*

 
dossier

Archief

Makelaars: gekte op huizenmarkt is voorbij

Door: redactie − 07/01/95, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - De zeven vette jaren voor het verkopen van huizen zijn voorbij. De markt voor koopwoningen heeft volgens de Nederlandse Vereniging van makelaars (NVM) een “zachte landing” gemaakt door het toegenomen aanbod. Van exorbitante prijsstijgingen is geen sprake meer; een evenwicht tussen vraag en aanbod is in zicht.

Deze verwachting sprak NVM-voorzitter Van Groenigen gisteren uit op de nieuwjaarsbijeenkomst van de NVM. De makelaars zijn “beslist niet bang” voor een scherpe prijsdaling zoals die zich in 1980 voordeed. Veel mensen kwamen toen met te duur gekochte en onverkoopbare huizen te zitten en sleepten jarenlang hoge hypotheeklasten met zich mee.

Weliswaar is ook nu na zeven jaren onafgebroken prijsstijgingen sprake van een kentering, maar dat is volgens Van Groenigen ook de enige overeenkomst met 1980.

De vraag naar koopwoningen blijft groot en de economie trekt aan, terwijl in 1980 juist de eerste tekenen van een economische crisis zichtbaar werden.

De NVM verwacht voor dit jaar “een verder evenwicht, waarbij kopers steeds meer invloed zullen krijgen op de koopprijzen”.

Volgens de makelaars ligt de gemiddelde prijsstijging nu tussen de 2 en 3 procent, ongeveer het niveau van de geldontwaarding. Over het hele jaar genomen zat de prijsstijging vorig jaar fors boven de inflatie: de prijs van een koopwoning is in 1994 nog met 9 procent gestegen naar gemiddeld 229 300 gulden.

Het aantal huizen dat in de tweede helft van vorig jaar te koop stond, is toegenomen. Per maand stonden tweeduizend woningen meer te koop dan in de eerste helft van 1994.

Vorig jaar zijn 78 200 woningen verkocht, dat is 4,5 procent meer dan in 1993. Van meergezinswoningen (flats, appartementen) zijn er vorig jaar 13 procent meer verkocht. Gemiddeld stond een huis 64 dagen te koop, een dag korter dan in 1993.

Uitgesplitst naar provincie voert Utrecht nog steeds de ranglijst aan: de prijzen liggen er ten opzichte van het landelijk gemiddelde 15,5 procent hoger op 264 900 gulden, terwijl de verkooptijd in deze provincie met bijna 10 procent afnam. Tweede is Noord-Holland waar de prijzen 6,5 procent boven het landelijke gemiddelde liggen, gevolgd door Noord-Brabant (plus 4), Gelderland (plus 3), Limburg (plus 1).

Huizen zijn het goedkoopst in Groningen (29,5 procent onder het landelijke gemiddelde), gevolgd door Frieland (min 25,5 procent), Zeeland (min 20,5 procent), Flevoland (min 13 procent), Drente (min 11,5) en Overijssel (min 10,5).

Een gemiddeld huis kostte vorig jaar in Groningen 161 200 gulden, ruim 100 000 gulden minder dan in Utrecht.

mailIcon print |