STOCKHOLM - De Estonia had nauwelijks op een ongelukkiger plaats kunnen zinken, verzucht Rolf Dahl, de Zweedse projectleider van de 'begrafenis' van het rampveer. Vele tonnen zand en 'geo-textiel' zijn nodig om er überhaupt iets te kunnen bouwen. “Het is echt een hele slechte plek.”
Alles is gezegd en geschreven over de rampveerboot sinds deze in de nacht van 27 op 28 september 1994 naar de bodem van de Oostzee zonk, 912 slachtoffers met zich meenemend. Binnenkort beleeft het drama zijn laatste aflevering. De Estonia wordt begraven - niet in de laatste plaats om plundering te voorkomen. De werkzaamheden beginnen in de eerste helft van maart.
“Je kunt het vergelijken met het dumpen van stenen om pijpen en kabels in zee af te dekken”, weet Dahl van het Zweedse NCC. De bouwonderneming voert de vier 'Nordic Marine Contractors' aan die de veerboot gaan bedekken.
De andere deelnemers zijn het Nederlandse bergingsbedrijf Smit Tak en twee Noorse ondernemingen: Jebsens ACZ (zusterbedrijf van Van Oord ACZ in Gorinchem) en Eeg-Henriksen, een dochter van NCC. De Noren hebben veel ervaring met olieplatforms in de Noordzee.
“Er zit een harde en een softe kant aan die samenwerking”, legt Dahl uit. “Aan de ene kant is er de complexiteit van het project. Wij in Zweden hebben deze off-shore techniek niet, daar zijn gespecialiseerde bedrijven voor nodig en die zitten vooral in Nederland.”
Het ging de Zweedse regering echter te ver om de afdekking helemaal door Nederlanders te laten geschieden. “Dat is de andere kant: iedereen hier ziet de Estonia als een Scandinavische zaak. Het is een gevoelig project.”
Gedragscode
Daarom ook worden de werknemers ervan doordrongen dat ze straks op een soort begraafplaats zullen werken. Een bekende Zweedse priester geeft een snelcursus ethiek die alle betrokkenen - ook de Nederlanders van Smit Tak - verplicht moeten bijwonen.
“Het is een soort gedragscode volgens welke men zich dient te gedragen. Maar uiteindelijk moet het gewoon worden gedaan zoals het moet worden gedaan.”
Er zullen geen duikers worden ingezet voor de 73,5 miljoen gulden kostende 'grafheuvel' die in oktober af moet zijn. Alle camera's, lampen en andere apparaten worden op afstand bestuurd.
Om te voorkomen dat het wrak op de losse zeebodem gaat schuiven, worden er stenen gestort en wordt een laag 'geo-textiel', een soort stenen laken, rond de Estonia neergelaten.
Dit ooit voor het Deltaplan ontwikkelde materiaal wordt in Nederland gefabriceerd. Daarna laten vaartuigen van Smit Tak met grote kranen betonnen 'matrassen' over het schip neer. De stenen van 25 bij 15 centimeter zitten met staalkabels aan elkaar vast. Op deze matrassen stort een ander speciaal schip een laag van twee meter gravel door een lange pijp, om een kunstmatige heuvel te creëren.
Maar hoe zorgvuldig de Zweden, Noren en Nederlanders ook te werk gaan, niet iedereen is het eens met de begrafenis. Veel nabestaanden eisen nog altijd dat het schip wordt opgetakeld of dat er in ieder geval de mogelijkheid blijft om ooit de lichamen te bergen.
Vorig jaar juni probeerde een Zweed nog de stoffelijke resten van zijn vrouw uit het wrak te halen, maar zijn poging mislukte door ingrijpen van de bemanning van een Zweeds schip.
Protest
“Er is veel over te doen geweest in de media. Er zijn veel groepen nabestaanden”, relativeert projectleider Rolf Dahl. “Die protestgroep is er maar één van.”
De discussie over de laatste bestemming van het rampschip houdt de Zweedse gemoederen al ruim een jaar bezig.
Toen drie maanden na de catastrofe de bemanning was vrijgepleit en een onderzoekscommissie de definitieve oorzaak had vastgesteld - de boegdeur was, mogelijk door metaalmoeheid, losgeslagen - stortte de pers zich op de toekomst van het schip. Het moest worden opgetakeld, vonden bergingsexperts. Omslachtig en duur, riep een Britse firma, het wrak kon goedkoper met een ballon omhoog.
Berging
Direct na de ramp had de Zweedse regering zich nog uitgesproken voor berging. Ze vroeg het Nederlandse bedrijf Wijsmuller te helpen de slachtoffers boven water te halen. Enkele maanden later vroegen de Zweden ook het Rotterdamse Smit Internationale mee te werken aan een onderzoek naar de operatie. Maar tot een definitieve opdracht kwam het nooit.
In december '94 bepaalde de regering in Stockholm dat iedere vorm van berging omslachtig en duur zou zijn en dat de Estonia beter kon blijven liggen.
Voor de familie en vrienden van de slachtoffers zal, als het project aan het einde van dit jaar is afgerond, waarschijnlijk wel een ceremonie plaatsvinden, verwacht Rolf Dahl.
“Dat is in feite een zaak voor de Zweedse regering. Maar we zouden graag aan zo'n plechtigheid deelnemen. We hebben allemaal het gevoel dat we er iets aan moeten doen”, aldus de projectleider die het werken aan het zeegraf interessant zegt te vinden. “Al hoop ik wel dat het hierna nooit meer hoeft te gebeuren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.