*

 
dossier

Archief

jazz

KEES POLLING − 10/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Toen de Engelse tenorsaxofonist Tobias Delius zes jaar geleden de Podiumprijs kreeg, imponeerde hij al door zijn podiumpresentatie. In de tussentijd is de Montignac-rage niet alleen geheel aan hem voorbij gegaan, ook zijn toon is flink wat ronder geworden. Nog ronder en nog persoonlijker, zo bleek donderdag in het BIM-huis, waar hij speelde met zijn Delius Quartet.

Als saxofonist schaart Delius zich meer dan ooit in de rij grote jazzblazers. Zijn gelijken vindt hij in saxofonisten als Ben Webster en Don Byas, romantisch ingestelde lieden die niet op vernieuwing uit waren, maar liever een verhaal vertelden en een direct herkenbaar, hoogstpersoonlijk geluid schiepen.

Toch zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. Webster en Byas speelden op het laatst in bepaalde nummers dezelfde solo's. Delius blijft echter een improvisator die nooit op een herhaling is te betrappen. In zijn kwartet laat hij zich kennen als iemand die grossiert in de allermooiste thema's. Maar hij keert die binnenstebuiten, verlengt ze, verandert ze, laat ze overgaan in andere thema's of creeërt nieuwe thema's uit oude.

Wat daarbij steeds weer verbaast,is het bijna vanzelfsprekende gemak waarmee hij en zijn begeleiders - cellist Tristan Honsinger, contrabassist Joe Williamson en slagwerker Han Bennink- 'spelen' met hun muziek. Noten zijn er voor hen om in te passen, door elkaar te hutselen en opnieuw vorm te geven. Melodieën zijn niet meer dan vehikels voor emoties. Veranderen de emoties, dan veranderen daarmee de melodieën.

Zodra Tobias Delius zijn saxofoon bespeelt, is hij het vleesgeworden cliché van de jazzmusicus die geheel vergeet waar hij is en alleen via zijn muziek met zijn omgeving communiceert. En datzelfde geldt voor zijn begeleiders. Bennink stort zich op zijn drums als een kind, onbevangen en dol-enthousiast. Honsinger droomt genietend weg in de klanken die hij uit zijn cello tovert. Van de vier weet alleen Williamson tijdens het spelen nog waar hij zich bevindt. Hij houdt de anderen in het gareel en roept ze met ferme streken of getokkelde loopjes bij de les.

Op die wijze ontstond een half jaar geleden in het Amsterdamse Polanentheater de cd 'The Heron', die Delius in het BIM-huis presenteerde. En op die wijze kreeg het kwartetconcert donderdag bijna als vanzelf vorm. Nadat een thema was ingezet of er een thema was ontstaan uit de chaos van een collectieve improvisatie, volgde de rest vanzelf.

De toeschouwers keken ernaar en genoten ervan - alsof zij zelf even in de schoenen van de musici mochten staan.

mailIcon print |