AMSTERDAM - Twee jaar geleden benam de psychiater D. Oudshoorn zich het leven. In de weken voor zijn dood was een schandaal losgebarsten rond de relatie die hij zou hebben gehad met een jonge patiënt. Hoewel de verhouding tussen de arts en de jongen niet seksueel van aard was, waren de overhaaste maatregelen van het ziekenhuis waar Oudshoorn werkte en van de Raad van Toezicht, én de grote aandacht in de pers er de oorzaak van dat de reputatie van de arts in één week tijd tot de grond toe werd afgebroken en hij er geen zin in zag verder te leven.
Karst Woudstra nam deze treurige geschiedenis als grondslag voor zijn drama 'Stilleven', dat Albert Lubbers regisseert bij Het Toneel Speelt. Het stuk zoekt verder aansluiting bij de realiteit van Oudshoorn, in die zin dat de relatie van de psychiater - hier Erik Scherpenzeel geheten - met zijn vader die fout was in de oorlog, van groot belang is.
Woudstra heeft dit gegeven tot de kern van zijn drama gemaakt: de jongen in kwestie, Rafaël Stofregen, dringt inderdaad als een stofregen binnen in alle poriën van Eriks bestaan. Waarom dat gebeurt en waarom Erik de gedragscodes tussen arts en patiënt zo volkomen blind overtreedt, wordt duidelijk als halverwege het stuk een foto opduikt van Eriks vader op 22-jarige leeftijd: sprekend Rafaël.
'De toekomst verandert in het verleden' luidt een zin in het stuk. Als ik Woudstra goed heb begrepen, zoekt Erik in het contact met Rafaël de kans de genegenheid en emotionele vertrouwelijkheid alsnog te vinden die hij bij zijn echte vader zo verschrikkelijk heeft gemist. Het is een duidelijk en ontroerend gegeven, dat in de voorstelling een heldere verbeelding krijgt in het minutieus zorgvuldige spel van Hans Croiset als Erik: de intellectuele stoethaspel die door een voor hem essentiële emotie de greep verliest op zijn eigen werkelijkheid als verantwoordelijk psychiater. Croiset behoudt een bewonderenswaardige afstand tot zijn personage en toont verpletterend zijn ondergang in een superieure speelstijl.
In de andere plotlijnen van zijn stuk is Woudstra beduidend minder overtuigend. Rafaël wordt gespeeld door Croisets zoon Vincent en de kwaliteit van het huismerk is al goed zichtbaar. Maar het personage blijft schimmig. Hij kleedt zich piemelnaakt uit voor Erik met een mes achter de hand om hem daaraan te rijgen als Erik een vinger naar hem uitsteekt. Erik krijgt een schaterbui, maar deze confrontatie wordt niet scherp: heeft de schrijver van Rafaël een jongen willen maken die nog niet weet dat hij homoseksueel is? Verhangt hij zich daarom na de dood van Erik? Het bezwaar van zulke zwaar-dramatische kunstgrepen vind ik dat ze gratuit zijn: als toeschouwer krijg je niet de gelegenheid je een voorstelling te maken waarom deze patiënt zich zó aan zijn psychiater hecht. Alle vage suggesties gaan dan irriteren.
Cox Habbema
Echt slordig vind ik Woudstra met zijn andere personages. Echtgenote Ingrid is in geen enkel opzicht partij voor Erik, en dat wordt in de voorstelling niet weinig verergerd doordat Cox Habbema de rol speelt. Habbema heeft in het Nederlands toneelbestel zeker haar partijtje meegeblazen, maar voor de actrice Habbema lijkt het me verstandig als ze daar verder de brui aan geeft. Rudolf Lucieer speelt Ingrids broer, een duistere heer met incestueuze verlangens naar zijn zus, echt een stoorzender. Dat laatste geldt ook voor Eriks collega Marjan (Ellis van den Brink) die de kwade genius lijkt achter Eriks ondergang en overal haar neus in steekt. Ze wordt de vriendin van Ingrid en hoort haar listig uit over Eriks tennispartijtjes met Rafaël. Zulke mensen lopen er natuurlijk rond, maar als je een drama schrijft met zo'n zwaar onderwerp en zo'n integere vertolking van de hoofdpersoon, is het wel doodzonde om daar met allerlei soap doorheen te banjeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.