De hemel is zwaar bewolkt. De vuurtoren van Nieuw-Haamstede brandt rond het middaguur nog. Lichtbundels zwaaien over het kleine houten chalet van Piet Krijger (78). 'Het Oostenrijkse dorp', heette het hier vroeger. De houten noodwoningen zijn na de Watersnoodramp geschonken door de Oostenrijkse vakbeweging. De meeste noodhuisjes zijn vervangen door villa's van Rotterdamse nouveau riche, 'recreatief wonen in natuurlijk perspectief'.
Ook René Colthof woont hier, de projectontwikkelaar die de hele Nederlandse kust volbouwde met bungalowparken. Twee videocamera's en een spotlight bewaken zijn witte villa, ook op de schoorsteen prijkt een camera. Geen imponerende luxe, zijn villa lijkt afkomstig uit een catalogus.
Krijger: “Iedereen zegt dat het hier mooi is. Ik vind er geen flikker aan. Vroeger wel, voor '53. Toen was het boerenland. Nu staat het vol vakantiehuizen en prikkeldraad.” Heel zijn leven is hij een hartstochtelijk jager. Als kleine jongen raapte hij na school vijftig, zestig kievitseieren. Honderden zeehonden schoot hij op de zandbanken voor de kust. 's Nachts zat hij als jachtopziener achter stropers aan. Nu bepaalt de Wildbeheerseenheid (WBE) Schouwen of hij twee of drie reeën per jaar mag schieten. “De meeste jagers zijn import. Die gaan er niet twintig keer op uit om één ree te schieten. Krijg ik meestal een paar lootjes meer.” Krijger pakt zijn dubbelloops geweer en de boterhammen die zijn vrouw heeft gesmeerd, loopt langs het bordje met zijn lijfspreuk 'D'n tied zat leren' en stapt in zijn Daihatsu four-wheel drive. De zeehondenjacht op Schouwen heeft plaatsgemaakt voor de Eerste Hulp Bij Zeehonden (EHBZ). Vrijwilligers redden ook de levens van aangespoelde dolfijnen. Ze graven een kuil en houden het beest nat tot de jeep van het Dolfinarium arriveert. Bij de laatste werd in Harderwijk een longontsteking geconstateerd. 'Renee' krijgt bewegingstherapie en herstelt langzaam.
Schouwen is het braafste jongetje van de Zeeuwse klas. Vanuit Zierikzee probeert het gemeentebestuur het toerisme in banen te leiden. Na twee jaar weet nog niemand te vertellen wat wegwijzers als r111 en r112 betekenen. Het zeventien kilometer lange strand is in zes verschillende zones verdeeld, elk met een eigen kleur. Dat moet voetballende jongens scheiden van zonnende families. 'Vrijheid-Blijheid!' is het motto van de folder die toeristen uitlegt wat ze op welk strand mogen doen. In de winter liggen de zoneborden opgeborgen tegen de roest. Half mei komen ze weer tevoorschijn. Dan moeten ook Melkert-strandwachters klaarstaan om pubers naar het sportstrand te sturen.Op het lege strand trekt elke kleurnuance de aandacht. In het zand van het luxe strandstrook Laone lijkt een lijn te staan in de groenbeige kleur van de folders. Ingedroogd schuim van de vloedlijn. Verderop kleuren rossige schelpresten het strand. Volgens de zonekaart had het hier familie-blauw moeten zijn. Blauwgroene verbodsborden verbieden het betreden van de duinen. 'STE AND' staat op het ene bord, 'TEIL RAND' op het volgende. Een rebus? Pas later realiseer ik me dat ze waarschuwen voor een steile rand. De golfbrekers van houten palen van Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren hebben op Schouwen plaatsgemaakt voor stenen strekdammen. Hier geen strandpaviljoens die de blik afleiden. Elk jaar op 1 oktober worden ze afgebroken, wat rest zijn kleine houten elektrakastjes en tractorsporen. Na de zomer is Zeeland drie maten te groot. Meer nog dan strandpaviljoens en bungalowparken bepalen asfaltvlakten het landschap. Renesse is geheel omgord door parkeerplaatsen. Vorig jaar legde het dorp voor zeven miljoen gulden een transferium aan. Soortgelijke voorzieningen in Amsterdam en Groningen faalden jammerlijk, maar Renesse slaagde. Dankzij gratis parkeren en gratis busvervoer naar dorp en strand. Fun is hier het wachtwoord: paarse bankjes en prullenbakken, een namaakhooimijt om onder te schuilen, een Rad van Busplezier om 'de bestemming van uw keuze' te draaien.
Het transferium is weggewerkt door slechts honderd parkeerplaatsen te asfalteren, de andere achthonderd zijn 's winters gewoon weiland. De mooiste parkeerplaats van Zeeland ligt iets verder, aan de voet van de Brouwersdam. Een ronde vlakte met relief als een Mayasteen, 's zomers wordt daar Beachpop gehouden.
'Renesse bruist! Ook in de winter' deelt de plaatselijke VVV mee. Deze week blijkt een rondrit per boemeltreintje de enige activiteit. De café's zijn gesloten. Alleen aan de bar van het Wapen van Zeeland worstelen een paar inwoners zich door de donkere middag. Aan de roemruchte badplaats voor jongeren herinneren alleen de geblindeerde discotheken.
Wintercamping De Witte Boulevard is uitgestorven. “Vijf jaar terug bivakkeerde hier de hele winter een man in zijn tentje. Zijn douchemuntjes leverde hij in de lente weer ongebruikt in”, vertelt Lydia (27) met baby op de arm. Vijftig jaar geleden begon haar opa de camping. Nu is het terrein aan alle kanten omsloten door het dorp. “Families gaan naar Port Zélande, daar hebben ze een subtropisch zwemparadijs. Je moet je specialiseren, op blinde bejaarden bijvoorbeeld. Of op duikers, zoals wij doen. Het blijft moeilijk. Voor bijna hetzelfde geld zitten de mensen in Egypte en hebben ze mooi weer.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.