Intelligent, introspectief, bereid om naar zichzelf te kijken is ze zeker, die aardige vrouw die hier nu bij me in de kamer zit. Ook zonder intakegesprekken al bijna helemaal geschikt voor psychotherapie. Nu de problematiek nog. Die lijkt ook al bijzonder geëigend voor een psychotherapeutische benadering. Haar depressieve klachten en slapeloosheid alleen zouden geen voldoende reden zijn om aan psychotherapie te denken. Het is echter vooral het schuldgevoel waar zij aan lijdt. Over van alles en nog wat in haar leven. En waar schuldgevoel is, is misschien wel een te strenge gewetensfunctie of in ieder geval iets dat onder te behandelen pathologie gerangschikt kan worden. Ook bij deze innemende vrouw. Waarover voelt zij zich allemaal niet schuldig. Heeft zij haar overleden tweede echtgenoot wel voldoende liefdevol verpleegd? Nee, zij weet zeker van niet. Was haar hart wel honderd procent hun beide twee zoontjes toegenegen? Nee, vaak met haar gedachten er niet bij. En haar dochter uit haar eerste huwelijk is bij ex-man opgegroeid, kon dat wel? Van het een komt het ander en al gauw maakt mevrouw aanstalten om over haar jeugd te praten, waar zo vaak de oorzaak vermoed wordt van schuldgevoel.
Een ideale psychotherapieklant inderdaad, maar haar leven duurt al 50 jaar en wat maakt dat nú haar slapeloosheid haar kwelt, wat is er nú dat haar schuldgevoel zo aan behandeling toe is?
Dit wordt de ingang voor het eerste gesprek. Wanneer ging mevrouw beseffen dat het zo niet langer ging met dat schuldgevoel van haar? Wel, dat realiseerde ze zich vooral pas goed toen haar dochter eens bij haar langs kwam, jarenlang gewoond hebbend bij haar vader in het Zuiden van het land en nu zwervend over de wereld. Hoe was dat zo gegaan dat zij bij haar vader in Limburg ging wonen?
Toen haar dochtertje, Maartje, vier jaar was hertrouwde mevrouw met haar tweede en veel oudere echtgenoot. Het was een goed huwelijk, maar toen zij samen nog hun twee zoontjes hadden gekregen, ging het niet meer. Haar man kon haar dochter niet verdragen. Het kind leidde haar af van hem, dacht hij, en van hun twee zoontjes. Maartje werd lastiger en de vakanties bij haar eigen vader verliepen toch goed en waarom kon het meisje niet bij hem blijven nu hij toch ook opnieuw getrouwd was? En mevrouw bracht haar dochter weg. Bij haar en haar man logeren wilde het meisje daarna niet meer. Soms zocht mevrouw Maartje nog op en tomeloos was dan haar verdriet bij het vertrek en ook dat van haar kind. Zij deed er beter aan haar dan maar niet meer op te zoeken, dacht haar man en zij dacht dat ook, want zij hechtte zeer aan het oordeel van de man met wie zij een toch een gelukkig huwelijk had. Hij was een aardige, lieve man en zij was degene die tekort schoot, geprikkeld en beschuldigend vaak en zelfs gedurende zijn lange ziekte eigenlijk altijd een beetje geirriteerd en soms zelfs onbegrijpelijk uitvallend om kleine dingen. Haar verhaal geeft betekenis aan haar symptomen, haar onrust en slapeloosheid, aan de wrok jegens haar man, aan het halve hart dat zij slechts beschikbaar had voor haar beide zoontjes én ook aan haar schuldgevoel.
Wat nu. Kies ik voor de ziektegeschiedenis of de tragedie. Voor een patiënte en haar pathologie of voor de hoofdpersoon in haar levensverhaal. Geef ik háár gelijk, die van haar schuldgevoel af wil door middel van psychotherapie of steun ik haar schuldgevoel, dat lastige maar onmisbare signaal. Ik kies voor het laatste: ,,Ik kan me uw schuldgevoel goed voorstellen mevrouw, u hébt toch ook een schuld op u geladen toen u uw dochtertje naar haar vader liet gaan?''
Wat is er toch zo opluchtend aan een schuld, een echt bestaande schuld, een feit dat niet verdoezeld hoeft te worden of uitgebannen door een therapeut. Een schuld mobiliseert. Je kunt er van alles mee doen. Het kan worden ingezien, bekend, gedelgd, vergeven, kwijtgescholden en in ieder geval onder ogen gezien.
En mevrouw laat zich mobiliseren. De volgende keer meldt ze, haar dochter een brief geschreven te hebben. Ze is aan het werk gegaan blijkbaar en de therapievraag is op de achtergrond geraakt. Het in kaart brengen van de schulden die ze gemaakt heeft wordt nu het doel van de gesprekken. Wat bracht haar ertoe de regie in haar leven zo vaak aan haar man over te laten? En onthield ze haar twee zoontjes haar halve hart omdat zij toch al twee ouders hadden in plaats van maar één zoals haar dochtertje? Mevrouw meldt een gesprek met ieder van haar zonen en ze is verrast door het krediet dat ze bij beiden heeft, ondanks de schulden die ze bij hen maakte. Mevrouw werkt door. Samen met haar dochter ziet ze hun beider leven onder ogen, moet ze aanhoren met hoeveel warmte de dochter over haar stiefmoeder praat, ziet daardoor echter ook iets van haar eigen schuld gedelgd en ook aan haar man komt zij toe, op wie zij eigenlijk zo boos was, zelfs toen hij stierf nog.
Mevrouw werkt erg hard. Ze is niet alleen erg aardig, introspectief, bereid naar zichzelf te kijken en dus een zeer geschikte patiënte voor psychotherapie, maar zij heeft ook afgezien van haar ziektegeschiedenis en besloten de hoofdpersoon te zijn in haar levensverhaal. De indicatie psychotherapie wordt niet gesteld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.