Opgetogen kwam Aleksei na drie maanden studie in Nederland terug in Moskou. Hij had in Maastricht gezeten. Leuke stad natuurlijk. En hij had weer veel geleerd over de Nederlandse taal, zijn hoofdvak aan het Moskouse Instituut voor Vertalers. Ook met de cultuur is hij vertrouwd geraakt. Meteen na aankomst had hij een fiets op de kop getikt. “Vijfentwintig gulden”, meldde hij triomfantelijk. Vlak voor vertrek had hij het ding verkocht. “Vijftig gulden”, alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. De jonge generatie Russen hoef je weinig meer bij te brengen over handel. Hun ouders zijn nog opgegroeid met het idee dat winst maken 'speculatie' is, een van de grote misdaden in de Sovjet-Unie. Maar voor Aleksei en andere Russische twintigers is dat verleden al net zo grijs als de sneeuw in het met files verstopte Moskou. Toch was het hem opnieuw opgevallen dat Nederlanders weinig weet hebben van het vernieuwde Rusland. “Toen wij aankwamen, stonden de Nederlanders ons op te wachten, zo nieuwsgierig waren ze. Ze hadden geen idee hoe Russen eruit zagen. Nou, dat viel tegen. We hadden geen bontmutsen op.”
Aleksei voelde zich als een raar beest in de dierentuin. Ook al draagt hij internationaal aanvaarde kleding (spijkerbroek met T-shirt, ringetje in het oor, rugzak aan één schouder), toch was hij voor Nederlandse studenten een exotische verschijning. 'Waarmee wassen jullie je haar?' had een meisje gevraagd. 'Met shampoo natuurlijk', had hij geantwoord. 'O, ik wist niet dat jullie dat hadden'. Toen Aleksei vervolgens een overzicht gaf van de shampoomerken in de Moskouse winkels, had ze hem ongelovig aangekeken.
Toen het gesprek over eten ging en Aleksei tussen neus en lippen zei dat hij soms iets opwarmt in de magnetron, was de reactie weer een en al verbazing. Een magnetron! In Moskou!
“De mensen in Nederland weten niks over ons”, concludeerde Aleksei. “Jullie correspondenten schrijven alleen maar de slechte dingen die hier gebeuren”, zei hij licht verwijtend. “Dat er hier ook iets verandert, dat vertellen jullie niet.”
Als journalist heb je weinig verweer daartegen. Het is waar: bommen en granaten, ruzies en overwinningen, flaters en schandalen, dat is onze dagelijkse kost. Tussen de regels door kun je als lezer begrijpen dat er in Moskou wel iets veranderd is sinds de Sovjet-tijd. Maar hardop vertellen we zelden dat Moskou er tegenwoordig bijna uitziet als een willekeurige hoofdstad ergens in de wereld. Wie geld heeft, kan hier alles aanschaffen wat een westerling kan kopen. Het kost zelfs moeite om iets te vinden uit dat Sovjet-verleden. Praktisch alle Russische consumentenproducten, ook die enkele dingen die goed waren, zijn verdrongen door import.
Ondanks al onze stukkies over de diepe armoede in dit land, doen de winkels goede zaken. In Moskou tenminste, waar een middenklasse groeit tussen de Nieuwe Rus (stinkend rijk) en de Oude Rus (straatarm). In de officiële statistieken is die Midden-Rus nog niet zichtbaar, maar dat is een probleem voor de cijferaars. In de werkelijkheid is de Midden-Rus onmiskenbaar aanwezig. Waar komen al die auto's dan vandaan? En die honderden winkels (alleen in Moskou) waar elektrische apparatuur staat te glimmen? De reisbureaus die Turkije, Spanje en Italië in de aanbieding hebben, doen dat ook niet voor niets. Journalisten hebben de neiging die middenklasse over het hoofd te zien, ook al staan we er middenin tijdens het spitsuur. De armsten van de armen en de rijksten van de rijken, daar zoeken we naar. De middenklasse is saai in onze ogen. Ze zijn eigenlijk net als wij, met kleine zorgen en kleine wensen.
Toch is het ontstaan van de middenmoot het echte nieuws in Rusland. Het gaat langzaam en zonder enige dramatiek, dus een mooi krantenstukkie zit er niet in.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.