“Er is maar een Nederlandse filosoof van wie een dergelijk boek verwacht mag worden: Ton Lemaire.” De filosoof Hans Achterhuis en de kabouterspecialist Roel van Duijn over paddestoelvrezende Hollanders, het grote vuur voor Balder, muziekkabouters, over panmycisme en de vliegenzwam. Over Ton Lemaire's Godenspijs of duivelsbrood; op het spoor van de vliegenzwam. “Dat alle kabouters geesteskinderen van paddestoeleneters zijn, is enigszins een belediging.”
Er is een oeroude cultuur van vliegenzwammengebruikers, te beginnen bij de Sjamanen in Siberië, die er de juiste visioenen mee opwekten om de zielen naar de hemel of naar de onderwereld te kunnen begeleiden. Na de tocht over de Beringstraat vestigden deze paleolitische zwammeneters zich in Amerika, al waar zij als Eskimo's en Indianen hun geestverruimende cultussen voortzetten. Nog steeds zijn Siberië en Mexico de grote centra van Sjamanisme en westerse onderzoekers hebben er hun ogen en oren, (in de moderne tijd), opengezet. Beroemd is bijvoorbeeld het boek van Castaneda (De lessen van Don Juan) over een paddestoelen gebruikende Indiaan.
In archaïsche culturen is het, volgens het vele onderzoek wat de antropoloog Lemaire in de literatuur gedaan heeft, geen ongewoon verschijnsel dat de mens via de paddestoel de geest van de aarde oproept. Praten met dieren en planten hoort dan tot de mogelijkheden.
Wie in het bovenstaande een ironische ondertoon bespeurt, vergist zich, of is - zoals Lemaire het noemt - mycofoob. Dat laatste betekent 'paddestoelenvrezend'; een eigenschap die wij Hollanders verbeteren achter het slaken van kreten over de giftigheid van paddestoelen. Waar Fransen en Oost-Europeanen er in de vroege herfst enthousiast met tassen en pakken op uit trekken om in het bos het fruit van het onderaardse mycelium te verzamelen, waarschuwen wij onze kinderen dat ze uit moeten kijken voor nare stinkzwammen en de andere steelhoeden met hun soms verraderlijk aantrekkelijke rood.
Mycofielen tegen mycofoben. Lemaire zelf neemt in deze tegenstelling niet de extreemste positie in. J. M. Allegro (De heilige paddestoel en het kruis) gaat een paar stappen verder. Hij verklaart het christendom als een esoterische paddestoelencultus. Lemaire waarschuwt ook dat het gebruik van vliegenzwammen nooit zonder risico is en dat het consumeren van heilige planten waarschijnlijk alleen binnen een cultureel kader aan te raden is. Drugs hebben namelijk, benadrukt hij, een zeer uiteenlopende uitwerking afhankelijk van de culturele achtergrond van de gebruiker. Eén en dezelfde paddestoel kan iemand uit een agressieve cultuur woest maken (bijvoorbeeld de Germaanse 'berserkers', fanatieke krijgers), terwijl anderen er hemels door gestemd raken, wanneer ze leven in een cultuur die afgestemd is op harmonie met de vegetatieve werkelijkheid, waaruit wij voortkomen. Dàn ontstaan er onder invloed van paddestoelen beelden die liefdevol en 'entheogeen' zijn, 'een god binnen voortbrengend' (te vergelijken met enthousiast, dat betekent: een geest binnenbrengend).
Tegen deze achtergrond komt Lemaire tot zijn antwoord op de vraag naar de samenhang van kabouters en paddestoelen. Zijn veronderstelling luidt dat de kabouter de geest van de zwam met de rode hoed met witte stippen is. Sjamanen zouden kleine mensen - dwergen, kabouters, elfen, noem maar op - gezien hebben wanneer zij in trance waren na het eten van een vliegenzwam. De opvallend rode mutsen van kabouters zouden hier uit te verklaren zijn. Ovidius heeft in zijn Metamorfosen meegedeeld dat “de ouden vertellen dat in het begin van de wereld de mensen voortkwamen uit paddestoelen die na de regens ontstonden.”
Wat verder ook wijst op het wijd verbreide geloof dat de paddestoel een geest herbergt, is het gebruik in het Noorden van Zweden om op Sint Jansavond een paddestoel in het grote vuur voor Balder te werpen, met de bedoeling om trollen en andere kwade geesten te weren. Deze paddestoelen zouden dus ook een geest herbergen. Dit alles maakt duidelijk, aldus Lemaire, dat kabouters paddestoelengeesten zijn.
Een andere mogelijkheid die de schrijver noemt is dat kabouters vooroudergeesten zijn. Men vindt ze immers, stelt hij, vooral in de omgeving van oude urnen- en grafvelden. Kabouters zouden dan de 'vrije zielen' zijn, uitgetreden uit de lichamen van overledenen en ze zouden een taak op zich genomen hebben als huisbewaarder, die 's nachts allerlei gezellige karweitjes voor de mensen verrichten. Dit is het huiselijke beeld van de kabouter, dat wij kennen uit de folklore en de kinderboeken (die overigens niet uit de mycofobe Nederlandse volkstraditie, maar uit de Centraal- en Oost-Europese overlevering putten).
Ik vind het boek van Lemaire hoogst origineel, omdat hij de functie van een natuurfenomeen in de geschiedenis der culturen plaatst. Goed begrip van de paddestoel, als bijzondere droomplant, zou ons kunnen helpen bij de herwinning van een verloren wereld: die van een symbiotische relatie met de natuur.
Als specialist op het gebied van het kleine volkje kan ik echter niet nalaten een kanttekening te plaatsen bij zijn hypothese dat kabouters uitgetreden paddestoelengeesten zijn. Zouden kabouters dan een exclusieve band met vliegenzwammen hebben? Ziet men kabouters niet even vaak afgebeeld bij bomen, of wonend onder boomwortels? Zelf ben ik als vrijwilliger op een boerenbedrijf eens uitdrukkelijk gewaarschuwd door de boer om geen luidruchtige werktuigen te gebruiken, omdat de kabouters zou verjagen. Dat betekent dus dat zij ook voor de landbouw van belang zijn en een specifieke relatie met landbouwgewassen hebben. Ten slotte dient men niet te vergeten dat er ook bijvoorbeeld volgens Steiner muziekkabouters bestaan, die graag afkomen op mooie klanken, zodat men met een zeker recht zou kunnen veronderstellen dat zij muziekzielen zijn.
Over muziekkabouters lees je in de kinderboeken weliswaar niet veel, maar dat onderstreept nog eens hoeveel soorten van kleine wezens er in het verborgene leven. Gelukkig maar, want wanneer zij uitsluitend paddestoelen- of vliegenzwammengeesten zouden zijn, dan zouden zij in de grote steden dus vrijwel uitgestorven zijn. En zó diep zijn ze nu ook weer niet gezonken!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.