AMSTERDAM - Ondoorgrondelijk zijn de wegen van het 'Verzetsleger van de Heer'. Deze Oegandese christen-fundamentalisten strijden voor strikte politieke toepassing van de Tien Geboden - daarbij gesteund door het moslim-fundamentalistische bewind in Soedan. Zelf storen zij zich niet aan het gebod 'Gij zult niet doden'. Maandag bij voorbeeld schoot dit 'Verzetsleger' (Lord's Resistance Army, LRA) twaalf burgers dood, die in de stad Gulu stonden te wachten op uitkering van een overheidslening.
De Oegandese president, Yoweri Museveni, heeft niet alleen met deze 'christen-strijders' te maken, maar met nog een viertal verzetslegertjes. Museveni houdt zich groot, en stelt dat de strijders gering in aantal zijn, en dus geen bedreiging vormen. Maar niemand weet beter dan hij wat een guerrilla vermag: Museveni kwam namelijk zelf in 1986 aan de macht na een guerrilla, die hij in 1980 begon met slechts acht getrouwen.
Ook was Museveni tot over zijn oren betrokken bij de guerrillain het zuidelijke buurland Rwanda. Sinds vorig jaar zetelt daar de regering van het Rwandees Patriottisch Front (RPF). Dit Front werd opgericht in Oeganda, door Rwandese Tutsi-vluchtelingen die hun land dertig jaar geleden ontvluchtten voor een Hutu-revolutie. Toen het RPF in 1990 Rwanda binnenviel, had het daarbij alle steun van Museveni. Deze stond op zeer goede voet met de (etnisch aan hem verwante) RPF-leiders, oud-medestrijders in zijn eigen guerrilla.
Museveni weet dus dat hij zich zorgen dient te maken, temeer daar de LRA-rebellen niet alleen staan in hun strijd. De LRA is voortgekomen uit een andere christelijk geïnspireerde beweging, van de charismatische profete Alice Lakwena. Zij bewapende haar aanhangers voornamelijk met stokken, en liet hen - in de waan onkwetsbaar te zijn - in 1987 ten strijde trekken tegen Museveni's soldaten. Maar die hadden mitrailleurs, en maaiden de rebellen bij duizenden neer.
Alice vluchtte naar Kenia; veel van haar volgelingen kwamen terecht in Soedan. Daar vormden zij het LRA, samen met gevluchte Oegandese soldaten die tegen Museveni hadden gevochten. Eind jaren '80 volgden deze strijders nog dezelfde suïcidale tactiek als hun voorgangers. Zij wreven zich in met notenolie, die kogels in waterdruppels zou doen veranderen. Psalmen zingend, wierpen zij de soldaten stenen en flessen toe, in de verwachting dat deze zouden ontploffen als handgranaten.
Maar nu hebben ze echte wapens, zelfs mortiergranaten - geleverd door het Soedanese bewind, zo meent niet alleen Museveni, maar ook het diplomatenkorps in Oeganda. De minst waarschijnlijke partner voor een christen-fundamentalistisch leger lijkt wel het fundamentalistische moslim-regime in Khartoem. Dat voert immers al jaren een jihad tegen de eigen christelijke en animistische volken in het zuiden van het land. Maar de Zuidsoedanese rebellenleider John Garang (oud-studiegenoot van Museveni) krijgt steun van Oeganda - vandaar de steun van Khartoem aan de LRA-rebellen.
Na een LRA-aanval vorige maand, waarbij 70 burgers omkwamen, liet Museveni de grens met Soedan afsluiten, om wapenleveranties aan de rebellen te verhinderen. Tevens verbrak hij de diplomatieke banden met Khartoem. Overigens is Oeganda niet het enige land dat Soedan beschuldigt van inmenging. Ook Eritrea en Ethiopiƫ klagen daarover.
Tijdens de Koude Oorlog berokkenden de westerse en Oostblok-mogendheden Afrika grote schade met hun waanzinnige bondgenootschappen met potentaten. Het einde van de Koude Oorlog heeft de kansen op vrede en ontwikkeling in een aantal landen, vooral in zuidelijk Afrika, aanmerkelijk verhoogd. Maar instabiliteit in ondermeer Burundi, Rwanda en Soedan verzwakt de hele regio.
Een nieuwe strijd om invloedssferen maakt Centraal- en Oost-Afrika tot een wespennest, met zeer ondoorzichtige verbindingen tussen regeringen en buitenlandse oppositiebewegingen. De moslim-fundamentalistische hulp aan christen-fundamentalistische rebellen is daar een bizar voorbeeld van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.