*

 
dossier

Archief

Voor één keer zijn Zwitserse coureurs homogeen

JOHAN WOLDENDORP − 12/10/96, 00:00

Ferdi Kubler was in 1951 in het nabij Lugano gelegen Varese de laatste. Drie jaar later haalde Fritz Schür in het Duitse Solingen nog een podiumplaats. Sindsdien ging het wereldkampioenschap wielrennen eigenlijk altijd voorbij aan Zwitserse coureurs. In dat licht waren de emoties rondom Alex Zülle begrijpelijk, toen de halve Zwitser en dito Nederlander donderdag de eerste regenboogtrui op de weg in 45 jaar veroverde; ook al was het dan 'slechts' in het tijdrijden.

Bijna een halve eeuw wachten op een wereldtitel. Of misschien nog langer als de heilige missie van morgen mislukt. In alle objektiviteit: het goud in de chronorace heeft bij lange na niet de uitstraling van de hoogste onderscheiding die er in de wegrace valt te verdienen. Wat dat betreft vertelde Toni Rominger op de persconferentie na de individuele rit tegen de klok weinig nieuws: “Vorig jaar won Miguel Indurain op het WK in Colombia het tijdrijden en Abraham Olano de wegwedstrijd. Daarna is er alleen maar over de wereldtitel van Olano gepraat.”

En de bijzonder collegiale manier waarop de vijfvoudige Tourwinnaar zijn landgenoot - en misschien wel diens opvolger bij Banesto, hoewel Indurain het plezier in het wielrennen weer terug gevonden schijnt te hebben - de eeuwige roem in eendagswedstrijden verschafte. Die vriendendienst maakte diepe indruk op de Zwitserse delegatie. In Duitama reageerden Richard en Gianetti door een fraai staaltje tweedracht te laat en lieten zich vervolgens door Indurain in de tang nemen. De eenheid in de WK-ploeg van de Helveten is gespleten als het land zelf.

Drie talen (of eigenlijk vier, met het Reto-Romaans erbij) worden er gesproken, en minstens drie culturen heersen er. De enige nationale verbondenheid in het meest neutrale land van Europa lijkt een alom gelegitimeerde vreemdelingenhaat te zijn. De immer amicale collega van een gezaghebbende krant uit Zürich antwoordt op de vraag hoeveel inwoners zijn land telt, zonder blikken of blozen: “Zes miljoen Zwitsers en één miljoen buitenlanders.” In een interview in Sport Zürich verontschuldigt Marc Biver zich omstandig voor een kritische mening over het land waar hij woont en een bom duiten verdient. “Ik mag de Zwitsers,” zegt hij, “maar niet hun mentaliteit. De afwerende houding tegen Europa bevalt me niet en evenmin de manier waarop dit land wordt geregeerd. Maar ik ben buitenlander en moet blij zijn dat ik hier überhaupt mag wonen.”

Biver was tot dusver het enige bindmiddel in het Zwitserse wielrennen. De geboren Luxemburger heeft nagenoeg alle toppers uit het profpeloton onder contract. Biver werd groot, toen hij zich in 1982 opwierp als manager van skivedette Pirmin Zurbriggen. Daarna regelde hij ook de zaken voor sportsterren als Vreni Schneider, JP Papin en Michael Stich. Tien procent van het salaris en twintig procent commissie bij het afsluiten van sponsorcontracten is de vaste deal. Zijn bureau MBD (Marc Biver Developpement) groeide als kool. In '92 verkocht hij het zaakje aan het Amerikaanse IMG; naar verluidt voor een kleine dertig miljoen. Hij draaide toen een jaaromzet van bijna 55 miljoen gulden. Sindsdien is Biver regiodirecteur voor IMG in Zwitserland.

Rominger, Zülle, Dufaux, Richard en in mindere mate Jürmann en Gianetti zijn als coureur te groot geworden voor hun land. Bij de eerste twee komen nog wel eens nationalistische sentimenten naar boven drijven. Zülle legde de liefde voor zijn land er donderdag wel heel erg dik bovenop, maar bespeelt de media (en dus het grote publiek) in ieder geval slim. Hij blijft de eenvoudige 'polderjongen' uit het Oost-Zwitserse Wil en laat de mensen in zijn leven kijken. In zijn uitstraling blijft hij dicht bij zijn professionele bron: huisschilder.

Rominger doet het op zijn manier; hij probeert zijn programma zo te regelen dat hij op gezette tijden de deelnemerslijst van de Ronde van Zwitserland kan opvrolijken. Niet dat je hem in de koers ziet. Hij laat zich meestal snel op een onoverbrugbare achterstand rijden en kan de nationale rondrit dan ongehinderd als wedstrijdtraining gebruiken. Hij laat zich voor de start omstandig fotograferen met vrouw en kinderen, maar van de 'muis' zijn eerder alleen de zakelijke antecedenten bekend: miljonair te Monaco (geschat jaarsalaris ruim vier miljoen gulden) en ondertekenaar van tal van privé-contracten. Variërend van brillen, helmen, schoenen, een spierstimulator, een hartslagmeter, thermo-ondergoed tot een fietsframe. Met dank aan Marc Biver, die in zijn wielerbestand verder geen enkele fietsende kerstboom heeft die zo is opgetuigd.

