*

 
dossier

Archief

Ook veel Amerikaanse bedrijven zuchten onder boycot Iran

Door: redactie − 03/10/97, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - De sanctiepolitiek van Washington tegen van terrorisme verdachte landen als Iran, Libië en Cuba, is funest voor het eigen bedrijfsleven. Meer dan negen van de tien Amerikaanse ondernemingen hebben er last van. En meer dan de helft is daardoor contracten misgelopen.

Ook het Europese bedrijfsleven lijdt onder het Amerikaanse boycotbeleid, dat op gespannen voet staat met de principes van de vrije wereldhandel. Twee derde ondervindt negatieve gevolgen, terwijl 14 procent concreet opdrachten is misgelopen. Dit blijkt uit een gisteren gepubliceerd onderzoek van de European-American Business Council onder een grote groep Amerikaanse en Europese bedrijven met samen wereldwijd drie miljoen mensen in dienst.

Een van de nadelige effecten is dat Amerikaanse concerns ervoor terugschrikken joint ventures aan te gaan met buitenlandse collega's. Europese ondernemingen zeggen personeel te hebben moeten ontslaan en minder te hebben kunnen investeren in de Verenigde Staten.

De bedrijven die deelnamen aan het onderzoek, noemden achttien gevallen waarbij zij als gevolg van de sanctiewetgeving voor 1,9 miljard dollar (3,8 miljard gulden) aan kansen moesten laten lopen. Eerder was al bekend dat het Nederlandse ING-concern zich gedwongen zag weg te gaan uit Cuba, waar het tot dan toe de suikeroogst financierde.

Miljardendeal Total

De publicatie van het onderzoek valt samen met nieuwe Amerikaanse verwijten aan het adres van Europa, nu naar aanleiding van de miljardendeal die het Franse olieconcern Total samen met partners uit Rusland en Maleisië begin deze week met Iran heeft gesloten.

Washington is sterk gekant tegen investeringen in dit land, omdat het de kwade genius zou zijn achter tal van terreuraanslagen, en bovendien zou werken aan een eigen atoombewapening. Niettemin stelde minister Madeleine Albright van buitenlandse zaken woensdag dat aan Total mogelijk toch geen straffen zullen worden opgelegd, althans indien Frankrijk en Europa bereid zijn de druk op Iran te verhogen.

In het Amerikaanse Congres wordt intussen echter aangedrongen op een “snelle en beslissende actie om de beschikbare sancties toe te passen” in de Total-zaak. Anders zou de geloofwaardigheid van de VS in de strijd tegen het terrorisme op het spel komen, schrijven de invloedrijke Congresleden Gilman en D'Amato in een brief aan president Clinton.

Het contract van Total en zijn partners ter waarde van 4 miljard gulden voor de ontwikkeling van een groot gasveld in Iran, is de grootste buitenlandse investering in dat land sinds 1979. Volgens de Amerikaanse sanctiewet inzake Iran en Libië krijgen buitenlandse ondernemingen straffen opgelegd indien zij meer dan 20 miljoen dollar per jaar in deze landen investeren. De boycotwet was het afgelopen jaar al aanleiding voor een hoog oplopende conflict tussen de VS en Europa.

De Amerikaanse handelssancties zijn overigens verre van effectief. Zo werd vorig jaar via Doebai, het commerciële hart van de olierijke Verenigde Arabische Emiraten in de Perzische Golf, voor 775 miljoen dollar aan geïmporteerde goederen naar Iran doorgesluisd. Veel van deze goederen zijn, volgens het emiraat, afkomstig uit de Verenigde Staten, de grootste exporteur naar Doebai. Ook andere landen als China en Japan, maar ook Engeland, Duitsland en Italië, maken gebruik van deze handelsroute via Doebai.

Ook zijn er de nodige directe zakenrelaties met Iran. Volgens het persbureau Reuter zijn de Duitse concerns Siemens en Daimler-Benz de belangrijkste leveranciers. Daarnaast bouwen Japanse bedrijven er stuwdammen, heeft een Italiaans bedrijf er een staalfabriek, en hervatte het Franse autoconcern Peugeot Citroën de verscheping naar Iran van onderdelen voor de Peugeot 405.

Tijdens een internationale handelsbeurs die deze week in Teheran is geopend door de nieuwe president Mohammed Khatami, zijn naar verluidt liefst 1100 buitenlandse bedrijven uit 78 landen vertegenwoordigd.

mailIcon print |