Van onze redactie economie AMSTERDAM - Het ministerie van verkeer en waterstaat is druk bezig met opzienbarende plannen om het nationale en regionale treinverkeer te splitsen. Het departement wil bovendien dat niet langer spoorvervoerders als NS Reizigers of Lovers Rail bepalen op welke stations een trein stopt, maar de subsidiegevers: het rijk en de provincies.
Dat blijkt uit het jongste nummer van vaktijdschrift OV Magazine. Het departement werkt aan een nota over marktwerking in het spoorvervoer, die minister Jorritsma op 15 maart wil presenteren aan de Tweede Kamer. Concurrentie zou moeten leiden tot efficiëntere bedrijven die meer oog hebben voor wensen van de klant.
Monopolie
Om nieuwkomers een reële kans te geven, moet allereerst het monopolie van de Nederlandse Spoorwegen worden gebroken. De ambtenaren van het ministerie hebben daarvoor twee varianten bedacht. Het ministerie kan het nationale spoorwegnet - dat in grote lijnen hetzelfde is als het huidige Intercity-net - voor twaalf jaar onderhands gunnen aan de Nederlandse Spoorwegen. Het bedrijf zou dan echter niet meer mogen meedingen naar een tijdelijke, exclusieve vervoervergunning voor (een van de vijftien) regionale netwerken.
Een andere manier is om dat nationale spoorwegnet op te delen in drie stukken: doorgaande verbindingen van de Randstad naar het noorden en oosten; de lijn van Amsterdam via Haarlem naar Rotterdam samen met de Zeeuwse Lijn en de Brabantroute; en het derde stuk waarin onder andere de IJssellijn zit. De drie stukken worden voor zes jaar aanbesteed. Het bedrijf dat een exclusieve vervoervergunning verwerft, mag niet meer meedingen naar een concessie voor de andere twee stukken. Wel mag de vervoerder nog een gooi doen naar de regionale netwerken.
Slinken
Als de plannen doorgaan, kan het marktaandeel van de NS - nu op een fractie na nog 100 procent - slinken tot de helft. Het ministerie overweegt een maximum-marktaandeel te bepalen voor de NS.
Als de plannen van Jorritsma doorgaan, verliezen de vervoerders aan macht, en groeit de invloed van de subsidie verlenende overheden. Het ministerie overweegt minimumeisen te stellen aan de vervoerder die de concessie voor het nationale railnet wint. Van zes uur 's morgens tot twaalf uur 's nachts zou er minstens elk half uur een Intercity of sneltrein moeten stoppen op één van de 53 grotere stations.
- Vervolg op pagina 7
Openbaar vervoer in regio 10 tot 20 procent goedkoper Vervolg van pagina 1
Bovendien kan een limiet worden gesteld aan tariefstijgingen, en kan het rijk bedingen dat het aantal treinreizigers stevig gaat groeien. De ambtenaren van verkeer en Waterstaat vinden, heel pikant, dat ook station Hilversum in het nationale railnet valt. Ondanks protesten van de gemeente, rijden de Intercity's van de Nederlandse Spoorwegen daar al enkele jaren aan voorbij. In de nieuwe plannen zou dat niet meer kunnen.
Ook de provincies, en in de Randstad wellicht een paar stadsregio's, kunnen minimumeisen stellen voor de bediening van kleinere stations.
Een voordeel van de ideeën om lagere overheden alle zeggenschap te geven over het regionale openbaar vervoer, is dat zij stoptrein, streekbus en deeltaxi mooi kunnen verweven tot een samenhangend geheel. Bovendien gaat de rijksoverheid ervan uit dat het aanbestede vervoer in de regio's 10 tot 20 procent goedkoper zal uitvallen dan nu het geval is.
Een nadeel van het opsplitsen van het railvervoer in een nationaal net en verschillende regionale netten kan zijn dat de reiziger niet meer met hetzelfde kaartje in zowel een stoptrein als een Intercity kan stappen. Een slimme chipkaart zou dat probleem het hoofd kunnen bieden, maar die laat in het openbaar vervoer al jaren op zich wachten.
Het is ook de vraag wat er gebeurt als twee buurprovincies allebei heel verschillende dingen eisen van een vervoerder: de trein stopt nu eenmaal niet bij de provinciegrens. Bovendien zullen Intercity's en stoptreinen, net als nu, deels over dezelfde rails rijden. De afspraak zou worden dat nationale treinen voor stoptreinen gaan.
De Nederlandse Spoorwegen willen nog niet reageren op de uitgelekte plannen over concurrentie in het spoorvervoer. Een woordvoerder noemt het artikel in het doorgaans goed geïnformeerde OV Magazine “nogal speculatief” en wil rustig de officiële plannen van de minister afwachten.
Vermoeden
Blijkbaar hebben de Nederlandse Spoorwegen toch een vermoeden dat de plannen van de minister in deze richting gaan. Het concern is al een jaar bezig, samen met streekvervoerders, nieuwe regionale vervoerbedrijven op te richten waarnaar ook een deel van het NS-personeel wordt overgeheveld. De nieuwe bedrijven komen helemaal los te staan van het moederconcern in Utrecht, omdat het ministerie ze anders niet als nieuwe marktpartijen kan betitelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.