Het CDA oogst groot succes met zijn recente rapport 'De verzwegen keuze van Nederland' over het gezin. Dat blijkt onder meer uit de grote haast waarmee de regering nu het antwoord, via een aan het Sociaal en Cultureel Planbureau opgedragen onderzoek, probeert te formuleren. Maar de christen-democraten lopen met dit rapport zeker niet voorop. De auteurs zijn redacteuren van Trouw en ouders van 'crèche-kinderen'.
Maar toch: een pleidooi voor herverdeling van arbeid, dus van tijd en inkomen, gaat er bij de vrouwenbeweging en andere progressieve groepen in als koek, getuige ook de enthousiaste reactie van Pessers. Immers, dáárvoor knokken veel vrouwen maar ook bijvoorbeeld een partij als GroenLinks al decennia, met relatief weinig succes. Nu blijkt dat ze het gewoon verkeerd brachten: ze hadden het te veel over de luxe 'tweeverdiener' die individuele zelfontplooiing met werk, zorgtaken en óók nog eens kinderen wil combineren. Het CDA begint bij de kwetsbare kinderen, die 'twee-zorgers', zorgende ouders met daarnaast nog een inkomen nodig hebben. Het komt precies op hetzelfde neer, maar klinkt toch anders.
Maar herverdeling van werk, zo ervoeren eerdere strijders, loopt vooral spaak op de onwil van mànnen om hun betaalde werk voor onbetaalde zorgtaken in te ruilen. De cijfers wijzen uit dat mannen - ongeacht hoeveel ze zelf of hun vrouwen buitenshuis werken - nooit meer dan rond de 16 uur per week aan zorgtaken besteden. Het aantal zorguren ligt hoger bij sympathisanten van PvdA, D66 en GroenLinks dan bij CDA'ers. Zestien uur is dus ruim twee uur per dag, net genoeg om de kinderen naar bed te brengen, de tafel te helpen afruimen en een fietsband te plakken. Vrouwen die tussen de 16 en 30 uur betaald werken (ongeveer de helft van alle jonge moeders) doen ondanks hun baan precies het dubbele: 32 uur. Máár dertien procent van alle ouderparen (vooral hoogopgeleid en links stemmend) verdeelt het zorgwerk gelijk.
Het is nu dus heel interessant om te weten - en dáár laat het CDA-rapport zich helaas te weinig over uit - hoe de partij de mannen aan het onbetaalde werk denkt te krijgen. Het is nauwelijks voor te stellen dat mannen twee dagen per week loon in willen leveren en thuis blijven voor de kinderen in ruil voor de magere 250 gulden opvoedloon die het CDA part-time werkers in het vooruitzicht stelt.
Los nog van de vraag of de mannen wel thuis mògen blijven van de werkgevers. Immers, de CDA-senatoren in de Eerste Kamer zijn nog niet zeker of ze wel voor een wettelijk recht op deeltijd zullen stemmen. En ook andere voorstellen uit progressieve kring als een recht op zorgverlof stuitten steeds op weerstand bij het CDA. Daar moet altijd alles in goed overleg tussen werkgevers en werknemers, liefst in de vorm van vrijwillige convenanten, en daarbij hadden zorgtaken nog nooit prioriteit bij de sociale partners.
Dan is er het voorstel voor een zorgloon als één ouder thuis blijft. Ook een heel oud idee, vroeger heette dit 'huishoudloon'. Het voorstel, alweer uit de vrouwenbeweging van de jaren zeventig, was binnen de beweging al erg omstreden: feministische tegenstanders vonden dat je zo vrouwen helemaal achter het aanrecht plakte en niet-feministische tegenstandsters, ook uit CDA-kring, dat zij niet door de staat voor hun 'liefdeswerk' in het gezin wilden worden betaald. Het voorstel werd toen weggehoond door het CDA, en tegelijk met het 'jaren-tachtig-idee' voor een (in veel opzichten vergelijkbaar) basisinkomen naar de prullenmand verwezen. Hoe realistisch en vooral breed gedragen is de plotselinge omslag nu?
De CDA-voorstellen zijn er op gericht werkende ouders meer dan nu in staat te stellen de zorg voor hun kinderen zelf op zich te nemen in plaats van uit te besteden. Het fenomeen crèche wordt weliswaar niet veroordeeld, maar het gezin als bij uitstek veilige thuishaven voor kinderen staat bij de christen-democraten voorop. Niet voor niets bepleit het wetenschappelijk bureau van het CDA een gelijkwaardiger plaats van opvang bij gastouder-gezinnen ten opzichte van crèches, als opvang thuis niet volledig kan worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld omdat hìj toch niet in deeltijd gaat werken. De overheid zou gastouderopvang moeten stimuleren ten koste van het budget voor de professionele opvang in crèches, stelt het CDA. Er staan nog wel 60.000 kinderen op de wachtlijst voor crèches van ouders, die volgens recent onderzoek bewust voor deze vorm van opvang kiezen maar het geld (of de goodwill van de werkgever) missen voor een (meteen beschikbare) bedrijfsplaats. Vooralsnog reageerde CDA-vice-voorzitter Lodders dan ook zeer terughoudend op dit onderdeel van de voorstellen.
Minder terughoudend is Pessers. Zij is alleen tegen full-time-opvang bij crèches. Nu is dat een goedkoop argument want die situatie komt nauwelijks voor: in Nederland delen twee kinderen gemiddeld eén plaats wat betekent dat kinderen 2,5 dagen op de crèche zijn en 4,5 dagen en zeven avonden thuis. Bovendien betreft het maar 7,5 procent van alle kinderen terwijl er toch met relatief méér kinderen in de samenleving heel wat mis is. En dat zijn toch vooral kinderen uit maatschappelijke groepen die hun kroost niet op de crèche (kunnen) doen.
Maar terwijl Pessers full-time-opvang aan de kaak stelt, waagt zij zich aan uitspraken die haar tot de conclusie hadden moeten brengen dat alle crèches met onmiddellijke ingang dienen te worden gesloten. Niet vijf, niet vier, niet drie, niet twee, niet één dag per week mogen kinderen worden blootgesteld aan de gevaren die hen in de crèche volgens Pessers bedreigen. In kinderdagverblijven tiert de commercie immers welig, leren kinderen geen solidariteit en komen 'gezinsdeugden' als offervaardigheid en altruïsme in het nauw. Die deugden zouden uitsluitend in de veilige, vertrouwde omgeving van het gezin kunnen worden aangeleerd.
Waar ontleent Pessers haar wijsheid aan? Crèches kunnen net als gezinnen heel goed de veilige thuishaven bieden die zij in haar redenering uitsluitend aan gezinnen toekent. Dat bewijst onderzoek naar de eerste crèche-generatie die nu rond de twintig is. Deze jongeren blijken net zo stabiel, crimineel of gelukkig te zijn als kinderen die uitsluitend in een gezin zijn groot gebracht.
Wat te denken trouwens van al die kinderen die in hun jeugd in hun 'veilige' gezin emotioneel zijn verwaarloosd, fysiek bedreigd of zelfs regelrecht mishandeld? Juist de beslotenheid van het gezin kan dit soort uitwassen in de hand werken. Dank zij de publieke controle twee of drie dagen in de week is dit bij crèche-kinderen bijna uitgesloten. In crèches zijn tot op heden geen kinderen vermoord. Nee, ook niet uit liefde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.