DEN HAAG - George Pehlivanian voelt zich als een zondagskind. Hij telt slechts 33 jaar en toch staan nu al vijf vooraanstaande orkesten in Europa en in Noord-Amerika te dringen om hem als chefdirigent aan te stellen. De carrière van Pehlivanian, vaste-gastdirigent van het Residentie Orkest, heeft de vaart van een komeet.
“In Beiroet waar ik geboren ben, ontsnapte ons gezin na een bomaanval aan de dood. Mijn vader had een voorgevoel dat het in ons land fout zou gaan en had zich al in Amerika gevestigd. Mijn moeder, concertzangeres, mijn zusje en ik volgden in 1975. Ik werd concertmeester van een jeugdorkest, vormde in het geheim een orkestje dat ik zelf dirigeerde, won met m'n 25-ste jaar een workshop voor dirigenten en het was bij die gelegenheid dat dirigent Lorin Maazel mijn toekomst voorspelde: “Your limit is the sky”.
“Dát gaf een kick: dat je alles kunt bereiken wat je wilt. Ik nam in Siena les bij Ferdinand Leitner en hij was het die mij leerde om mijn temperament in goede banen te leiden; Pierre Boulez wees mij de weg in de literatuur van de twintigste-eeuwse muziek. Twee jaar later, ik was toen 27, won ik de grote prijs van het dirigentenconcours in Besançon.”
Tijdens de voorbereiding voor dat concours haalde Pehlivanian enkele kunststukjes uit. “Ik was naar Besançon gegaan om eens te kijken hoe andere jonge dirigenten worden opgeleid. Tot m'n stomme verbazing kwam ik met de eerste symfonie van Tsjaikowski door de eerste ronde. Op het programma van de volgende ronde stonden Mozart en Skrjabin op het programma, werken die ik in de nacht tussen de ene en de andere ronde heb ingestudeerd. Volgende ronde: Mahler 4 en de Serenade nr.2 van Brahms, nooit eerder gedaan.”
“Toen volgde de finale met Mozarts opera 'Cosi fan tutte'. Ik, die nog nooit een opera had gedirigeerd, won met die opera de eerste prijs. Ik was de eerste Amerikaan na veertig jaar die deze belangrijke prijs won. Van trots liep bijna ik naast m'n schoenen.”
Het was bij toeval dat Pehlivanian de Russische dirigent Valery Gergjev ontmoette. Kort daarna belde Gergjev hem op of hij in Sint Petersburg een ziek geworden collega kon vervangen. Vier dagen later dirigeerde Pehlivanian Stravinsky's 'Le sacre du printemps'.
Ziek geworden collega's vervangen, Pehlivanian kan er alles over vertellen! “Ik heb in korte tijd vijf zieke collega's vervangen”, vertelt hij met olijke blik in de ogen. “Dat waren in Den Haag Svetlanov en Knussen, in Rotterdam Gergjev, in Israël een tournee met het Kamerorkest van Israël en in het Franse Bordeaux viel ik in voor Alain Lombard met op het programma de opera 'Tosca'.”
“'Ken je de partituur van die opera?', vroeg mijn concertagent. Met groot lef zei ik ja, maar ik had diepartituur nog nooit ingekeken. Gezien de reacties is het toch uitstekend gegaan. Op de vraag of ik in die tijd ook een China-tournee van een Duits orkest kon leiden, heb ik maar nee gezegd”.
Op grond van de succesvolle inval-directies, besloot het Residentie Orkest direct hem te contracteren. Na twee jaar nog nooit nee gezegd te hebben tegen de programma's die de directie hem vroeg te dirigeren, wil hij in zijn derde Haagse jaar zijn eigen programma's samenstellen.
“Ik hou van themaconcerten”, vertelt hij vol enthousiasme. “In mijn derde jaar ga ik de derde symfonie van Brahms, de derde van Beethoven, de derde van Schumann en de derde van Rachmaninov uitvoeren. Ik heb tot nu toe, als Svetlanov in zijn functie van chefdirigent weer zijn zin wilde doorzetten, een stap opzij gedaan. De programmering leverde tot nu toe dan ook geen problemen op, maar als mijn contract bij het Residentie Orkest na het volgende seizoen afloopt, dan zeg ik dat ik heel graag wil blijven, maar dan wèl mijn eigen programma's wil maken.”
“Ik vind het Residentie Orkest een uitstekend orkest met prima musici waar ik graag mee werk. Orkestleden moeten voor een dirigent geen angst hebben, een orkest en een dirigent vormen samen één gezin of zo je wilt een huwelijk. Wij hebben elkaar inmiddels leren kennen, de atmosfeer waarin wij werken is goed en de orkestleden weten dat ik er voor hen ben. Daarom kan ik met dat orkest aanstaande zaterdag Mahlers vierde symfonie brengen en kan ik ook de eerste symfonie van Bruckner op het programma zetten. Zelf ben ik nu ook aan die componisten toe. Mahler en Bruckner, stap voor stap.”
Met Bach en Beethoven zijn Mahler en Bruckner de lievelingscomponisten van Pehlivanian, maar ook en vooral Stravinsky. Zo dirigeert hij bij het Rotterdams Philharmonisch, het orkest waar Gergjev en Stravinsky als het ware een twee-eenheid vormen, in april volgend jaar 'Petroejska'. En Bruckner komt binnenkort aan bod bij Het Gelders Orkest waar hij tijdens vijf concerten (10-16 december) de eerste symfonie dirigeert.
“Het Rotterdams orkest is een geheel ander orkest dan het Residentie Orkest”, aldus Pehlivanian. “Ik heb het gevoel dat er in Den Haag een team zit dat bereid is heel hard te werken. In Rotterdam bestaat het orkest naar mijn gevoel meer uit individualisten”
Pehlivanian's stap naar Mahler en Bruckner is geen toevallige. Hij is ervan overtuigd zijn ritme in het leven gevonden te hebben. “Vorig jaar ben ik getrouwd en dat betekent ontzettend veel voor me. Mijn vrouw werkt nu nog in Parijs maar ik heb gezegd dat wij een plan moeten maken om meer bij elkaar te kunnen zijn. Het is natuurlijk vreselijk om getrouwd te zijn met een dirigent die van hot naar her reist, die altijd bezig is met muziek, met repetities en concerten. Mijn vrouw heeft een geweldige invloed op me en daarom is het goed als wij samen zijn.”
“Daarom wil ik ook van een goed orkest chefdirigent worden, daar ben ik óók aan toe. Dirigeren is voor mij geen job, het is mijn leven. Ik geloof met mijn christelijke opvoeding in een hogere macht die mij stuurt in het leven. Ik voel en geloof dat ik in dit leven iets speciaals te doen heb, dat ik een taak heb. Die taak wil ik zo goed mogelijk uitvoeren, er voor anderen zijn, een instrument zijn van het goede. Samen met musici iets moois tot stand brengen. Het doet er dan niet toe of dat Bach, Brahms of hedendaagse muziek is, of het een concert is of een opera-voorstelling. Men mag mij een zondagskind, een gelukskind noemen, maar dat geluk wil ik niet voor mezelf houden, dat wil ik graag met anderen delen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.