Veel van die bedrijven zijn Zwitsers. Kapitaal is er genoeg, maar uit angst voor een slecht imago is geen enkel groot concern uit het Alpenland geïnteresseerd in sponsoring van een professionele wielerploeg. Ze investeren delen van hun pr-budget liever in evenementen en personen. In de etalage van een kledingzaak in het centrum van Lugano houdt de commerciële wielerhistorie van Zwitserland op bij twee truitjes: Cilo-Aufina en Helvetia. In 1993 circuleerde er heel even een marketingplan voor een behoorlijke profploeg, eentje voor de top 18 van het UCI-klassement. Sindsdien is er niets meer van het project vernomen en figureert er in de staart van het peloton in onooglijke koersjes een marginaal ploegje (PMU Romand-Bepsa-Loup Sport) met illustere namen als Aebersold, Bourquenoud, Chassot, Gartmann, Renggli en Wirz.

Uniek gezelschap

Twee weken geleden stond er in Madrid een uniek gezelschap op het podium van de Ronde van Spanje. Drie Zwitsers: Zülle op 1, Dufaux (ook al één van de Tourrevelaties) op 2 en Rominger op 3. De laatste won daarnaast ook de bergtrui. Laurent Dufaux voelt zich eerder Fransman, Olympisch kampioen Pascal Richard -die geen trek meer heeft in het WK in eigen land - ook nog een halve Italiaan. In een vragenrubriek in het Franse wielerblad Velo geeft Dufaux haarfijn aan waarom een Zwitserse profploeg met alle nationale toppers tot mislukken is gedoemd: “Daarvoor is er te veel rivaliteit en jaloezie onder de coureurs. Zwitsers gedijen beter met buitenlandse coureurs in de grote Italiaanse, Spaanse en Franse ploegen. Maar het blijft triest dat een land met weliswaar slechts vijftien profrenners, maar kwalitatief enkele hele goede, geen grote ploeg heeft.”

Het streven naar eenheid is deze week het gesprek van de dag in Zwitserse wielerkringen. Dat lot ligt morgen op het loodzware parcours bij Lugano (252 kilometer, met vijftien keer de beklimming van de Crespera) in handen van Wolfram Lindner. In de nadagen van de DDR leek hij even aan het hoofd van een profploeg te komen. De vroegere Oost-Duitse bondscoach had een geldschieter gevonden, maar terwijl de Muur al was gevallen oordeelden de 'machthebbers' in het op instorten staande communistische bolwerk dat professionele topsport tot de laatste snik taboe bleef. De toppers uit de ex-DDR trokken naar Team Stuttgart, de voorloper van Telekom. Lindner was heel even in de markt als ploegleider, maar de officials van de (West-)Duitse wielerbond hielden zijn benoeming tegen.

Voor één dag wordt de droom van de 55-jarige Lindner werkelijkheid. Hij hoopt voort te borduren op het succes van Einzelganger Richard in Atlanta en vertrouwt op de beroepsernst van zijn coureurs. “Ze hebben nadrukkelijk de wens geuit in Lugano een ploeg te vormen en zochten daarvoor een bindmiddel. Een ploegleider die niet zijn eigen zin doordrijft, maar zorgt voor een goede sfeer en dito verzorging. Het stukje plakband waardoor de zaak aan elkaar vast blijft zitten. Veel meer is er ook niet nodig voor de eenheid. Ik ken de jongens nauwelijks, maar ik merk dat er een vertrouwensrelatie is gegroeid. Wanneer één van hen kampioen wordt, is mijn aandeel daarin gering. Zij staan in dat geval voor 99 procent aan de basis van de overwinning. Ik voeg er het laatste procentje aan toe.”

Het beste bewijs in de ogen van Lindner is de Ronde van Spanje, waar de Helveten uit diverse ploegen op het cruciale ogenblik puur Zwitsers dachten. Zo trok de voor het eindklassement kansloos geworden Rominger een dodelijk vermoeide Zülle een keer over de bergen. “Het podium in de Vuelta was honderd procent Zwitsers, dat zullen we nooit weer meemaken,” blikt Rominger terug op een recent verleden. “Ik ben blij daaraan een bijdrage te hebben geleverd.” De Zwitserse homogeniteit zoals die zich nu lijkt te manifesteren, hield de oude rot (hij is van 27 maart 1961) vijf jaar geleden voor onmogelijk. “Toen interesseerde het me niet of er nu een Zwitser of een buitenlander wereldkampioen werd. Nu hebben we allemaal het gevoel dat de titel één van ons moet toekomen.” Het geldelijke gewin - de Zwitserse bond heeft een kwart miljoen in de premiepot gestopt - is van ondergeschikt belang. Vroeger niet, geeft Rominger toe, toen draaide alles om de financiën. “Ik wilde de toekomst van mijn familie zeker stellen. Dat doel heb ik bereikt. Nu verkeer ik in de fase dat ik niets meer te verliezen heb.”

De Zwitser overweegt volgend jaar te stoppen. Tenzij hij morgen in winnende positie geraakt en Zülle de in de Vuelta afgesloten lening aflost.

mailIcon print |