'Waterzooi' is vanavond in Het Muziektheater Amsterdam.
Een scène later dansen twee paren op speeldoosachtige klanken. Ze lijken hovelingen op een bal, maar in hun haperende motoriek kunnen het ook mechanische poppetjes zijn. De flonkerende sterren boven hen geven het geheel een verstild, haast sprookjesachtig aanzien.
Deze scènes uit 'Waterzooi' van de Franse choreografe Maguy Marin zijn typerend voor haar werk, althans voor één facet ervan. Deze succesvolle leerling van Maurice Béjart liet ook wel eens zien het spektakel niet te schuwen. Maar 'Waterzooi' (1993) is het toonbeeld van subtiliteit, ondanks het thema: onze zieleroerselen.
De charme van het dansende vrouwtje herinnert aan 'Groosland', het 'dikkertjesballet' dat zij in 1989 bij Het Nationale Ballet maakte. De speeldoosscène doet denken aan 'Cendrillon', Marins fantastische bewerking van 'Assepoester'. Wat mij betreft zijn dat haar beste werken, waar zij er goed in slaagde een subtiele atmosfeer te creëren met middelen die het tegendeel suggereren.
Speelse humor en betoverende schoonheid zijn de sterke troeven van Marin die ook haar zwakke kanten heeft, zoals bleek uit 'Coup d'Etats' (1988), een van haar gruwelijke spektakelstukken. Gelukkig is 'Waterzooi' sober, hierin geïnspireerd door het beroemde Gentse gerecht waarnaar dit reisstuk werd genoemd. En in die beperking kan Marin haar kwaliteiten tonen. Verbazingwekkend is het haast hoe lichtvoetig zij de menselijke emoties de revue laat passeren. Naast liefde en vreugde, zijn dat woede en haat. Dat laatste is als enige beklemmend uitgedrukt in een scène waarin een man zich moet ontkleden, vernederd wordt en dan naakt over de grond rolt: kwetsbaar en eenzaam. Ook het slotbeeld, waarin zij de mens als egoïstisch eenzaam wezen afschildert, is pregnant verbeeld. De dansers lopen in de groep langs elkaar heen zonder elkaar op te merken. De klanken van hun mondharmonica's klinken melancholisch. Snijdend is dit beeld niet. Ondanks al Marins eerder geuite kritiek op de mensheid, schemert hier ook compassie door. Het indrukwekkendst is een monoloog door een danseres, een lament waarin de dood van een moeder beweend wordt met een dansend mannenkoor als onverbiddelijk klankbord.
Soberheid kenmerkt 'Waterzooi' in alle opzichten: de dans is bewust eenvoudig gehouden, maar effectief genoeg om uit te drukken wat ze wil. Denis Mariotte componeerde muziek die de dansers zelf kunnen spelen. De combinatie van fluit, trommels en ander eenvoudig instrumentarium levert een zeer bijzondere klankkleur op die de sfeer bekrachtigt. Sober is ook de opbouw waarbij een actrice de scènes inleidt. Die structuur werkt voorspelbaar op den duur: een praatje met een plaatje is dat op de slechtste momenten. Dat is vooral zo wanneer de dansers de genoemde emotie demonstreren in een persoonlijke act zoals ook de spelers van Pina Bausch dat doen. Met dat verschil dat Bausch' humor bijtend is en de Wuppertaalse dansens echte acteurs zijn. Ondanks die zwaktes is 'Waterzooi' een integer en goed werk: 'plezant', om het op z'n Vlaams te zeggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.