DEN HAAG - De PvdA-fractieleider in de Leidse gemeenteraad, Ron Hillebrand, weet dat hij geen enkele kans maakt als tegenkandidaat van Karin Adelmund voor het PvdA-voorzitterschap. Hij heeft dan ook een ander motief om zich desondanks kandidaat te stellen. Door het congres een alternatief in de voorzitterskeuze aan te bieden, hoopt hij Adelmund onder druk te zetten af te zien van de dubbelfunctie van Kamerlid en partijvoorzitter die zij ambieert.
Die combinatie zou volgens hem een onwenselijke concentratie van macht bij één persoon zijn. Hillebrand, politicoloog aan de Leidse universiteit, staat niet alleen in dat bezwaar. Hij is als kandidaat naar voren geschoven door oud-partijbestuurder Bart Tromp, een collega aan de universiteit, volgens wie de wens van Adelmund kenmerkend is voor de 'Oost-Europeanisering' en de 'ontdemocratisering' in de PvdA. De partij-afdeling Groningen en het gewest Zuid-Holland hebben zich eerder uitgesproken tegen de combinatie van het voorzitterschap en het Kamerlidmaatschap.
Hillebrand zegt dat hij uit diverse partijgeledingen, tot het partijbestuur toe, instemmende reacties heeft gekregen op het stuk in de Volkskrant waarin hij samen met Ruud Koole, een andere collega aan de universiteit, zijn bezwaren uiteenzette.
Hun hoofdbezwaar is dat Adelmund in beide functies met een strijdigheid van loyaliteiten zal worstelen. Als zij als hoofd van de partijorganisatie een andere mening huldigt dan de fractie, plaatst zij zowel zichzelf als de partij en de fractie voor een dilemma: “Indien Adelmund zich niets door de mening van de fractie gezeggen laat, is zij deloyaal aan haar collega's in de Kamer en ondermijnt zij het politieke afwegingsproces dat daar dient plaats te vinden. Legt zij zich echter neer bij de fractiediscipline, dan maakt zij het voor de partij-organisatie erg moeilijk, zo niet onmogelijk, een eigen afweging te maken.”
De beoogde dubbelfunctie perkt, met andere woorden, de handelingsvrijheid van zowel de fractie als de partij in, tmeer daar Adelmund straks als partijvoorzitter een belangrijke stem in de kandidaatstelling voor de Tweede Kamer krijgt. Zij zal dus over het functioneren van haar eigen collega's moeten oordelen. “Stel u een vergadering voor waar een Kamerlid het geheel oneens is met collega Adelmund, van wie hij afhankelijk is voor zijn herverkiezing. Hoe vrij is dan de interne gedachtenwisseling?” schrijven Hillebrand en Koole.
Die inperking van de bewegingsvrijheid zou afbreuk doen aan de vernieuwing van de partijorganisatie en -cultuur die Rottenberg sinds zijn aantreden in 1992 heeft doorgevoerd. De leidraad van dat proces is dat fractie en partij hun eigen politieke verantwoordelijkheid slechts kunnen waarmaken als zij op afstand van elkaar opereren.
Rottenberg baseerde zich op het rapport van de commissie-Van Kemenade, eveneens uit 1992. De commissie schreef de stagnatie in de PvdA destijds toe aan de omstandigheid dat dat de partij de Tweede-Kamerfractie in de wurggreep hield. De volksvertegenwoordigers stonden volledig onder controle van het partijkader, stelde Van Kemenade vast. Wie in de fractie durfde af te wijken van de partijlijn minimaliseerde zijn kans op herverkiezing.
De ironie is dat Van Kemenade tegelijkertijd het taboe op dubbelfuncties in de PvdA aan de orde stelde. Dat biedt Adelmund de gelegenheid haar voorgenomen dubbelfunctie te verdedigen met een beroep op het commissierapport. Hillebrand meent dat Van Kemenade evenwel nooit het oog zal hebben gehad op de combinatie Kamerlid-partijvoorzitter: “Een partijvoorzitter heeft twee kernfuncties”, zegt hij desgevraagd. “Naast de organisator van de meningsvorming en het debat, is hij de stem van de partij.
Hij moet namens de partij vrijelijk commentaar kunnen leveren op de eigen bewindslieden en de Kamerfracties. Zo'n dubbelfunctie zou hem daarin belemmeren. Zo'n spanningsveld is zelfs voor de meest uitmuntende kandidaat onwenselijk. Het is niet goed voor hemzelf èn niet goed voor de partij.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.