De auteur werkt als vrijwilligster van Vluchtelingenwerk Nederland
Die tombola geldt voor asielzoekers uit vrijwel alle landen. Hoe slecht dit is voor de moraal onder de asielzoekers en hoe de onzekerheid over de duur van de procedure en de uitslag daarvan de betrokkenen tot wanhoop brengt, is in de praktijk dagelijks te constateren. Waarbij nog komt dat asielzoekers vaak een jaar of langer in de noodopvang worden ondergebracht en bewoners van een asielzoekerscentrum na verloop van tijd soms worden gehuisvest in noodopvang. Want ook de huisvesting van asielzoekers heeft veel weg van een tombola. Er wordt voortdurend met mensen geschoven. De een heeft zo een huis, de ander verblijft maanden of langer in een of meerdere opvangcentra.
Het nijpende ruimtegebrek in de noodopvang waar ik als vrijwilligster mee te maken heb maken het verblijf daar tot een zeer deprimerende aangelegenheid. Mensen zitten soms met hun vijven op een klein kamertje, de gemeenschappelijke woonruimte zou groot genoeg zijn voor een gezin, maar is voor zo'n vijftig mensen absoluut te klein. Kwalijk aspect van deze noodopvang is ook dat er nauwelijks professionele hulp is. Voor de helft van de week is er een maatschappelijk werker, die zijn aandacht ook nog over twee lokaties in twee verschillende woonplaatsen moet verdelen. Eenmaal per week komt er een verpleegkundige langs. Een jurist die de mensen wegwijs kan maken in de doolhof die asielzoekersprocedure heet, is er al helemaal niet. Ik denk dat het slechts aan de zelfbeheersing van de bewoners en de tact van de beheerders is te danken dat er nog geen ongelukken zijn gebeurd.
Verslechterd
Voorbeelden uit de praktijk zullen duidelijk maken hoe de situatie in de loop van een paar jaar is verslechterd.
In dit werk wordt de vrijwilliger voortdurend op het hart gedrukt afstand tot de cliënt te blijven bewaren. Je houdt het dan beter vol en je bent beter in staat om te helpen. Toen ik met dit werk begon was dat heel eenvoudig. Op het spreekuur van VluchtelingenWerk Nederland kwam men om advies na een negatieve beschikking, een afwijzing van het ministerie van justitie op het verzoek om een vergunnning tot verblijf in Nederland. Tegen deze beschikking kon de cliënt meestal in beroep gaan. De taak van de juridische begeleider is dan om een advocaat voor de asielzoeker te vinden, diens dossier te copiëren en aan de betreffende advocaat toe te sturen. Waren er wensen omtrent overplaatsing dan kon worden doorverwezen naar de maatschappelijk werker.
In de loop van de jaren werden de wachttijden met betrekking tot een beslissing over een vergunning tot verblijf, zowel in eerste instantie als in hoger beroep, langer en de doorstroming binnen de noodopvang stagneerde. Er kan op het spreekuur dan ook niet meer worden volstaan met doorverwijzen en kopiëren. De vragen en klachten zijn mede door de stagnatie in huisvesting wezenlijk anders geworden. De mensen komen, bij gebrek aan een vertrouwenspersoon binnen de noodopvang, ook op het spreekuur om hun verhaal kwijt te kunnen. Dit verhaal hangt altijd samen met de lange wachttijd op een beslissing, met het te lange verblijf met te veel mensen in een te kleine ruimte.
Zo is er een cliënt die wekelijks komt vragen wanneer hij een woning kan betrekken. Hij is al maanden geleden erkend als vluchteling en als zodanig heeft hij ook al maanden recht op een huis. Enige tijd geleden konden zijn vrouw en kinderen overkomen. Nu is zijn vrouw ernstig ziek en zitten ze met hun vijven op een klein kamertje. De vrouw is door haar ziekte erg vermoeid, maar heeft geen enkele gelegenheid om eens even alleen te rusten.
Haar man vraagt om de misschien wel korte tijd die hen nog samen rest door te mogen brengen in een eigen woonruimte. Mijn collega's en ik bellen regelmatig instanties af of schrijven brieven met of zonder medische rapporten, en worden van het kastje naar de muur gestuurd. In de noodopvang is niemand die eens aan hen vraagt hoe het met hen is. Wèl ziet hij voortdurend anderen die hier korter zijn dan hij vertrekken.
Een andere cliënt zit hier al veertien maanden moederziel alleen. Hij heeft zelfs in eerste instantie nog geen enkel uitsluitsel gekregen. Dag en nacht pijnigt hij zich het hoofd over het gesprek op grond waarvan er een beslissing tot al of niet verblijf in Nederland wordt genomen: heeft hij tegenstrijdige dingen gezegd, heeft hij dingen vergeten die van belang hadden kunnen zijn? En intussen zijn in zijn vaderland twee van zijn kinderen vermoord en heeft hij al tijden niets meer van zijn vrouw vernomen. Hij heeft van het begin af aan zijn tolk gewantrouwd; verschillende hoge officieren uit het leger dat hij bestreed ziet hij hier rondlopen, binnen drie maanden met een vluchtelingenstatus op zak en in een eigen woning. Zij hadden dezelfde tolk, je weet maar nooit. En al die tijd is er niemand die deze man vraagt hoe het met hem gaat, niemand die hem eens even aanraakt. Absolute eenzaamheid.
Op datzelfde spreekuur nog een meneer, gevlucht omdat hij zijn vrouw en kinderen niet meer wil laten lijden onder de vergaande discriminatie in zijn land. Een paar keer vraagt hij mij of dit Duitsland is. Als hij eindelijk aanneemt dat dit toch echt Nederland is, is hij zeer teleurgesteld. Duitsland, had hij gehoord, is toch een racisitisch land, en Nederland niet? Hoe komt het dan dat zijn dochter op school door iedereen zo wordt gediscrimineerd? Papa, geef mij een andere kleur haar, vroeg zij hem. En toen hoopte hij dat hij in Duitsland was en misschien nog naar Nederland kon gaan, waar iedereen zo aardig is.
In zijn land moet je een rots zijn om te kunnen overleven want alles wordt vernietigd, alleen rotsen blijven staan. Nu moet hij weer rots zijn maar hij is te moe en kan dat niet meer.
Zijn papieren zijn kwijt. “Als het in dit land logisch is, om ze op te sporen, doet u dat dan maar. In mijn land wist ik wat logisch was en wat niet, hier weet ik dat niet. Ik heb alles verloren, wat zijn dan een paar papieren?”
En ik krijg langzamerhand het gevoel dat in deze wereld van asielzoekers en voor iedereen die zich daar vanuit wat voor invalshoek dan ook mee bezighoudt, alle logica verdwenen is. Ik ga dan toch maar op zoek naar die papieren. Want die zijn wel belangrijk. En een houvast om afstand te bewaren.
Als ik thuiskom na een spreekuur vol tranen en met weinig papieren is er een berichtje op de radio-nieuwsuitzending: in een asielzoekerscentrum zijn tussen twee bevolkingsgroepen gevechten uitgebroken. De reden waarom is niet bekend. Kom maar eens kijken, denk ik. Dan weet je het wel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.