De gewoonte om alles wat met dood en rouw te maken heeft weg te stoppen, achter de gesloten deuren van het rouwcentrum, verdwijnt. De cultuur verandert, gaat sneller en wordt oppervlakkiger maar juist waar het de uitvaart betreft willen mensen daar meer en bewuster bij betrokken zijn. Steeds vaker zie je dat mensen de eenvormigheid van onze profane ceremoniën, die verstrikt zijn geraakt in standaardprocedures en -muziekjes, trachten te doorbreken.
Inmiddels zijn ook veel kunstenaars, ontwerpers en ambachtslieden geïnteresseerd geraakt in het thema van dood en rouw. Twee tentoonstellingen tonen wat er zoal mogelijk is. In de Twilight memorialshop te Hilversum zijn zo'n 120 urnen te zien, terwijl Galerie Ademloos een verzameling (t)rouwsieraden bijeenbracht. De grafurn is van prehistorische oorsprong, ook in Nederland, maar op dit moment is de urn een relatief nieuw artikel. Tot 1955 was lijkverbranding in Nederland immers officieel verboden en vervolgens was het decennialang gebruikelijk, de as van de overledene te verstrooien op speciale velden bij crematoria. Tegenwoordig wordt de behoefte aan sierurnen steeds groter. In Hilversum zijn deze urnen te zien (en te koop), voor in het columbarium of op de schoorsteen, voor ieder wat wils, in uiteenlopende materialen van keramiek en glas tot riet, hout, graniet en brons.
De meeste Nederlandse en buitenlandse kunstenaars en producenten blijven echter steken in een afgezaagde symboliek en gangbare vormentaal. De armoede aan verbeeldingskracht en smaak wordt pijnlijk als het gaat om de vormeloze vogeltjes of fantasieloze paddestoelen, waarin wij de as van onze kinderen zouden moeten bewaren. Het is moeilijk om op een eerlijke manier uitdrukking te geven aan gevoelens van verdriet, zonder valse sentimenten of opgelegde pathetiek.
Lange traditie
De sieradenmakers, die bij Galerie Ademloos exposeren, zijn daar over het algemeen heel goed toe in staat. Herinnerings- en rouwsieraden hebben een lange traditie, iedereen kent wel de medaillons met foto of plukje haar van een overleden familielid en de armband of ketting waarin trouwringen zijn verwerkt. In Den Haag zijn veel hedendaagse varianten op het medaillon te vinden (bij voorbeeld van Theo Smeets en Bettina Speckner) maar ook sieraden die een meer algemene doodssymboliek als thema hebben, zoals de 'memento mori' van Patrick Muff (Duitsland). Deze sieraden, waarin schedels en geraamten figureren, zijn niet plat of akelig zoals het thema laat vermoeden. Integendeel, door de aandacht en het vakmanschap waarmee deze miniatuurtjes gemaakt zijn doen ze denken aan middeleeuwse edelsmeedkunst. Ze zullen dan ook met zorg gedragen moeten worden.
Sommige sieraden op de tentoonstelling zijn naar aanleiding van het overlijden van iemand gemaakt, andere sieraden zijn herinneringsstukken aan de eigen jeugd of - nog verderweg - aan de eigen 'roots', zoals de prachtige sieraden van de Surinaamse Chequita Nahar. Haar amuletachtige cocons van touw en latex, versierd met strengen waaraan kralen, schelpen maar ook minder herkenbare kunststofdingetjes hangen verwijzen naar haar Afrikaanse afkomst en haar Nederlandse thuis.
De sieraden van Maike Michielse, van ijzer en glas, kunnen doormidden gebroken worden. Zo kan men een dode iets meegeven in het graf, een oeroud gebruik, terwijl je zelf de andere helft houdt. Zij is erin geslaagd om een oud gebruik een nieuwe betekenis te geven, zonder daar een larmoyante vorm voor te zoeken.
Het zwarte collier van de Duitse Diana Malakian staat in de traditie van de zwarte git rouwsieraden en zwarte smeedijzeren rouwsieraden uit de 19de eeuw. Zij bedekte kleine narcissen (Osterglöckchen) met een laagje zwart metaal en hiervan maakte zij een kwetsbaar en vergankelijk collier - geschikt om één keer te dragen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.