

Archief

Taboe op kolonialisme verdwijnt

HANS GOSLINGA − 09/11/96, 00:00

De Antilliaan die in de jaren '50 op de lagere school in Willemstad leerde dat de Rijn bij Lobith 'ons land binnenkomt', kreeg later op de middelbare school in Nederland de vraag wanneer nou eens een dijk tussen Willemstad en Paramaribo werd aangelegd. De Hollandse leraar meende dat de Antillen voor de kust van Suriname lagen, zoals de Waddeneilanden voor de Nederlandse kust. In werkelijkheid bedraagt de afstand meer dan 1500 km. Als er toch een nauw verband is tussen Suriname en de Antillen, dan schuilt dat in het verloop in de staatkundige ontwikkeling van beide voormalige koloniën.

VVD-fractieleider Bolkestein duidde rechtstreeks op dat verband, toen hij het afgelopen voorjaar de verhouding met de Antillen en Aruba onverhoeds op scherp zette. Hij zal daarmee nog veelvuldig worden geconfronteerd, nu hij gisteren samen met de fractieleiders van PvdA, CDA en D66 en vertrekkend Kamervoorzitter Deetman aan een tiendaags bezoek aan de Nederlandse Antillen en Aruba is begonnen. Dat bezoek kan worden beschouwd als het begin van een nieuwe fase in de onderlinge betrekkingen in het koninkrijk. Het politieke gewicht van het gezelschap is zwaar, dus er kan wat worden verhapstukt.

Zoals zo vaak in de Nederlandse politiek van de afgelopen jaren, doorbrak Bolkestein in het voorjaar een taboe door zich niet te storen aan de regel dat je Willemstad en Oranjestad, de hoofdstad van Aruba, uitsluitend op kousenvoeten benadert. Hij verkoos de klompen. Suriname was vervallen tot 'een roversnest'. Moest dat ook met de Antillen gebeuren? Dat kon de democratische rechtsstaat Nederland zich toch niet laten welgevallen. Maar het dreigde wel te gebeuren als Nederland zich te gemakkelijk bleef voegen naar de Antilliaanse en Arubaanse wensen. Die kwamen er eigenlijk altijd op neer dat Nederland mag dokken en verder zijn mond moet houden. Bolkestein wenste daar een eind aan te maken.

De VVD-leider vond kennelijk dat het klimaat rijp is voor een hardere opstelling. Anders dan het zich na de oorlog lang liet aanzien hebben de Antillianen en Arubanen de wens om onafhankelijk te worden opgegeven. De ontwikkelingen in Suriname sinds de onafhankelijkheid in 1975 zijn daar niet vreemd aan. De Antillianen zijn daardoor flink afgeschrikt en spreken zich nu voluit voor behoud van de band met Nederland uit. Zo reageren de voormalige koloniën sterk op elkaar, want de sociale onlusten in 1969 in Willemstad waren voor de Surinamers nu juist aanleiding om hun streven naar onafhankelijkheid in een hogere versnelling te brengen. Nederland werkte daar van harte aan mee, beducht als het was om in een dekoloniserende wereld van koloniaal gedrag te worden beticht, zoals was gebeurd naar aanleiding van het ingrijpen van Nederlandse mariniers in Willemstad.

Nu de Antillen bij het koninkrijk willen blijven, meent Bolkestein dat Nederland eisen moet stellen, zowel als het gaat om de sanering van de torenhoge overheidsschuld op de Antillen als het herstel van de rechtsstaat en de democratie op Aruba. Accepteren de eilanden dat niet, dan staat het hen vrij alsnog uit het koninkrijksverband te treden. Het is dus kiezen of delen. De VVD-fractie zette deze lijn twee weken geleden voort in het debat over het beleid van minister Voorhoeve, die in dit kabinet de Antilliaanse en Arubaanse zaken onder zijn hoede heeft en heel wat omzichtiger opereert dan zijn partijgenoten.

Bolkestein doorbrak eigenlijk nog een tweede taboe. Tot voor kort was er een enorme schroom in Nederland om op de Antillen als bemoeizuchtig over te komen. Nog niet eens zozeer omdat de autonomie van de koninkrijkslanden zich daartegen verzet, maar veel meer om niet het verwijt te krijgen van koloniaal paternalisme. Die schroom wordt nu langzaam afgeworpen, niet alleen door Bolkestein, maar allengs ook door de anderen. De reden is de ernst van de problemen. Vooral op Curaçao en Sint Maarten is sprake van diepe armoede, massale voortijdige uitval in het onderwijs, hoge werkloosheid, criminaliteit en bestuurlijk onvermogen. Op het momenteel economisch florerende Aruba doen zich vooral rechtsstatelijke problemen voor en is er steeds de associatie met mafiose invloeden (hoewel een duidelijk beeld daarvan ontbreekt). Zelfs de behoedzame Voorhoeve zei in de Kamer dat al die problemen niet worden opgelost als de Antillen het begrip autonomie louter omhoog houden als schild tegen bemoeienis van Nederland.

Dat er van een omslag in de Nederlandse houding sprake is, blijkt ook uit de open of verholen suggesties om de status van de overzeese rijksdelen zodanig terug te brengen, dat Den Haag gemakkelijker zijn bestuurlijke invloed kan doen gelden. Alleen de VVD-fractie is zover gegaan de zaak op scherp te zetten, al ontbreekt het aan middelen om de stevige woorden kracht bij te bezetten. Wijzigingen in het statuut kunnen niet eenzijdig worden aangebracht, er is wel een bepaling die van de koninkrijksregering verlangt de burgerlijke rechten en vrijheden en de deugdelijkheid van het bestuur in de afzonderlijke landen te waarborgen. Maar deze weg vergt uiteraard de medewerking van de Antillen en Aruba, die immers van de koninkrijksregering deel uitmaken.

De reëelste mogelijkheid lijkt de koninkrijksregering zeggenschap te geven over veel meer aangelegenheden dan alleen buitenlandse zaken en defensie en gelijktijdig een koninkrijksparlement in het leven te roepen. De PvdA heeft die laatste suggestie twee weken terug met verve bepleit, vanwege de gebrekkige democratische controle nu op koninkrijksbesluiten. Een tweede overweging kan zijn dat een parlement, waarin ook volksvertegenwoordigers van de West zitten, het voor de Antillianen gemakkelijker maakt de intensievere bemoeienis van Den Haag te accepteren.

Een stapje verder is de Antillen de status te geven van provincie. Onder de christen-democraten bestaat voor die gedachte sympathie. Voor de Antillianen lijkt dat vooralsnog een brug te ver. Bij het referendum twee jaar geleden sprak maar een hele kleine minderheid zich uit voor volledige integratie met Nederland. Voorhoeve heeft nu van de Kamer, op initiatief van paars, de opdracht gekregen de mogelijkheden in kaart te brengen ter voorbereiding van een open discussie over de toekomstige verhoudingen. Hij was daar niet erg happig op. Hij wil wel herziening van het verouderde statuut, maar is huiverig voor een discussie over de grondslagen daarvan. De beduchtheid in de Kamer voor een tweede Suriname onder de de Hollandse driekleur vlag is evenwel groot en vormt een sterke drijfveer om de banden fundamenteel te herzien.

mailIcon print |